[medeverdachte 8]
is sinds 2005 enig aandeelhouder en bestuurder van [medeverdachte 3] , welke vennootschap enig aandeelhoudster en bestuurster is van [medeverdachte 2] , beide gevestigd te Haren (hierna respectievelijk: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ). [F] (hierna: [F] ) is op verzoek van [medeverdachte 8] opgericht eind 2010/begin 2011. [F] is gevestigd te Curaçao en [medeverdachte 8] is gemachtigd tot de bankrekeningen van [F] .
[medeverdachte 8] is vanaf maart 2010 werkzaam geweest bij SNSPF en op interim basis belast met het aansturen van nationale en internationale equity participaties van SNSPF alsmede het behandelen van andere door de directie van SNSPF te bepalen dossiers, hetgeen met zich mee kan brengen dat (tijdelijk) een functie als bestuurder of commissaris dient te worden vervuld. [medeverdachte 8] noemt zichzelf interim-manager.
Introductie en betalingen externen
Nadat hij [medeverdachte 8] had aangenomen is [betrokkene 6] aangenomen bij SNS via [medeverdachte 8] , aldus [betrokkene 1] . Vervolgens zijn toen nog een aantal mensen aangebracht waaronder [medeverdachte 4] , [verdachte] , [betrokkene 3] , [betrokkene 2] en [betrokkene 5] . [medeverdachte 8] heeft met deze mensen gesprekken gevoerd. [betrokkene 6] werd als eerste, medio 2010, aangenomen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat een aantal van deze mensen via hem bij SNSPF is gaan werken.
In het bij [medeverdachte 8] aangetroffen excelbestand genaamd "detachering” zijn werkbladen opgenomen met de namen: [betrokkene 6] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 5] en [betrokkene 4] . Dit zijn voornamen van medewerkers van SNSPF (de rechtbank begrijpt respectievelijk: [betrokkene 6] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 5] en [betrokkene 4] ). Over de periode augustus 2010 tot en met december 2012 is per persoon vermeld:
- hoeveel uur de medewerker bij SNSPF heeft gewerkt;
- hoeveel vergoeding deze medewerker bij SNSPF heeft gedeclareerd;
- hoeveel [medeverdachte 8] bij deze medewerker declareerde en
- hoe deze declaratie verdeeld werd tussen: [medeverdachte 8] , [betrokkene 1] , [medeverdachte 1] , [betrokkene 6] , [medeverdachte 4] en [verdachte] .
Volgens [medeverdachte 8] betreft dit zijn administratie van deze groep; hij hield dit overzicht maandelijks bij. De bedragen die op dit spreadsheet staan, komen overeen met de afspraken die hij met de betreffende mensen heeft gemaakt. Als mensen anderen aanbrachten kregen zij een deel van die fee. [medeverdachte 8] heeft [betrokkene 1] verteld over deze afspraken en het betalen van de bemiddelingsfees. [betrokkene 1] wist dat een gedeelte van hun uurtarief naar [medeverdachte 8] ging.
[betrokkene 6] en [medeverdachte 4] maakten gebruik van de volgende vennootschappen: respectievelijk [Q] en [medeverdachte 7] . [medeverdachte 1] maakte gebruik van het bedrijf [S] . [betrokkene 1] is sinds de oprichting in 2006 enig aandeelhouder van [K] welke vennootschap enig aandeelhoudster is van [E] .
[verdachte]
verklaart dat hij sinds 2009 zijn werkzaamheden uitvoert vanuit [A] (hierna: [A] ). De bestuurder en enig aandeelhouder van [A] is [verdachte] . [A] is gevestigd in [plaats] op het woonadres van [verdachte] . [verdachte] verklaart dat hij feitelijk leidinggevende is van [medeverdachte 6] (hierna: [medeverdachte 6] ).
De werkzaamheden die [verdachte] vanaf 20 september 2010 voor SNSPF heeft verricht, vloeien voort uit een overeenkomst van opdracht die op 10 september 2010 is gesloten tussen SNSPF en [A] . Vervolgens is een aanvullende overeenkomst gesloten voor de duur van 16 maanden, ingaande op 1 september 2011. Beide overeenkomsten zijn mede ondertekend door [betrokkene 1] .
[verdachte] verklaart dat hij in augustus 2010 via [medeverdachte 1] in contact is gekomen met [medeverdachte 8] . [medeverdachte 8] heeft [verdachte] gebeld en aan hem meegedeeld om welke functie bij SNSPF het zou gaan en heeft hem gevraagd zijn cv te sturen. [verdachte] heeft vervolgens zijn cv aan [medeverdachte 8] gemaild. Daarna heeft [verdachte] een gesprek gehad met [betrokkene 1] , waarin de werkzaamheden en het uurtarief zijn besproken. [verdachte] heeft met [betrokkene 1] onderhandeld over de arbeidsvoorwaarden. Ongeveer twee weken later kreeg [verdachte] een concept contract met daarin een uurtarief van € 225,-. Met [medeverdachte 1] maakte [verdachte] de afspraak dat hij 30 procent (€ 75,-) per gewerkt uur zou afdragen aan [medeverdachte 1] . Op verzoek van [medeverdachte 1] werden de betalingen van deze afdracht gedaan via [medeverdachte 8] .
Door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] is in de periode van 25 oktober 2010 tot en met 17 januari 2012 in totaal een bedrag van € 289.908,75 (exclusief btw) gefactureerd aan [A] . Deze facturen zijn in de periode van 12 november 2010 tot en met 27 januari 2013 door [A] voldaan.
Uit het excelbestand dat bij [medeverdachte 8] is aangetroffen, blijkt dat de € 75,- die door [verdachte] aan de vennootschappen van [medeverdachte 8] werd betaald, als volgt werd verdeeld:
- [medeverdachte 8] : €25,-;
- [betrokkene 1] : € 25,-;
- [medeverdachte 1] : € 25,-.
De omschrijving op de facturen, die aan [verdachte] gericht waren, had volgens [medeverdachte 8] anders moeten zijn, namelijk bemiddelingsfee. [medeverdachte 8] verklaart dat hij binnen SNSPF, behalve aan [betrokkene 1] niemand iets heeft verteld over de betalingen die [medeverdachte 4] aan hem deed. Over [verdachte] verklaart [medeverdachte 8] gelijkluidend.
[verdachte] verklaart dat [medeverdachte 4] op enig moment mensen heeft aangebracht bij [medeverdachte 8] . In een gesprek met [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 4] onderhandeld en een korting gekregen van €15,- per door [betrokkene 3] en [betrokkene 2] gewerkt uur. Deze korting heeft [medeverdachte 4] met [verdachte] gedeeld. In eerste instantie zou de fee worden verrekend met de fee die werd betaald. Op verzoek van [medeverdachte 1] is deze fee toch gefactureerd. De facturering van deze fee deed [verdachte] via [medeverdachte 6] De facturen werden door [verdachte] verwerkt in de administratie van [medeverdachte 6] [verdachte] wist hoeveel er gefactureerd moest worden, omdat [medeverdachte 8] de uren van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] aan hem doorstuurde. De facturen maakte [verdachte] thuis in Groningen op of bij zijn ouders in Enschede.
Door [medeverdachte 6] is in de periode van 25 november 2010 tot en met 25 november 2012 een bedrag van in totaal €40.378,16 (exclusief btw) gefactureerd aan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . Deze facturen zijn in de periode van 3 december 2010 tot en met 16 december 2012 voldaan.”
12. Uit de hiervoor geciteerde bewijsoverwegingen blijkt dat de verdachte met de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft afgesproken om per gewerkt uur € 75,- via de medeverdachte [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 1] af te dragen. Voorts blijkt uit de bewijsoverwegingen dat de verdachte sinds 2009 zijn werkzaamheden uitvoert vanuit [A] (hierna: [A] ) en dat hij bestuurder en enig aandeelhouder van [A] is, terwijl [medeverdachte 8] enig aandeelhouder en bestuurder is van [medeverdachte 3] , welke vennootschap enig aandeelhouder en bestuurder is van [medeverdachte 2] . Uit de bewijsoverwegingen volgt daarnaast dat door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in de periode van 25 oktober 2010 tot en met 17 januari 2012 in totaal een bedrag van € 289.908,75 (exclusief btw) is gefactureerd aan [A] en dat deze facturen in de periode van 12 november 2010 tot en met 27 januari 2013 door [A] zijn voldaan. De facturen waren gericht aan de verdachte. Kennelijk heeft het hof aan deze vaststellingen de gevolgtrekking verbonden dat de verdachte de in bijlage 3 bij het arrest van het hof genoemde facturen voorhanden heeft gehad. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden.
13. Het middel faalt.
14. Het
tweede middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 3 en 5 ten laste gelegde, mede in het licht van het in hoger beroep gevoerde verweer, onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd. Meer in het bijzonder bevat het middel verschillende klachten over het bewijs van de valsheid (feit 3) dan wel het valselijk opmaken (feit 5) van de in de bewezenverklaring genoemde facturen.
15. Het hof heeft ten laste van de verdachte onder 3 bewezen verklaard als weergegeven onder 10. Daarnaast het hof onder 5 bewezen verklaard dat de verdachte:
“in de periode van 25 november 2010 tot en met 25 november 2012 in Nederland
veertien (14) facturen van [medeverdachte 6] gericht aan [medeverdachte 3] ten bedrage van in totaal circa Euro 24.963,77 (exclusief btw) (te weten: D-0411 en D-0412 en D-1074 en D-1075 en D-1076 en D-1077 en D-1078 en D-1079 en D-1080 en D-1081 en D-1082 en D-1083 en D-1084 en D-1086),
en
acht (8), althans een of meer, facturen van [medeverdachte 6] gericht aan [medeverdachte 8] [medeverdachte 2] ten bedrage van in totaal circa Euro 15.414,39 (exclusief btw) (te weten: D-1085 en D-1087 en D-1088 en D-1089 en D-1090 en D-1091 en D-0413 en D-0414)
zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en doen opmaken en laten opmaken en vervalst en doen vervalsen en laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en zijn mededader(s) valselijk en in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-
op die facturen vermeld dat door [medeverdachte 6] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: “werkzaamheden inzake [R] " en "werkzaamheden betreffende [T] ") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 8] en [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet door [medeverdachte 6] en hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2]
en
op die facturen factuurbedragen vermeld die in werkelijkheid geen betrekking hebben op de in die facturen vermelde werkzaamheden en/of diensten,