Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit
3.Het eerste middel
gebruikmakenvan een vals geschrift), maar tevens een vervolging voor het eerste lid (het
opmakenvan een vals geschrift).
4.Het tweede middel
allein de bewezenverklaring genoemde belastingplichtigen aan de verdachte zijn voorgehouden en dat de verdachte daarop ook telkens heeft gereageerd. Op grond van art. 417 lid 1 Sv Pro mogen deze (getuigen)verklaringen voor de behandeling in hoger beroep als voorgelezen worden beschouwd. Voor zover het middel betrekking heeft op het in feitelijke aanleg niet aan de verdachte hebben voorgehouden van bij de FIOD afgelegde belastende verklaringen van belastingplichtigen, faalt het.
geenzorgkosten hebben gemaakt, berust het op een verkeerde lezing van het arrest. Voor de valsheid van de aangifte heeft het hof immers bewezen geacht dat
een te hoog bedragaan zorgkosten is opgevoerd. In zoverre faalt het middel.