Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Waarover het in deze verschoningsrecht-zaak gaat
3.De bestreden beschikking van de rechtbank
4.Het middel
kunnenmeewegen bij deze beoordeling. De omstandigheid of de verdenking al dan niet is gericht tegen de (afgeleid) verschoningsgerechtigde is er daar een van. [9] De klacht dat rechtbank ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten dat het hier niet gaat om een zodanige verdenking, kan daarom op zichzelf niet tot een onbegrijpelijk oordeel van de rechtbank leiden. Wel kan deze omstandigheid bij de algehele begrijpelijkheid van het oordeel van de rechtbank worden betrokken. [10]
‘de inbreuk op het verschoningsrecht niet verder (...) gaan dan strikt nodig, voor het aan het licht brengen van de waarheid van het desbetreffende feit.