Conclusie
Nummer19/01969 P
Het cassatieberoep
De middelen
tweede middelhoudt de klacht in dat het oordeel van het hof over de mate waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel dat behaald is met het laboratorium in Weert aan de betrokkene moet worden toegerekend, ontoereikend is gemotiveerd. Het
derde middelheeft betrekking op de verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat is behaald met het laboratorium in Oisterwijk en is verder gelijkluidend aan het tweede middel. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
vierde middelhoudt de klacht in dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat aan de schending van de redelijke termijn in hoger beroep geen verdere consequenties verbonden hoeven te worden.
vijfde middelhoudt de klacht in dat het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het niet aannemelijk is dat [betrokkene 6] € 30.000,- cash heeft gestort in [A].
zesde middelbehelst de klacht dat het hof bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat behaald zou zijn met het conversielab te Gastel ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, is uitgegaan van drie vaten waarin PMK Glycidaat zou hebben gezeten.
zevende middel, dat bij aanvullende schriftuur van 2 maart 2020 is ingediend, houdt de klacht in dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet aannemelijk is dat [B] geld aan de betrokkene heeft geleend ten behoeve van de investering in [A].
eerste middelbevat de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.