Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelwordt geklaagd dat art. 36e, eerste lid, Sr is geschonden nu de toewijzing van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel berust op onjuiste gronden. De toelichting begrijp ik aldus dat indien de middelen ingediend in de strafzaak doel zouden treffen, de grondslag van het arrest in de ontnemingszaak zou komen te vervallen.