“1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL133J 2010302690-8 van 11 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , met doorgenummerde pagina’s 33 t/m 34.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 11 december 2010 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van aangever [aangever 1] :
Ik wil graag aangifte doen van mishandeling, die vannacht (het hof begrijpt: in de nacht van 10 op 11 december 2010) te 00:14 uur op de [a-straat 1] , De Kwakel, binnen de gemeente Uithoorn heeft plaatsgevonden. Vannacht zijn vier personen ongevraagd bij ons thuis binnengekomen. Een van hen ken ik als [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] ). Twee van de mannen, waaronder [medeverdachte 1] , begonnen mij te slaan. [medeverdachte 1] begon mij op mijn hoofd te slaan met zijn vuisten. Later ben ik met een stok op mijn armen en benen geslagen. Toen ik op de grond lag ben ik ook nog geschopt en geslagen.
Hier heb ik nu allemaal blauwe plekken van overgehouden. Ik ben met de stok ook tegen mijn mannelijke geslachtsdeel geslagen. Hier heb ik ook veel pijn aan.
2. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL133J 2010302690-15 van 15 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 3] , met doorgenummerde pagina’s 42 t/m 44.
“1. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 december 2010 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van aangever [aangever 1] :
Er kwamen twee personen mijn kamer binnen. Mijn collega was ook op de slaapkamer, deze heet [aangever 2] (het hof begrijpt: [aangever 2] ). Toen [aangever 2] wakker werd liep [medeverdachte 1] meteen naar hem toe en sloeg hem. Toen ze klaar waren met [aangever 2] kwamen ze naar mij toe. Terwijl ik op bed zat sloeg [medeverdachte 1] mij eenmaal in mijn gezicht.
Ze bedreigden mij, maar ik weet niet meer wat ze hebben gezegd. Ik moest mee naar een pinautomaat om geld te halen. [aangever 2] bleef op bed omdat hij in zijn gezicht was geslagen. Ze moesten mij hebben voor het geld. Ik deed een spijkerbroek aan, sokken, t-shirt en een blouse en jas.
In de hal was mijn andere collega [aangever 3] (het hof begrijpt: [aangever 3] ). Toen ik iets tegen [aangever 3] zei werd ik aangevallen. Ik weet niet meer wat er daarna is gebeurd, maar ik ben op de grond gevallen. Hij heeft mij geslagen en ook met een stok in mijn kont. Ik viel door de klap.
Waarschijnlijk ben ik met een houten stoelpoot geslagen. Deze was namelijk kapot gemaakt, de stoel, aan het begin van de vechtpartij. Er was een stoel en deze werd gebruikt om te slaan, daarom is [aangever 3] zijn oog gebroken. Ik lag op de grond en was helemaal gebogen. Ik werd toen op mijn benen geslagen. Bij iedere klap voelde ik pijn. Ik werd aan de binnenkant van mijn bil geslagen, vlakbij mijn anus. Ik had heel veel pijn. Toen ik in de hal lag ben ik denk ik een (1) keer geslagen, want ik heb een (1) snee tussen mijn billen bij mijn anus. Ik bloedde uit mijn achterhoofd en anus, dat voelde ik. Tijdens de vechtpartij vocht iedereen met elkaar.
3. Een proces-verbaal aanvullend met nummer 2010302690-23 van 10 januari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] , met doorgenummerde pagina’s 61 t/m 64.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 december 2010 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van aangever [aangever 1] :
Gedurende twee weken had ik een katheter omdat mijn blaas was beschadigd. De artsen hebben gezegd dat ik schade heb aan mijn prostaat.
[medeverdachte 1] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] ) sloeg mij in mijn gezicht in de slaapkamer. Daarna begon het gevecht in de hal. Er waren vier daders. Aan het eind van het gevecht sloeg [medeverdachte 1] mij met een stok op mijn linkerarm en benen. Tijdens het slaan prikte [medeverdachte 1] met de stok tussen mijn billen. Dat weet ik zeker.
4. Een letselverklaring van 14 december 2010, opgemaakt door [betrokkene 2] , zaalarts AMC Urologie, betreffende [aangever 1] .
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Omschrijving van het letsel: Insteek wond Li naast de anus
Is er vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel? Ja
Is er vermoeden van inwendig bloedverlies? Ja
Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 11-12-2010
Overige van belang zijn informatie (operaties, blijvend letsel ed): Letsel aan urethra, verder onderzoek en evt. behandeling volgt.
5. Een Schade-onderbouwingsformulier van Slachtofferhulp van 31 mei 2011, opgemaakt door [betrokkene 3] , betreffende [aangever 1] .
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Voor zijn wonden van/in/rond de anus werd benadeelde naar het ziekenhuis vervoerd waar hij een week verbleef. Er is (inwendig) blaasletsel geconstateerd waardoor twee weken een katheter is geplaatst. Ook had benadeelde vier weken veel pijn en last bij het poepen. Bij elkaar heeft de benadeelde zes maanden niet kunnen werken. Benadeelde kon die maanden moeilijk staan en lopen.
6. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer PL133M 2010302690-5 van 11 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , met doorgenummerde pagina’s 66 t/m 69.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 11 december 2010 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van aangever [aangever 2] :
Ik lag rond 00:15 uur te slapen in ons huis op de [a-straat 1] te in De Kwakel. Vervolgens werd ik wakker door gestommel in mijn slaapkamer. Ik zag dat er 4 mannen in mijn slaapkamer stonden.
Vervolgens zag ik dat die 4 mannen mijn collega aan het slaan waren. Deze collega heet [aangever 1] (het hof begrijpt: [aangever 1] ). Ik zag dat ze [aangever 1] over het hele lichaam sloegen met hun vuisten. [aangever 1] lag op dat moment nog in bed. Ik zag dat ze met z’n drieën op [aangever 1] insloegen. De vierde stond toe te kijken.
Vervolgens begon een van die drie mannen op mij in te slaan. Ik lag op dat moment ook nog in bed. Ook de vierde man die even daarvoor stond toe te kijken begon op mij in te slaan.
Ik zag en voelde dat deze twee mannen mij vuistslagen gaven in het gezicht. Ik voelde op het moment dat ik met een vuist werd geraakt een hevige pijn op de plek waar ik werd geraakt.
In de gang stond op dat moment nog een andere collega van mij welke wakker was geworden. Deze collega heet [aangever 3] (het hof begrijpt: [aangever 3] ). Ik zag dat een van de vier mannen een houten stoel, welke in de gang stond, kapot had gemaakt.
Ik zag dat alle vier de mannen een stuk van deze stoel in hun handen hadden. Ik kon niet zien welk onderdeel dit van de stoel was. Vervolgens werd ik geslagen met een stuk hout welke afkomstig was van de stoel. Ik werd hard in mijn nek geslagen. Ik kwam hierdoor ten val. Ik heb hierdoor een grote wond in mijn nek.
Toen ik op de grond lag bleef de man die mij eerst met het stuk hout in mijn nek had geslagen op mij inslaan en schoppen. Dit slaan en schoppen deed mij erg veel pijn op de plaatsen waar ik werd geraakt. Toen ik op de grond lag zag ik ook dat [aangever 3] werd geslagen met een stuk hout. Ik zag dat ook [aangever 3] op de grond viel. Ik zag dat [aangever 3] gewond was aan zijn voorhoofd en zijn oog.
Ook [aangever 1] lag op een gegeven moment ook op de grond. De andere twee mannen waren op dat moment op [aangever 1] aan het inslaan met hun vuisten en het stuk hout.
7. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer PL133J 2010302690-85 van 12 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] , met doorgenummerde pagina’s 503 t/m 505.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 12 december 2010 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van aangever [aangever 3] :
Ik wens aangifte te doen van zware mishandeling. Alles speelde zich af in de woning aan de [a-straat 1] te de Kwakel. Afgelopen zaterdag (het hof begrijpt: 11 december 2010) rond 00.15 uur zat ik in de woonkamer. Ik ben in de gang gaan kijken en ik zag dat [aangever 2] , voluit [aangever 2] (het hof begrijpt: [aangever 2] ) uit zijn kamer kwam en dat er bloed uit zijn mond stroomde.
Meteen zag ik achter [aangever 2] vier mannen uit diezelfde kamer komen. Ik zag dat zij [aangever 1] uit die kamer de gang op sleurden. Alle vier de mannen hielden hem vast, dan aan zijn armen, dan aan zijn benen. Tijdens het sleuren schopten ze alle vier hem constant tegen het lichaam. Ik zag dat ze [aangever 1] echt heel hard schopten. Eigenlijk waren er op een gegeven moment maar drie mannen die [aangever 1] vasthielden. De vierde man stond toe te kijken. Ik ben op de drie mannen afgelopen en probeerde ze van [aangever 1] af te trekken. Op dat moment, heel onverwachts, sloeg de vierde man die had staan kijken, mij heel hard, met kracht en opzettelijk in mijn gezicht. Ik zag dat hij mij sloeg met een houten voorwerp. Ik voelde veel pijn en zag sterretjes. De man sloeg mij midden op mijn gezicht en de eerste klap was zo hard dat ik niet bewusteloos raakte maar wel machteloos was. Ik weet zeker dat hij mij meer klappen heeft gegeven aan de hand van mijn letsel. Aan deze klappen heb ik een kapotte schedel overgehouden ter hoogte van mijn voorhoofd. Ik heb een scheur in mijn oogkas en mijn oog is helemaal gezwollen.
8. Een geneeskundige verklaring van 29 december 2010, opgemaakt door [betrokkene 4] , geneeskundige, betreffende [aangever 3] , met doorgenummerde pagina 95.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Uitwendig waargenomen letsel:
- Gebroken oogkas (re)
- Gebroken jukbeen (re)
- Mogelijk letsel oogzenuw (re)
- Letsel aangezicht
Mogelijk indicatie voor opnieuw een operatie over enkele maanden.
9. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer PL 133J 2010302690-25 van 10 januari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , met doorgenummerde pagina 97.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 10 januari 2011 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van aangever [aangever 3] :
V: Krijgt u uw zicht terug van uw rechteroog?
A: Ik zie nu nog vaag met dat oog. Het is mij nu nog niet bekend of ik mijn zicht volledig terugkrijg.
V: Heeft u de afgelopen tijd gewerkt?
A: Ik heb helemaal niet gewerkt, hoogstwaarschijnlijk kan ik nog twee maanden niet werken. Dit komt door de fysieke klachten aan mijn oog ten gevolge van het incident. Ik kan niet goed zien aan 1 oog.
10. Een e-mailbericht van 15 juni 2011, opgemaakt door [betrokkene 5] , werkzaam in het Academisch Medisch Centrum.
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Patiënt heeft fracturen van de botten die de oogkas vormen ten gevolge van een stomp trauma op de rechteroogbol. Door dit trauma is de iris deels losgekomen van de basis en dit kan oogdrukproblemen opleveren. Het kan dus zijn dat de patiënt voor de rest van zijn leven druk verlagende medicatie moet gebruiken. Tevens is de lens aangedaan, deze begint eerder dan normaal te vertroebelen en zal eerder vervangen moeten worden.
Patiënt heeft momenteel een gezichtsscherpte van 0,1 (dat is 10% van wat de gemiddelde Nederlander normaal zou moeten kunnen zien). Het is niet bekend hoe goed patiënt zal gaan zien na het vervangen van de troebele lens. Er bestaat een kans dat hij nooit meer zo goed zal kijken als voorheen.
11. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2010302690-37 van 19 januari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 10] , met doorgenummerde pagina 221 t/m 226.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 19 januari 2011 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 6] :
Ik woon in Hoofddorp met [medeverdachte 1] en [verdachte] . Op vrijdagavond 10 december 2010 kwam ik ‘s avonds thuis. [medeverdachte 1] en [verdachte] hadden een feestje en dronken wodka, ik ging op bed liggen. De jongens hebben mij midden in de nacht wakker gemaakt. [verdachte] heeft mij wakker gemaakt, omdat ik in de woonkamer lag te slapen. Ik ben naar beneden gelopen en zag [medeverdachte 1] met een verband om zijn hoofd. Er zaten nog twee jongens. Dit waren [betrokkene 1] en [medeverdachte 3] .
De mensen waren bang dat de politie zou komen, ze waren paniekerig. [medeverdachte 1] zou geld afpersen van iemand met [medeverdachte 3] . Ik weet dat de jongen zich heeft verdedigd en dat hij [medeverdachte 1] heeft geslagen. Vervolgens hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hem zwaar mishandeld. Ik heb gehoord dat iemand een bot voorwerp in iemand zijn kont heeft gestoken. [medeverdachte 1] heeft die jongen eerst met [medeverdachte 3] mishandeld en [verdachte] heeft het werk afgemaakt.
12. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL133J 2010302690-78 van 26 oktober 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 11] , met doorgenummerde pagina 371 t/m 381.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 oktober 2011 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [medeverdachte 3] :
Ik was in de nacht van 10 op 11 december 2010 met [medeverdachte 1] op de [a-straat 1] in De Kwakel. [medeverdachte 1] had gezegd dat het ging om een bezoekje van 5 minuten. Iemand was hem namelijk geld schuldig. [medeverdachte 1] had ons opgebeld en ik heb samen met [betrokkene 1] hem opgehaald.
[medeverdachte 1] was met [verdachte] .
We begonnen het gesprek in de gang en we gingen naar zijn kamer. In de kamer was die man die geroepen was en er was nog een jongen in die kamer. [medeverdachte 1] wilde geld en de jongen zei dat hij het geld ging halen. [medeverdachte 1] en ik gingen weer naar de gang. En toen heeft de jongen [medeverdachte 1] en mij geslagen en [betrokkene 1] sprong op die jongen. [betrokkene 1] en [verdachte] waren de hele tijd in de woonkamer.
[medeverdachte 1] heeft die jongen geslagen met de vlakke hand om het geld te vragen.
Ik heb die jongen geslagen. [medeverdachte 1] zou een jongen slaan en ik die andere en zo moesten we hen bang maken.
Tijdens het gesprek dat ik met [medeverdachte 1] , [verdachte] en [betrokkene 1] had, heeft een van hun verteld dat hij een stok of een buis in de kont had geprikt.
13. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2010302690-62 van 23 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 12] en [verbalisant 4] , met doorgenummerde pagina’s 346 t/m 351.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 maart 2011 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :
Op vrijdag 10 december 2010 was ik met [medeverdachte 3] (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ), [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) en [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte). Ineens zei iemand, ik denk dat het [medeverdachte 1] was, dat we naar kennissen konden gaan.
We zijn alle vier naar de woonkamer gegaan. Na 5 minuten gingen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] weg en zij zeiden dat ze met iemand gingen praten.
Opeens hoorde iedereen een dof geluid. Dat hoorden wij drie keer. En toen zagen we [medeverdachte 1] uit de kamer komen met zijn hoofd onder het bloed. Toen de jongens hem met die hoofdwond zagen, is iedereen naar de gang gegaan. Uit de kamer waar [medeverdachte 3] en [verdachte] naar toe gingen, kwam een Poolse jongen, die een ijzeren staaf in zijn hand had. Hij sloeg [medeverdachte 1] twee keer met die staaf op zijn hoofd. Uit de groep die in de gang stond, is [verdachte] naar voren gekomen en is op de jongen gesprongen. Uit de kamer waar die jongen met de staaf uit kwam, kwam nog een jongen. [medeverdachte 1] was woedend en hij is op die jongen gesprongen. En toen begon de slachtpartij.
De 2 mannen van de kamer hebben gevochten met [verdachte] en [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] vocht met een ander.
De hiervoor vermelde bewijsmiddelen 4, 5, 8 en 10, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering betreft, zijn telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.”