Conclusie
1.Feiten en procesverloop
maar in ieder geval binnen drie weken na deze beschikking dus vóór 4 augustus 2021,een nieuwe medische verklaring ten aanzien van betrokkene op te (laten) stellen. Deze medische verklaring dient zowel naar de rechtbank als naar de advocaat van betrokkene te worden opgestuurd. De rechtbank verwacht deze medische verklaring voor 10 augustus 2021 in haar bezit te hebben.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
een oproep is gestuurd naar het adres van zijn moeder, waar hij wisselend verblijft'(rov. 1.4). Aldus heeft de rechtbank volgens het middel miskend dat met een oproeping zal moeten worden recht gedaan aan het voorschrift van art. 6:1 lid 1 Wvggz Pro dat betrokkene door de rechter wordt gehoord tenzij deze vaststelt dat hij niet bereid is te worden gehoord, welk voorschrift niet alleen uit het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor voortvloeit maar ook waarborgt dat iemand niet van zijn vrijheid wordt beroofd zonder dat hij, als hij dat wenst, door de rechter wordt gehoord. Het gaat om meer dan hetgeen reeds voortvloeit uit het fundamentele beginsel van een behoorlijke rechtspleging dat elke partij de gelegenheid moet krijgen om haar standpunt naar voren te brengen voordat de rechter een beslissing neemt, tegen welke achtergrond worden beoordeeld de onderzoeksplicht van de rechter naar de bereidheid van de betrokkene om zich te doen horen en de motivering van zijn vaststelling dat die bereidheid niet aanwezig was. [3]
NJ2019/410).
'geen bekende vaste woon- of verblijfplaats'had (c.q. dakloos was) en op het adres van zijn moeder 'wisselend' verbleef, brengt rechtens niet mee dat de rechtbank kan worden geacht te hebben voldaan aan haar onderzoeksplicht naar de bereidheid van de betrokkene om te worden gehoord, nu ook dan dient te worden gewaarborgd dat niemand van zijn vrijheid wordt beroofd zonder dat de betrokkene als hij dat wenst door de rechter wordt gehoord, voordat wordt beslist.
NJ2016/198), heeft de rechtbank blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Immers, hier is géén sprake van een machtiging voor een noodsituatie waarvoor de uitzondering is aanvaard dat de betrokkene voor een verhoor niet steeds behoorlijk dient te zijn opgeroepen door de griffie overeenkomstig het bepaalde in art. 261 jo Pro. 272 e.v. Rv. Aldus heeft de rechtbank ook dan onder de gegeven omstandigheden ten onrechte betrokkene niet door de griffier laten oproepen waarbij de rechtbank een aan deze zaak aangepaste wijze van oproeping had kunnen bepalen met inachtneming van wat de rechtbank over zijn verblijfplaats wel (inmiddels) bekend was (geworden).
track and trace-code bleek dat die brief is ontvangen; [15]
NJ2020/401 om te bepleiten dat miskend wordt dat met het systeem van (art. 6:5 en Pro 8:9 e.v.) de Wvggz niet strookt een zorgmachtiging waaraan de voorwaarde wordt verbonden dat een nieuwe medische verklaring wordt verkregen als de zorgverantwoordelijke op een moment gelegen binnen de geldigheidsduur van een te verlenen zorgmachtiging beslist om verplichte zorg te verlenen die bestaat in het opnemen van betrokkene in een accommodatie (indien deze noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden).
verleendvoor de periode tot 28 december 2021. Bij het verlenen van die machtiging is betrokkene behoorlijk gehoord, is een nieuwe medische verklaring van 30 juli 2021 opgesteld, en betrokkene heeft het oordeel dat ten tijde van de beschikking van 5 augustus 2021 was voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz niet (inhoudelijk) bestreden. [21] Daarbij geldt dat op een eventuele nietigheid van de vorige rechterlijke titel voor vrijheidsbeneming - in dit geval de beschikking van 28 juni 2021 - niet met succes een beroep kan worden gedaan in de procedure waarin een aansluitende titel voor vrijheidsbeneming (bijv. een vervolgmachtiging) is gevorderd of verzocht. [22]