Conclusie
Toelichting:
Toelichting:
toelichting:
Toelichting:
Toelichting:
BFK: ik begrijp: appelschriftuur) merk ik voorts het volgende op.
Beoordeling onderzoekswensen
money transfernaar mijn oom in Marokko gestuurd. Ik stuurde zo’n 100 tot 200 liter olijfolie naar Nederland, de rest werd in Marokko verkocht. Dat deed ik zo’n twee keer per jaar. Eén liter levert in Nederland zo’n € 10,- tot € 15,- op.
Beginsaldo
Legale contante inkomsten
punt 2.2.4.2. Inkomsten verbouwen en handel Luzerne. Door [betrokkene 10] wordt over een periode van 8 jaren een inkomende contante geldstroom van
EUR 24.000.--aannemelijk geacht om redenen als vermeld in het rapport.
EUR 139.200gedurende de onderzoeksperiode aannemelijk is.
contanteomzet over de jaren 2007 tot 30 juni 2013 in totaal 965.872,59 euro bedroeg. Dat is bijna een miljoen euro!! En dat deze omzet niet gelogen is blijkt wel uit het Eneco onderzoek welke zich in het dossier bevindt. Zelfs het energieverbruik is namelijk gecontroleerd. En dan hebben we ook nog de omzet per pin. De verbalisanten hebben keurig per vestiging een overzicht gemaakt welk u hieronder aantreft. Het betreft hier enkel en alleen de contante omzet exclusief de contante inbreng van de compagnons en/of contante leningen.
contantebetaling leasetermijnen en cosmetica [C] . Over de periode 2010-2011 zou blijkens dit overzicht voor 67.434,74 euro (leasetermijnen) en 6.164,38 (cosmetica) aan contante betalingen gedaan zijn aan [D] . Dit maakt in totaal 73.599,12 euro. Of moet de stelling van het OM zo geïnterpreteerd worden dat dit overzicht onjuist is en dit bedrag van de contante uitgaven gehaald moet worden en gerede twijfel moet worden gesteld bij deze berekening.
Wilt u svp aangeven voor welke lokatie de contante betaling zijn gedaan"luidt het antwoord "
[B] op de [a-straat] in Utrecht werd de eerste jaren gerund door de vennoten [betrokkene 13] en [verdachte] ".
beide vennotenvereist is voor een rechtshandeling waarvan het geldelijk belang een bedrag van
vijfhonderd eurooverschrijdt.
nietvoor alles hoefde te betalen. En zo is het. [verdachte] betaalde ook niet voor alles. Alle kosten en baten waren voor beide vennoten. Dit had te gelden voor zowel [B] als [C] . Er is nergens uit gebleken dat [verdachte] de betalingen aan [D] voor zijn rekening en risico heeft genomen en dat deze uit zijn vermogen afkomstig waren, integendeel. De rechtbank acht het in haar vonnis in algemene zin wel aannemelijk dat door een compagnon geld wordt ingebracht in een startende onderneming, maar gaat er vervolgens aan voorbij dat het in algemene zin eveneens aannemelijk is dat deze zelfde compagnon - bij een 50/50 verdeling - ook de helft van de kosten draagt. Zeker als deze compagnons meegetekend en ingestemd hebben met de overeenkomsten welke met [D] zijn aangegaan. [verdachte] , [betrokkene 13] , [betrokkene 14] , [betrokkene 16] en de heer [betrokkene 11] geven alleen dezelfde verklaring over deze betalingen en de herkomst daarvan. De verklaringen van deze getuigen maken dat niet kan worden gezegd dat het onvoldoende duidelijk is dat de betalingen aan [D] niet uit het vermogen van [verdachte] komen. Bovendien wordt de verklaring van [verdachte] ondersteund door getuigen en verificatoire bescheiden welke zich in het dossier bevinden.’
Oordeel van het hof
€ 965.872,59.
€ 276.049.14contant opgenomen.
€ 6.454.-.
€ 39.000,-contante inkomsten.
€ 42.000,-aan verdachte te hebben geleend. Dit bedrag heeft hij opgenomen van zijn bankrekening en contant aan verdachte gegeven. Hij kon dit bedrag uitlenen omdat hij dat jaar een gouden handdruk had ontvangen van het bedrijf waar hij werkte. [betrokkene 15] en verdachte hebben de lening schriftelijk vastgelegd. Ter onderbouwing heeft [betrokkene 15] overgelegd een loonstrook van 22 september 2010 met daarop een uitkering van € 45.000,-, een bewijs van contante opname van € 42.000,- op 4 oktober 2010 en een overeenkomst van geldlening van 5 oktober 2010 op naam van [betrokkene 15] en verdachte.
€ 45.000.-.
€ 32.000.-.
€ 40.000.-.
€ 1.446.375,73
€ 782.847,-.
€ 11.610.-contant is betaald met betrekking tot reizen naar Marokko en één reis naar Dubai.
€ 47.389,52.
€ 26.000,-contant uitgegeven.
€ 23.260,-.
€ 29.960,-.Ten aanzien van de verklaring van verdachte overweegt het hof met de rechtbank dat de omstandigheid dat de contante betalingen binnen de familie plaatsvinden, de uitgaande contante geldstroom niet anders maakt.
€ 284.816,38ten aanzien van de betalingen met betrekking tot de [B] en het bedrag van
€ 391.267,63ten aanzien van de betalingen aan [D] .
€ 27.682.93, uit het vermogen van verdachte komt.
€ 242,959,- contant is voldaan door verdachte zelf en uit zijn eigen vermogen.
€ 11.746,99.
€ 1.879.539,45
eerstemiddel ziet op de afwijzing van een verzoek tot het horen van de getuigen [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] . Die afwijzing zou onbegrijpelijk althans ontoereikend gemotiveerd zijn nu de verdachte op grond van het resultaat van een eenvoudige kasopstelling verdacht wordt van gewoontewitwassen en de verzochte getuigen blijkens hetgeen aan de verzoeken ten grondslag is gelegd kunnen verklaren over de aard en omvang van door onder anderen de verdachte gegenereerde legale contante inkomsten uit luzernehandel, olijfoliehandel en de handel in exportauto’s c.q. auto-onderdelen.
tweedemiddel betreft de bewijsvoering. ’s Hofs oordeel dat het appartement ‘ [appartement] ’ in Marrakech uit enig misdrijf afkomstig is zou getuigen van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend gemotiveerd zijn, nu de vaststelling dat het aankoopbedrag van € 242.959 van dit appartement ‘contant is voldaan door verdachte zelf en uit zijn eigen vermogen’ niet zonder meer meebrengt dat dit geld uit enig misdrijf afkomstig is, aangezien deze contante uitgave tevens in de kasopstelling is opgenomen en het hof heeft vastgesteld dat de verdachte in de onderzochte periode € 1.446.375,73 aan contant geld voor uitgaven beschikbaar had.
derdemiddel betreft eveneens de bewijsvoering. ’s Hofs oordeel dat het geldbedrag van MAD 300.000,-, omgerekend € 27.682,93 (de post ‘terugstorting notaris’ in de kasopstelling) uit het vermogen van de verdachte komt en dat de verklaring van de verdachte over de alternatieve herkomst van dit geldbedrag niet aannemelijk is, zou niet zonder meer begrijpelijk zijn.
vierdemiddel betreft ook de bewijsvoering. Geklaagd wordt dat het oordeel van het hof dat voor de beantwoording van de vraag ‘of de door verdachte gedane contante uitgaven kunnen worden verklaard uit de door verdachte verkregen contante inkomsten, niet van belang is of een ‘familiepot’ heeft bestaan met daarin de opbrengsten uit onder meer de gezamenlijke handel in olijfolie en hoeveel geld er in een dergelijke pot aanwezig is geweest’, onjuist althans niet (zonder meer) begrijpelijk is. Voorts wordt geklaagd dat ’s hofs oordeel dat de verdediging het bestaan van de bedoelde ‘familiepot’ onvoldoende heeft onderbouwd, onbegrijpelijk althans ontoereikend gemotiveerd zou zijn en dat ’s hofs oordeel over het ‘gebruik’ van de ‘familiepot’ onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd zou zijn.
vijfdemiddel bevat de klacht dat het onbegrijpelijk is dat het hof de contante uitgaven en inkomsten van de zonnebankondernemingen in de kasopstelling heeft betrokken als door de economische eenheid tussen de verdachte en zijn vrouw gedaan en ontvangen. De steller van het middel voert daarbij aan dat de verdediging heeft betoogd dat de zonnebankondernemingen op zichzelf staande economische eenheden waren, die geen verwevenheid hadden met de economische eenheid tussen de verdachte en diens echtgenote in privé. Dat de verdachte bepaalde contante uitgaven heeft gedaan namens de zonnestudio’s zou niet maken dat deze uitgaven ten laste van zijn privévermogen zijn gekomen. Het hof zou daarom bij de bewezenverklaring van witwassen voor zover deze op het resultaat van de eenvoudige kasopstelling gebaseerd is, geen acht hebben mogen slaan op deze uitgaven.
zesdemiddel bevat de klacht dat het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn, in het bijzonder de inzendingstermijn in cassatie, is geschonden.