ECLI:NL:PHR:2023:135
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen diefstal gereedschap ondanks betwisting uitvoeringshandeling
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk, wegens diefstal door twee of meer verenigde personen. Het hof stelde vast dat verdachte samen met een ander in de nacht van 29 op 30 oktober 2019 gereedschap uit werkbussen had weggenomen en kort daarna met het gestolen gereedschap in een Renault Kangoo werd aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts de bestuurder was van de auto en geen uitvoeringshandeling had verricht, waardoor sprake zou zijn van medeplichtigheid en niet medeplegen. De Hoge Raad bevestigde dat voor medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist is, waarbij ook de intensiteit van de samenwerking en aanwezigheid op belangrijke momenten meewegen.
Het hof had geoordeeld dat verdachte voorafgaand, tijdens en na de diefstallen aanwezig was, met een ander was opgetrokken en een deel van de opbrengst zou krijgen. Ook al was niet vastgesteld dat verdachte bij de eerste diefstal de auto had verlaten, kon uit de overige omstandigheden worden afgeleid dat sprake was van medeplegen.
Daarnaast faalde het middel dat het arrest nietig zou zijn wegens onjuiste beëdiging van raadsheren. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat beide middelen falen en het cassatieberoep verworpen kan worden met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van diefstal blijft in stand.