Conclusie
eerste middelheeft betrekking op de verwerping door het hof van enkele op art. 359a Sv toegesneden verweren. Het middel bevat een aantal deelklachten die in essentie neerkomen op een voortzetting van bij het hof gevoerde verweren. Op deze deelklachten ga ik na het weergeven van de relevante onderdelen uit het bestreden arrest nader in.
registratie geopend.
12. BELASTINGDIENST [d-straat 1] TE [plaats] , GEMEENTE ‘S-HERTOGENBOSCH
13. MELD MISDAAD ANONIEM
werd nader onderzoek verricht op internet/Facebook. Gedurende dit onderzoek werd een [betrokkene 1] aangetroffen welke woonachtig zou zijn in [plaats] , Zweden. Uit de Facebookgegevens bleek dat hij interesse had in zigeuners/Roma.
Inmiddels zijn er - sinds de eerste inzage - jaren verstreken. Het hof acht het daarbij niet ondenkbaar dat stukken van een onderzoek - dat reeds lang geleden is afgerond - op enig moment in het ongerede zijn geraakt, waaronder (persoonlijke) handgeschreven aantekeningen. Echter, het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak geen sprake is van een situatie waarin aan het recht van verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak op zodanige wijze tekort is gedaan, dat sprake is van een onherstelbare inbreuk op dat recht die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze in hoger beroep is gecompenseerd.
Met betrekking tot dit onderdeel constateert het hof geen onrechtmatigheden en komt het hof derhalve niet toe aan de vraag of eventuele onrechtmatigheden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zouden moeten leiden.
ik wil nog wel opmerken dat de eerste informatieverstrekking door de [familie 1] spontaan en niet op vragen van de Belastingdienst plaatsvond. Zij deden dit ter onderbouwing van het bezwaar tegen de reeds opgelegde aanslagen. Ze brachten toen een stapel met daarin een grotendeels soortgelijk pakketje per subject waaronder leningsovereenkomsten.’
tweede middelheeft betrekking op het onder 1 tenlastegelegde. Het is gericht tegen het oordeel van het hof dat de verdachte van het medeplegen van witwassen een ‘gewoonte’ heeft gemaakt.
derde middelheeft betrekking op het onder 3 tenlastegelegde. Het bevat de klacht dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen zou zijn omkleed en valt uiteen in een drietal deelklachten, die ik hieronder, na het weergeven van de relevante passages uit het arrest, nader bespreek.
aanvullende middelheeft betrekking op het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen in het hof ’s-Hertogenbosch. Het bevat de klacht dat – nu ook in de onderhavige zaak één of meerdere raadsheren niet op de door de wet voorgeschreven wijze beëdigd is/zijn – sprake zou zijn van een fundamenteel gebrek dat tot nietigheid zou moeten leiden.