ECLI:NL:PHR:2023:1118
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring witwassen ondanks onrechtmatig gebruik zwijgrecht
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof ’s-Hertogenbosch dat verdachte heeft veroordeeld voor witwassen en het gebruik van een niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter en legde een gevangenisstraf van drie maanden op.
Het cassatiemiddel richt zich op het feit dat het hof een verklaring van verdachte gebruikte waarin hij zich op zijn zwijgrecht beroept, hetgeen volgens vaste rechtspraak niet als bewijs mag dienen. De Hoge Raad erkent dat het hof dit onterecht heeft gedaan, maar oordeelt dat dit niet leidt tot vernietiging van het arrest omdat de bewezenverklaring ook zonder dit bewijsmiddel toereikend is gemotiveerd.
Het hof baseerde de bewezenverklaring op feiten en omstandigheden waaronder het geldbedrag van €4.455,60 werd aangetroffen, en het ontbreken van een concrete, verifieerbare en niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring van verdachte over de herkomst van het geld. De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf en dat verdachte daarvan op de hoogte was.
Daarnaast merkt de Hoge Raad ambtshalve op dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden, maar dat dit geen rechtsgevolgen heeft gezien de korte duur van de opgelegde straf en de mate van overschrijding.
De conclusie van de procureur-generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor witwassen en gebruik van een vals identiteitsbewijs.