Conclusie
Nummer18/04909 P
Het cassatieberoep
De middelen
eerste middelhoudt de klacht in dat het hof bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en bij de oplegging van de betalingsverplichting door de echtgenote van de betrokkene verrichte bankopnamen en stortingen heeft betrokken, terwijl niet blijkt dat het hof zich ervan rekenschap heeft gegeven dat de kasopstelling de gemeenschappelijke financiële huishouding van de betrokkene en diens partner betreft, zodat die beslissingen getuigen van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk zijn en/of onvoldoende met redenen zijn omkleed.
tweede middelbehelst de klacht dat de inzendtermijn in de cassatiefase is overschreden, waardoor sprake is van schending van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro.