Conclusie
1.Feiten en procesverloop
binnen veertien dagenna verzending van deze brief mij te bevestigen dat ieder overleg tussen (medewerkers van) de Gemeente met [verweerster 2] of aan haar gelieerde (rechts)personen over de herontwikkeling van de Gemeentehuislocatie wordt gestaakt en dat een openbare biedprocedure wordt gestart met betrekking tot de herontwikkeling van in ieder geval de Gemeentehuislocatie.
primairde Gemeente zal verbieden de gemeentehuislocatie te verkopen en te leveren, anders dan na het doorlopen van een voorafgaande openbare en non-discriminatoire biedingsprocedure zoals nader omschreven in de vordering. Hieraan waren nevenvorderingen gekoppeld, waaronder een dwangsomsanctie. Ook vorderden eiseressen dat de voorzieningenrechter de Gemeente zal bevelen hun een schriftelijke uitnodiging te sturen om een bod te doen op de gemeentehuislocatie, zoals nader omschreven in de vordering. Ook hieraan waren nevenvorderingen gekoppeld, waaronder een dwangsomsanctie.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel IIis gericht tegen rov. 5.7 en betreft het door eiseressen gestelde onrechtmatig verlenen van staatssteun door de Gemeente aan [verweerster 2] .
Onderdeel IIIdient slechts ter afsluiting.
onderdeel I.aheeft het hof hier miskend dat wel degelijk een rechtsnorm geldt die ertoe strekt dat het openbaar bestuur (in dit geval: de Gemeente) bij de verdeling van schaarse grond, zoals hier, aan (potentiële) gegadigden ruimte behoort te bieden om mee te dingen naar de aankoop van de grond. Deze norm − in het cassatiemiddel aangeduid als de
‘mededingingsnorm bij schaarse grond’ − vloeit volgens eiseressen voort uit het gelijkheidsbeginsel, dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen aan potentieel geïnteresseerden. Daarnaast zou het hof hebben miskend dat, om gelijke kansen te realiseren, het openbaar bestuur in beginsel een passende mate van openheid dient te verzekeren. Deze norm – in het cassatiemiddel aangeduid als de ‘
transparantienorm bij schaarse grond’ – zou gelden zodra het openbaar bestuur weet althans had behoren te weten dat er meer dan één gegadigde voor dit perceel grond is.
onderdeel I.caangehaalde stellingen. Zonder nadere motivering valt volgens de klacht niet in te zien dat de Gemeente op enigerlei wijze aan eiseressen serieus gelegenheid heeft geboden om mee te dingen naar aankoop van de gemeentehuislocatie. Evenmin blijkt uit het arrest hoe het hof, bij deze lezing, tot de slotsom is gekomen dat de Gemeente een passende openbaarheid heeft betracht bij de verkoop van de gemeentehuislocatie. Tot zover de klachten.
schaarse vergunningenop enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om mee te dingen naar de beschikbare vergunning(en).
speciesvan het ruimere begrip ‘schaarse publieke rechten’. [23] In dit verband wordt ook wel een vergelijking gemaakt met de regeling van het ‘subsidieplafond’ in de Algemene wet bestuursrecht. [24] Ook dit gaat uit van een situatie waarin sprake is van ‘schaarste’, zodat enigerlei vorm van verdeling tussen meerdere gegadigden noodzakelijk is. In een situatie waarin zoveel publieke rechten te vergeven zijn (onderscheidenlijk zoveel subsidie te vergeven is) dat alle aanvragen van gegadigden volledig kunnen worden ingewilligd, is er geen sprake van ‘schaarste’. Indien vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde is (‘uniciteit’), is er evenmin sprake van een verdelingsvraagstuk waarop het gelijkheidsbeginsel wordt toegepast.
legesof andere financiële tegenprestatie die de wederpartij moet verrichten om een schaars publiek recht te verkrijgen, wordt niet in een vrije markt bepaald, maar is afhankelijk van de publiekrechtelijk daarvoor vastgestelde tarieven. [31] Om deze reden acht ik het geen vanzelfsprekendheid dat de mededingingsnorm en de transparantienorm die in de bestuursrechtspraak zijn ontwikkeld voor de verdeling van ‘schaarse publieke rechten’ door een bestuursorgaan één op één worden overgenomen wanneer het gaat om privaatrechtelijke handelingen van een overheidslichaam op de vrije markt.
nietaan de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden gerelateerde component van de winst ervandoor gaat. Zulke situaties zouden zich bijvoorbeeld kunnen voordoen wanneer in de vrije markt voor onroerend goed zich een uitzonderlijk gunstige kans op een aan- of verkooptransactie voordoet en een aan protocollen gebonden overheidslichaam niet snel genoeg daarop kan reageren omdat eerst een openbare bekendmaking en het afronden van een inschrijvingsprocedure nodig is.
algemenebeginselen van behoorlijk bestuur. [37]
standstill-verplichting”). Wanneer de nationale rechter vaststelt dat – kort gezegd – sprake is van staatssteun en de
standstill-verplichting wordt geschonden, kan de nationale rechter, ook in een kort geding, bevel geven om de uitvoering van de betrokken staatssteunmaatregel te doen opschorten en de terugvordering van reeds verrichte steunbetalingen gelasten of andere voorlopige maatregelen bevelen ten einde de belangen van anderen te beschermen en het nuttig effect te behouden van een door de Commissie ten aanzien van de voorgenomen steunmaatregel te nemen beslissing. [41] Ingeval sprake is van staatssteun, zoals het hof aan het slot van rov. 5.7 veronderstellenderwijs aanneemt, was het hof verplicht om de voorlopige maatregelen te treffen zoals eiseressen hadden gevorderd. Tot zover de klacht.
standstill-verplichting. [42] Indien de ongeoorloofde staatssteun reeds is verleend kunnen maatregelen worden getroffen om zeker te stellen dat de onrechtmatig verleende steun ongedaan wordt gemaakt, bijvoorbeeld door terugbetaling door de begunstigde van de onrechtmatig genoten staatssteun aan de Gemeente die deze steun heeft verleend. Indien de onrechtmatig verleende staatsteun bestaat uit het door een overheidslichaam verkopen van een onroerende zaak voor een koopprijs onder de (objectief te bepalen) marktwaarde daarvan, waardoor de koper wordt bevoordeeld in vergelijking tot andere potentiële gegadigden, is het volledig ongedaan maken van de desbetreffende verkooptransactie (en van de daarop volgende levering) inderdaad een mogelijkheid om dat doel te bereiken. Het is echter niet de enige mogelijkheid. Ook op andere manieren kan worden bereikt dat de onrechtmatige staatssteun wordt terugbetaald: zo kan, in dit voorbeeld, de koper met instandhouding van de koopovereenkomst het verschil tussen de objectief bepaalde marktwaarde en de (te lage) koopsom met rente bijbetalen aan het overheidslichaam dat als verkoper optrad of voor dat bedrag zekerheid stellen.
primairde Gemeente zal verbieden de gemeentehuislocatie te verkopen en te leveren anders dan na het doorlopen van een voorafgaande openbare en non-discriminatoire biedingsprocedure,
subsidiairde Gemeente zal bevelen aan haar een schriftelijke uitnodiging te sturen om een bod te doen op de gemeentehuislocatie en
uiterst subsidiairvoorzieningen beveelt en/of verbiedt die hem juist voorkomen.”
proof’ [51] . Ook volgens [verweerster 2] was de koopprijs gebaseerd op een objectieve taxatie en is van verboden staatssteun geen sprake. [52]
de minimis-grens blijft.
op welke datumde taxatie door een onafhankelijke taxateur is uitgebracht, noch op welke datum de onderhandelingen tussen de Gemeente en [verweerster 2] volgens het hof zijn aangevangen. In zoverre slaagt mijns inziens onderdeel II.a als de Hoge Raad aan deze klacht toekomt, maar dat baat eiseressen niet wanneer de in de mededelingsnorm bedoelde ‘schaarste’ niet blijkt.