Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte wegens mishandeling is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Het cassatiemiddel klaagt dat het mondeling gewezen arrest niet de bewezenverklaring en de strafmotivering bevatte, maar verwees naar het proces-verbaal van de terechtzitting. Volgens het middel leidt dit tot nietigheid van het arrest.
De conclusie van de procureur-generaal bespreekt uitgebreid de wettelijke kaders rond aanstonds mondelinge uitspraak (art. 345 Sv Pro) en de eisen aan het schriftelijke vonnis of arrest (art. 357 e.v. Sv). De conclusie stelt dat hoewel aanstonds uitspraak doen is toegestaan, het schriftelijke arrest zelf de strafmotivering moet bevatten en niet mag verwijzen naar het proces-verbaal. De werkwijze van het hof om te verwijzen naar het proces-verbaal voldoet niet aan de wettelijke eisen.
Desondanks oordeelt de conclusie dat het cassatieberoep niet tot vernietiging hoeft te leiden omdat de verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang heeft bij vernietiging. De verdachte heeft immers de mogelijkheid om de motivering in cassatie aan te vechten en het hof zou bij een eventuele herbeoordeling waarschijnlijk dezelfde motivering opnemen. De conclusie adviseert daarom het beroep te verwerpen.
Daarnaast wordt opgemerkt dat de redelijke termijn wordt overschreden, maar dat dit niet leidt tot strafvermindering gezien de aard van de opgelegde straf. De conclusie bevat ook een uitgebreide bespreking van eerdere jurisprudentie en literatuur over de procedurele aspecten van aanstonds uitspraak doen en de motiveringsvereisten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens het ontbreken van een voldoende rechtens te respecteren belang bij vernietiging.