Conclusie
1.Het cassatieberoep
De klager heeft een bedrijf dat zich bezig houdt met de in- en verkoop en onderhoud van auto’s. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen klager wegens de verdenking van witwassen zijn onder hem op 12 november 2018 23 auto's inbeslaggenomen. De verdenking houdt onder meer in dat hij zijn bedrijf gestart is met crimineel vermogen. Het beslag is gegrond op art. 94 lid 2 Sv Pro.
De stand van zaken in de strafzaak is als volgt. In het onderzoek […] heeft het Openbaar Ministerie het eind proces-verbaal ontvangen, maar dit is op onderdelen niet volledig. De zaak kan nog niet worden aangebracht bij de rechtbank. In de strafzaak waar klager bij betrokken is, is het deeldossier wel volledig en die zaak zouden we aan kunnen brengen bij de rechtbank. Het Openbaar Ministerie weet welke feiten er op de dagvaarding komen. Het Openbaar Ministerie is nu aan het kijken of zij alle zaken in één keer wil aanbrengen of dat zij toch de zaken gaat splitsen. Ik durf met de huidige coronamaatregelen niet te zeggen wanneer dat zal zijn. “ (…)
U vraagt mij waarom de auto’s op het terrein van klager zijn blijven staan. Het Openbaar Ministerie heeft ervoor gekozen om hem als bewaarder aan te stellen omdat klager anders met een leeg bedrijf zou achterblijven en dat wilde het Openbaar Ministerie niet voor het aanzien van het bedrijf. Op het moment dat er een klaagschrift werd ingediend, is de procedure on hold gezet. De procedure heeft langer geduurd in verband met cassatie. De auto’s zijn daarom ook nog niet vervreemd.