Conclusie
1.Het cassatieberoep
- 2 primair “medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, terwijl het feit wordt begaan door een rechtspersoon”;
- 3 primair “bedrieglijke bankbreuk, terwijl het feit wordt begaan door een rechtspersoon en terwijl hij, verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd”;
- 4 primair “bedrieglijke bankbreuk, terwijl het feit wordt begaan door een rechtspersoon en terwijl hij, verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd”,
- 5 subsidiair “in een authentieke akte een valse opgave doen opnemen aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid”; - 6 “bedrieglijke bankbreuk, terwijl het feit wordt begaan door een rechtspersoon en terwijl hij, verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging”;
- 7 subsidiair “opzettelijk gebruik maken
2.Het eerste middel
Feiten 1 en 8
[H]
- [L] ;
- [M] ;
- [N] ;
- [D] ;
- [O] ;
- [P] ;
- [Q] ;
- [R] ;
- [S] .
- Uit het dossier blijkt echter niet van bestaande schulden van [A] aan [D] . Verder zijn de appartementsrechten met betrekking tot de [b-straat 1] en [a-straat 1] te [plaats] op 1 februari 2011 voor € 625.000,-- verkocht en geleverd aan [T] . Hieruit volgt dat tegenover het recht van hypotheek evenmin in de toekomst reële geldleningen en financieringen zouden komen te staan. Blijkens het draaiboek is het plan voor het vestigen van een hypotheekrecht gemaakt op het moment dat de verkoop aan [T] al rond was.
- Strikt genomen staat in de akte niet meer dan dat zekerheid wordt verstrekt voor eventuele schulden. Die zekerheid kan ook worden verstrekt voor schulden van anderen dan degene die zekerheid verstrekt, doch dat is in dit geval niet gebeurd.
- Overdracht notaris → [betrokkene 1] . Regelt [verdachte] en [verdachte] regelt dit.
- BV zolang mogelijk in de lucht laten. Tenminste 1 jr proberen.
- Verplichte naamswijziging. Veranderen zetel - [plaats] , [plaats] .
- Vaststellen overnamesom voor [B] → opbrengst Cl + C2 [plaats] incl.
- BTW → [A] → Hypotheek op dit vastgoed vestigen voor de overnamesom
- [D] → [A] vestigd € 422750 hypotheek.
3.Het tweede middel
Feit 8
4.Het derde middel
Feit 2.
[medeverdachte 2] wilde van zijn bedrijf en zijn vennootschappen af en heeft de aandelen van [AA] voor één euro verkocht aan de [BB] . [verdachte] heeft de verkoop tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 12] geregeld. [medeverdachte 2] heeft [verdachte] toegezegd dat hij hem als vergoeding voor zijn hulp als “bedrijvendokter” een deel van de activa in de vorm van een aantal bedrijfsmiddelen zou geven. De aandelenoverdracht heeft plaatsgevonden op woensdag 24 februari 2010 bij de notaris. Daarbij waren aanwezig [verdachte] , [medeverdachte 2] en [betrokkene 12] . Ook daar heeft [verdachte] alles geregeld. De euro is niet betaald, een sleutel is niet overhandigd en de administratie is niet overgedragen. Als reden voor de uitgestelde overdracht is daarbij opgegeven dat [medeverdachte 2] nog spullen uit het pand moest halen en dat de administratie de maandag daarop op het bedrijf kon worden ingezien.
5.Het vierde middel
Feit 3.
6.Het vijfde middel
Feit 4
[betrokkene 22] heeft de ontvangen betalingen van in totaal € 20.000,-- verrekend met een viertal facturen voor [EE] , wegens voor [EE] verrichte werkzaamheden. Het hof leidt uit het dossier echter af dat tegenover de vier overboekingen van € 5.000,-- naar [betrokkene 22] geen tegenprestaties van [betrokkene 22] jegens [HH] stonden. Twee van de facturen van [betrokkene 22] aan [EE] dateren zelfs van na de datum van overboeking van de vier bedragen van € 5.000,--.
De curator [curator 2] heeft verklaard dat de vennootschap [HH] via [EE] door de heren [betrokkene 18] en [betrokkene 19] is overgedragen aan de [betrokkene 20] . De [betrokkene 20] staat geregistreerd als statutair bestuurder en aandeelhouder. De [betrokkene 21] is feitelijk bestuurder. Beide heren hebben verklaard dat zij van de heer [verdachte] € 5.000,- zouden krijgen indien zij de vennootschap twee maanden op hun naam zouden zetten.
[betrokkene 21] heeft verklaard dat hij geldbedragen heeft gepind met een bankpas die hij van [verdachte] kreeg en ook direct na het pinnen samen met het gepinde geldbedrag weer aan [verdachte] moest afdragen.
Daarnaast zijn bij een doorzoeking in de woning van [verdachte] bankafschriften en facturen aangetroffen ten name van [HH] .
7.Het zesde middel
Feit 6
8.Het zevende middel
Feit 7
Feitelijke gang van zaken