Conclusie
eerste middelklaagt over schending van art. 342, tweede lid, Sv nu de bewezenverklaring uitsluitend steunt op verklaringen van het halfzusje [slachtoffer] , die onvoldoende steun vinden in de overige bewijsmiddelen.
tweede middelfaalt.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die wordt beschuldigd van ontucht met zijn halfzusje, een meisje van nog geen twaalf jaar. Het hof had de verdachte veroordeeld op basis van de gedetailleerde en consistente verklaringen van het slachtoffer, ondersteund door een verklaring van de moeder als steunbewijs. De verdachte werd vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was omdat het uitsluitend steunde op de verklaring van het slachtoffer en dat het alternatieve scenario van het bekijken van een pornofilm niet adequaat was weerlegd. De Hoge Raad oordeelt dat het steunbewijs onvoldoende specifiek en concreet was om te voldoen aan de bewijsminimumvereisten van artikel 342 lid 2 Sv Pro.
De Hoge Raad benadrukt dat steunbewijs een surplus moet vormen boven de betrouwbaarheid van het slachtoffer en dat de aanwezigheid van het slachtoffer op de zolderkamer van de verdachte onvoldoende specifiek verband houdt met het bewezenverklaarde feit. Het alternatief scenario behoeft slechts respons indien het uitdrukkelijk onderbouwd is, wat hier niet het geval was.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor het onder 1 tenlastegelegde feit en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De overige middelen falen en er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het onder 1 tenlastegelegde feit en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.