ECLI:NL:PHR:2024:281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen ontnemingsbeslissing in Caribische strafzaak
In deze zaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire een bedrag van NAf 1.718.197,00 vastgesteld als wederrechtelijk verkregen voordeel en dit aan de betrokkene opgelegd tot betaling. Het cassatieberoep richt zich tegen deze ontnemingsbeslissing en bevat drie middelen.
Het eerste middel klaagt over het niet horen van bepaalde getuigen door het Hof en het gebruik van hun verklaringen zonder dat de verdediging deze kon ondervragen. De conclusie stelt dat geen verzoek tot het horen van deze getuigen in de ontnemingsprocedure is gedaan, waardoor het middel feitelijk geen grondslag heeft en faalt. Tevens is er geen wettelijke plicht voor het Hof om ambtshalve een ondervraging te organiseren.
Het tweede middel verwijst naar schending van art. 1:77 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten en beroept zich op middelen uit de hoofdzaak. Dit wordt niet als een geldig cassatiemiddel beschouwd en blijft onbesproken.
Het derde middel klaagt over een vermeende schending van de redelijke termijn in hoger beroep. Omdat de betrokkene en zijn raadsman aanwezig waren en geen verweer hebben gevoerd over termijnoverschrijding, kan dit middel niet slagen.
De conclusie adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen, omdat geen gronden voor vernietiging zijn aangetroffen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsbeslissing van het Hof blijft in stand.