Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Welke burgemeester is bevoegd?
ten tijde van het geven van de beschikking van de burgemeesteral in Delft bevond en niet (meer) te Vlaardingen. De Hoge Raad besliste dat dit betoog niet als juist kon worden aanvaard:
beideburgemeesters (die van Delft en die van Rotterdam) bevoegd waren. [8] Nadien heeft het vraagstuk zich nog een keer aangediend onder de Wet Bopz. Het is toen niet meer gekomen tot een inhoudelijk oordeel van de Hoge Raad over deze rechtsvraag. [9]
nadatde onafhankelijke psychiater de patiënt heeft onderzocht doch voordat de crisismaatregel is genomen, zou wellicht iets te zeggen zijn voor het (mede) bevoegd verklaren van de burgemeester in wiens gemeente het medisch onderzoek heeft plaatsgevonden, of voor het bevoegd verklaren van de burgemeesters van
beidegemeenten, zoals De Boer opperde (zie alinea 3.8 hiervoor). Dat gaat alleen dan goed, indien beide burgemeesters tot dezelfde uitkomst komen of indien de burgemeester van de ene gemeente de beslissing uitdrukkelijk overlaat aan de burgemeester van de andere gemeente. Hoe dan ook is voorafgaand overleg tussen beide burgemeesters nodig. Dat overleg vergt tijd, die er in een crisissituatie dikwijls onvoldoende is. Bovendien is in de wet niet geregeld wiens oordeel de doorslag geeft indien de twee burgemeesters onderling van mening verschillen over de vraag of een crisismaatregel nodig is en, zo ja, welke verplichte zorg daarin moet worden opgenomen. Daarom is het volgens mij voor de praktijk gemakkelijker om gewoon de tekst van art. 7:1 lid 1 Wvggz Pro te volgen.
habeas corpus’-rechter in de zin van art. 5 lid 4 EVRM Pro. In Nederland heeft echter lange tijd de opvatting de overhand gehad dat, om aan art. 5 lid 4 EVRM Pro te voldoen, voldoende is dat, indien een gebrek kleeft aan de last van de burgemeester tot inbewaringstelling en de betrokken patiënt daardoor schade heeft geleden, de patiënt zich tot de burgerlijke rechter kon wenden met een verzoek tot vergoeding van de geleden schade op de voet van art. 28 (oud) Wet Bopz of, desgewenst, met een vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad. [21]
De rechterlijke toetsing bij de voortzetting biedt alleen de mogelijkheid om de rechtmatigheid van de voortzetting van de verplichte zorg te toetsen, maar niet de rechtmatigheid van de crisismaatregel.