Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep en andere formele vraagpunten
aanvullendvan toepassing zijn. Op soortgelijke gronden als die, waarop aan de burgemeester in die hoedanigheid procesbevoegdheid toekomt in een procedure als bedoeld in art. 7:6 Wvggz Pro [12] , kan mijns inziens worden gezegd dat (naast de zorgaanbieder-rechtspersoon) ook de zorgverantwoordelijke of geneesheer-directeur die de in de klachtprocedure bestreden beslissing heeft genomen, in hoedanigheid als partij kan optreden in de procedure bij de rechtbank en vervolgens (vertegenwoordigd door een advocaat bij de Hoge Raad) in de procedure in cassatie. [13]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
toelichting op de klacht onder 1.1(onder het kopje “Gedeeltelijke gegrondverklaring”) is onduidelijk wat de rechtbank met de beslissing in het dictum heeft bedoeld. Indien de rechtbank heeft bedoeld dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan, moet voor de motivering van de beslissing (tot overdracht van de zorg aan GGZ Drenthe) moeten worden gekeken naar de beschikking van de rechtbank zelf. De toelichting vermeldt dat in het beroepschrift (punt 3) werd verwezen naar art. 2:1, leden 5 en 6, Wvggz, en dat in dat verband namens betrokkene was aangevoerd dat het uitdrukkelijk zijn wens is, te worden behandeld in zijn eigen regio (d.w.z. in de regio Rotterdam of desnoods in de regio’s Den Haag of Amsterdam). In de beschikking van de rechtbank ontbreekt elke referentie aan genoemd wetsartikel. De rechtbank heeft niet – overeenkomstig dit wetsartikel − vastgesteld dat betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is; evenmin heeft de rechtbank vastgesteld dat acuut levensgevaar voor hem dreigt dan wel dat er een aanzienlijk risico is voor een ander. Tot zover de klacht.
toelichting op de klacht onder 1.2wordt geklaagd dat de rechtbank ten onrechte vaststelt dat aan de eisen van doelmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit is voldaan. Ter uitwerking van deze klacht is samengevat het volgende aangevoerd:
afgesprokendat de zorgverantwoordelijke psychiater zou onderzoeken of betrokkene in een kliniek voor langdurige opname kan worden behandeld, hetzij in Antes Poortugaal, hetzij in “een andere gespecialiseerde kliniek” in Den Haag of Amsterdam. Afgesproken werd dat de zorgverantwoordelijke psychiater de rechtbank hierover binnen één maand zal berichten. Een dergelijke afspraak impliceert dat, indien uit het in te stellen onderzoek blijkt dat voor betrokkene een geschikt alternatief kan worden gevonden in een kliniek dichter bij Rotterdam dan de accommodatie in Beilen, de mogelijkheid van een (nieuwe) beslissing tot overplaatsing (vanuit Beilen) naar die kliniek tot de mogelijkheden behoort.
in een kliniek van Antes,in een behandelsetting waarvan zij dachten dat het succesvol zou kunnen zijn voor betrokkene; ter zitting heeft de behandelaar (nl. de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige) verklaard dat gebleken is dat dat niet mogelijk is;
onderdeel IIheeft de rechtbank verzuimd te beslissen op het in het beroepschrift gedane verzoek tot schorsing van de beslissing (op de voet van art. 10:9 Wvggz Pro). De klacht houdt in dat dit verzuim, mede gelet op de vrijheidsbeneming en de schending van art. 8 EVRM Pro die verbonden is aan de beslissing tot overplaatsing, in strijd is met art. 5 lid Pro 1, aanhef en onder e, EVRM in verbinding met art. 6 lid 1 EVRM Pro en met art. 8 EVRM Pro.
toelichting op de klacht onder 3.1neemt betrokkene tot uitgangspunt dat niet blijkt dat de psychiater, zoals op 9 september 2020 was afgesproken, heeft onderzocht of er alternatieve plaatsingsmogelijkheden zijn in de regio’s Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. De klacht houdt in dat het oordeel in rov. 4.2.3, eerste volzin, dat is komen vast te staan dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene langdurig op te nemen en te behandelen in een Antes kliniek of elders in de regio Rotterdam, op een wijze die overeenkomt met de zorg die GGZ Drenthe in Beilen aan betrokkene biedt, onjuist is, althans onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. In de
toelichting onder 3.2wordt gesteld dat uit de uitlatingen van de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige ter zitting van 7 oktober 2020 niet blijkt dat serieus naar alternatieven is gekeken: er is ‘gefocust’ op de accommodatie in Beilen.
toelichting op de klacht onder 3.3wordt gesteld dat betrokkene in zijn klacht van 6 augustus 2020 met betrekking tot onder meer de medicatie had aangevoerd dat, mocht hij de motivatie voor medicatiegebruik dreigen kwijt te raken, er “een nieuwe wet” is die hem op het goede spoor kan houden. De klacht in cassatie houdt in dat uit de beschikking niet blijkt dat de rechtbank in haar beoordeling heeft betrokken de mogelijkheden die de Wvggz biedt voor een ambulante behandeling. In dat kader wordt gewezen op de volgende stelling in het beroepschrift:
Verzoeker is echter ook bereid om zelf door te stromen naar bijvoorbeeld een eigen begeleide of beschermde woonvorm in de regio als hij in de kliniek eveneens hier in de regio is gestabiliseerd. Daarna is hij bereid tot ambulante behandeling. Doordat in de nieuwe wet ook veel meer ambulante dwang mogelijk is, is Beilen geen ultimum remedium te noemen.” (vetgedrukt origineel)