Conclusie
Nummer21/02249
Inleiding
Het procesverloop
blijkens de aan deze akte gehechte volmacht”.
“SCHRIFTELIJKE VOLMACHT INSTELLEN HOGER BEROEP
Cliënt is van zijn stuk gebracht door zijn mogelijke niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep.” Na het requisitoir van de advocaat-generaal en het door de advocaat-generaal overleggen van de vordering aan het hof, voerde de raadsman het woord tot verdediging als volgt: “
Ik vind het heel vervelend, maar ik ben daar niet bij betrokken geweest. Ik wil mijn collega niet afvallen.”
Het bestreden arrest
“Ontvankelijkheid van het hoger beroep
een (kaal/niet-ondertekend) e-mailbericht niet is aan te merken als een bijzondere volmacht als bedoeld in artikel 450, derde lid, Sv;
een als bijlage bij een e-mailbericht gevoegde (en daarmee binnen de appeltermijn ingekomen) brief, die voldoet aan de eisen gesteld in HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7810 en naar een voor het instellen van rechtsmiddelen aangewezen e-mailadres is gestuurd, wel geldt als bijzondere volmacht;
indien de schriftelijke volmacht van de advocaat niet door deze zelf maar door een ander, zoals de secretaresse van de raadsman, is ondertekend, het verzuim van de raadsman zelf te ondertekenen voor gedekt kan worden gehouden ingeval verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv Pro gemachtigd raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen en deze aldaar - zo nodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd - heeft verklaard dat aan de verlening van de niet door de advocaat zelf ondertekende volmacht de wens van verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen.
Het middel
Het juridisch kader
onder (ii), en is voorzien van ondertekening door de advocaat. De enkele omstandigheid dat die inhoud niet is opgenomen in een bijlage bij het e-mailbericht aan de griffiemedewerker maar in het e-mailbericht zelf, geeft onvoldoende grond de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het cassatieberoep.” [4]
ingeval ter terechtzitting in hoger beroep wel de verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv Pro gemachtigde raadsman is verschenen en deze aldaar - zonodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd - heeft verklaard dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen, zodat dat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR 20 maart 2012, LJN BV6999, NJ 2012/426), en evenmin op de grond dat de volmacht niet voldoet aan de onder (ii) en (iii) vermelde voorwaarden[verklaring dat de verdachte instemt met het in ontvangst nemen van de oproeping en de bekendmaking van het adres van de verdachte voor een afschrift van de oproeping]
ingeval de verdachte dan wel een op de voet van art. 279 Sv Pro gemachtigde raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, aangezien het belang dat met die voorwaarden is gediend, in zo een geval niet is geschaad, zodat het verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR 22 januari 2013, LJN BY8357, NJ 2013/75).” [6]
p/o”) en in het geval van HR 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:102,
NJ2016/102 (handtekening van de secretaresse van de advocaat). In die laatste zaak overwoog de Hoge Raad dat
zo een verzuim (…) voor gedekt [kan] worden gehouden ingeval de verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv Pro gemachtigde raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen en deze aldaar - zonodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd - heeft verklaard dat aan de verlening van de niet door de advocaat zelf ondertekende volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen.” [8]
Gelet op de jurisprudentie over andere volmachtgebreken, waarin een verschillende behandeling tussen hoger beroep en beroep in cassatie in essentie is losgelaten en de algemene lijn is dat aan fouten in de volmacht geen overwegend gewicht toekomt indien in een later stadium blijkt – ter zitting onderscheidenlijk door het indienen van een rechtsgeldige cassatieschriftuur – dat de verdachte het betreffende rechtsmiddel heeft willen doen instellen, lijkt het mij in de rede te liggen dat het verzuim de volmacht niet te ondertekenen ofwel voor “gedekt” moet worden gehouden als die wens van de verdachte onmiskenbaar ter zitting blijkt (in hoger beroep), dan wel dan wel als een omstandigheid die niet tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep hoeft te leiden indien de cassatieschriftuur aan de eisen als hiervoor (…) bedoeld voldoet.” [9]