Conclusie
1.Feiten en procesverloop
dictumin verbinding met rov. 2.3.1):
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Ter inleiding
in de machtiging tot voortzetting van de (eerste) crisismaatregelontoereikend is gebleken. Betrokkene verbleef krachtens die machtiging in een accommodatie, maar aan betrokkene kan niet de psychiatrische zorg worden gegeven waartegen hij zich verzet.
nietin voorziet,
voor zover dit tijdelijk ter afwending van een noodsituatie noodzakelijk is. Bij het bepalen of dit noodzakelijk is wordt gelet op (a) ernstig nadeel, (b) de veiligheid binnen de accommodatie, (c) de bescherming van rechten en vrijheden van anderen en (d) de voorkoming van strafbare feiten; zie art. 8:11 Wvggz Pro.
niet-spoedeisende zorg omvat. Een crisismaatregel strekt ertoe de crisissituatie (het ‘onmiddellijk dreigend ernstig nadeel’) af te wenden. [25] Niettemin kan zich, ook binnen een periode van drie weken, een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel aandienen waarvoor spoedeisende verplichte zorg nodig is waarin de lopende machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel niet voorziet.
nietde overweging in de eerste en tweede volzin. [27] Onderdeel III bestrijdt het vervolg van deze overweging, inhoudend dat het verlenen van een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. Subonderdeel III.1 stelt dat de wet voor een geval als dat van betrokkene mogelijkheden biedt waarvan geen gebruik is gemaakt. Subonderdeel III.2 houdt de klacht in dat de rechtbank ten onrechte heeft gemeend machtiging te kunnen geven voor de voortzetting van de (derde) crisismaatregel. Omdat op 23 januari 2020 al duidelijk was dat de voortzetting van de op 22 januari genomen (eerste) crisismaatregel onvoldoende was, omdat deze slechts het opnemen van betrokkene in een accommodatie als verplichte zorg omvatte zonder dat iets was bepaald over de aldaar te geven psychiatrische behandeling, had volgens het middelonderdeel meteen een zorgmachtiging voorbereid kunnen worden.
voorwaardelijkwordt beëindigd, namelijk als en zodra een nieuwe crisismaatregel wordt afgegeven. Aan een beslissing over de noodzaak tot tussentijdse beëindiging van de verplichte zorg op 28 januari 2020 wegens gebrek aan effectiviteit kwam de rechtbank niet toe. In de redenering van de rechtbank vervalt de verplichte zorg op grond van de machtiging tot voortzetting van de eerste crisismaatregel van rechtswege doordat beschikking van 30 januari 2020 daarvoor in de plaats treedt. De klacht onder II.1 gaat reeds om die reden niet op. Ook om een inhoudelijke reden gaat de klacht niet op. De rechtbank heeft in rov. 2.2.1 – 2.2.4 getoetst aan de wettelijke criteria voor een crisismaatregel. De rechtbank is van oordeel dat een machtiging tot opneming in een accommodatie wel degelijk effectief is, mits deze wordt gecombineerd met andere vormen van verplichte zorg.
nietvan rechtswege is geëindigd. De rechtbank zou deze clausule hebben miskend.