Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.’
of leegstaande objecten met een woonbestemming kwalificeren eveneens als woning. Het hiervoor beschreven onderscheid wordt thans ook gehanteerd in het kader van de objecttyperingen van onroerende zaken in de op het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken gebaseerde regeling inzake het op uniforme wijze uitwisselen van de WOZ-waardegegevens. ’
dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden
of leegstaande objecten met een woonbestemming kwalificeren eveneens als woning
4.Wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
Wetgeving
BNB1978/115. Gemeenten die de oppervlakte tot grondslag hadden, moesten het onderscheid wél maken om met de toepasselijke vermenigvuldigingscijfers de oppervlakte te 'corrigeren'. Voor bouw- en verbouwsituaties behelsden het zesde en negende lid van art. 4 van Pro de OGB-verordening van Uitgeest (zie HR 5 september 1979, nr. 19 420,
BNB1979/268, blz. 1350, regels 23-28 resp. 41-47) bijzondere regelingen, die in oppervlaktegemeenten usantieel waren. Zelfs de nog altijd merkwaardige beslissing in HR 25 november 1998, nr. 33 944,
BNB1999/19 met mijn noot, dat appartementseigenaren gebruikers zijn van (toekomstige) gedeelten van het gebouw dat bij het begin van het jaar nog niet was voltooid, is er ook bij de waardegrondslag van uitgegaan dat een opstal in aanbouw geen gebouwd eigendom is en dat de grond waarop die opstal wordt gebouwd moet worden aangemerkt als een ongebouwd eigendom; zie onderdeel 3.3 van dat arrest-Amsterdam.
Kamerstukken II1996/97, 25 037, nr. 3, blz. 20):
5.Beoordeling van de klachten van belanghebbende
Woningen in aanbouw of leegstaande objecten met een woonbestemming kwalificeren eveneens als woning.[cursivering A-G] Het hiervoor beschreven onderscheid wordt thans ook gehanteerd in het kader van de objecttyperingen van onroerende zaken in de op het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken gebaseerde regeling inzake het op uniforme wijze uitwisselen van de WOZ-waardegegevens (Regeling Stuf-WOZ).
Woningen in aanbouw of leegstaande objecten met een woonbestemming’,is mijns inziens af te leiden dat met ‘object’ hier een huis of gebouw is bedoeld en dus niet een (vrijwel) onbebouwd perceel. De wetgever heeft het (lagere) OZB-tarief voor woningen kennelijk ook willen toepassen op tijdelijk leegstaande objecten, zoals ingeval de eigenaar tijdelijk in het buitenland verblijft of deze in afwachting is van het vinden van een nieuwe huurder.