Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
mededeling van de verbalisant:
aangever [betrokkene 1]:
mededeling van de verbalisanten of één van hen:
mededeling van de verbalisant:
plv-AG: betrokken) inbeslaggenomen Audi S4 voorzien van kenteken [kenteken]. Ik zag dat het sleutelgat van het bestuurdersportier van de Audi S4 geheel ontbrak. Ik zag dat deze geheel uit het portier was gehaald. Ik zag dat er een schroef in het sleutelgat van de ‘gearlock’ zat geschroefd. Ik zag dat de middenconsole van de Audi S4, ter hoogte van de ‘gearlock’, was vernield.
aangever [betrokkene 3]:
Zaak B
(plv-AG: hij)de tegenovergestelde richting opliep maar niet dat hij eerder bij die Audi was. Uit het dossier blijkt verder dat er geen enkele getuige is die cliënt iets heeft zien doen ten aanzien van die Audi.
(plv-AG:weet)moet hebben geweten dat de medeverdachte van plan is een auto te gaan stelen. Die omstandigheid levert zelfs niet eens medeplichtigheid op nu er geen gedraging kan worden vastgesteld die het feit mogelijk heeft gemaakt.
3.Juridisch kader
4.Beoordeling van het middel
5.Het tweede middel
NJ2020/409, m.nt. Ten Voorde, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.
6.Het derde middel
mededeling van de verbalisant:
(het hof begrijpt: de op de Humberweg haaks staande Rhoneweg)te Amsterdam. De diefstal was gepleegd op 18 juni 2016.
(het hof begrijpt: een andere in de nabijheid van het voertuig van de aangever geparkeerde auto).
aangever [betrokkene 4]:
mededeling van de verbalisant:
(het hof begrijpt: de als NN2 aangeduide persoon in bewijsmiddel 1).
mededeling van de verbalisant:
het hof begrijpt: de als NN2 aangeduide persoon in bewijsmiddel 1).”
Zaak C
7.De beoordeling van het middel
NJ2015/390 m.nt. Mevis opgesomde omstandigheden die bij de beoordeling van medeplegen een rol spelen, waardoor het oordeel dat er sprake is geweest van medeplegen onvoldoende is gemotiveerd.
NJ2015/390 m.nt. Mevis genoemde omstandigheden wel degelijk bij zijn oordeel betrokken. Voor zover wordt betoogd dat al deze omstandigheden in een concrete casus aanwezig dienen te zijn om tot een bewezenverklaring van medeplegen te kunnen komen, berust dit op een onjuiste rechtsopvatting. Daarmee falen ook de klachten onder ii).