Conclusie
1.Feiten en procesverloop
betrokkene iets moet doen of nalaten. Het afsluiten van de watertoevoer in de kamer van betrokkene is geen doen of nalaten van betrokkene. Het is een actie van de instelling die ziet op de bejegening van betrokkene. De klacht dient daarom ais bejegeningsklacht op grond van de Wkkgz behandeld te worden. Het feit dat [de zorgaanbieder] de klacht als een Wvggz-klacht heeft aangemerkt, om betrokkene meer rechtsbescherming te bieden, doet hier niet aan af. De rechtbank kan dus niet geadieerd worden.
2.Wettelijk kader
voor zover deze klachten overeenkomstig een bijzondere wettelijke regeling door een klachtencommissie kunnen worden behandeld. Dit betekende dat de klachtenregeling van de Wkcz niet kon worden toegepast op klachten die op grond van art. 41 Wet Pro Bopz konden worden behandeld.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Subonderdeel 1.ahoudt in dat de rechtbank ten onrechte, want in strijd met art. 24 Rv Pro, buiten de grenzen van de rechtsstrijd (in beroep) is getreden. Volgens de verdere uitwerking van deze klacht was tussen partijen niet in geschil dat het afsluiten van de watertoevoer door de zorgverantwoordelijke aan klager is aangezegd en toegepast op de grondslag van (art. 8:9 van Pro) de Wvggz, als een vorm van verplichte zorg als bedoeld in art. 3:2, lid 2 onder h (beperking van de vrijheid van klager om zijn eigen leven in te richten). [46] Volgens de klacht heeft de rechtbank zelf een omstandigheid ingebracht die niet in de procedure door een van de partijen was aangevoerd, namelijk het argument dat het tijdelijk afsluiten van de watertoevoer een eenzijdige actie van de kliniek betrof en niet een ‘doen of nalaten’ van klager is waarop art. 3:2, lid 2 onder h, Wvggz ziet.
tenzij uit de wet anders voortvloeit. Of toegang tot de rechter op de voet van art. 10:7 Wvggz Pro openstaat is een vraag van openbare orde. Deze vraag wordt ambtshalve beoordeeld, dus ongeacht of de wederpartij een beroep op niet-ontvankelijkheid heeft gedaan. [47] Kortom, wanneer bij de rechtbank een verzoekschrift is binnengekomen dat wordt gepresenteerd als een verzoek als bedoeld in art. 10:7 Wvggz Pro, en de rechtbank constateert dat het verzoek niet betrekking heeft op een onderwerp waarover een klacht als bedoeld in art. 10:3 Wvggz Pro kan worden ingediend, mag de rechtbank ambtshalve tot het oordeel komen dat de bijzondere rechtsgang van art. 10:7 Wvggz Pro niet openstaat voor de verzoeker. De toegang tot de rechter staat niet ter vrije beschikking van partijen tenzij de wet zelf daarvoor ruimte biedt (zoals bijvoorbeeld bij prorogatie). Over een gebrek aan hoor en wederhoor wordt niet geklaagd. Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling heeft de rechter de voorgenomen beslissing met partijen besproken.
Welke bejegening en begeleiding nodig is, kan in de zorgmachtiging worden opgenomen. Dat geldt ook voor verzorging en bescherming. De zorgaanbieder is dan verplicht deze te leveren.
verplichte zorg(en kan alleen de route van de algemene klachtenregeling van de Wkkgz worden bewandeld). [60]
feitelijkeffectueren van de afsluiting van de watertoevoer naar de kamer van klager had de zorgverantwoordelijke niet de medewerking van klager nodig – de rechtbank spreekt van een eenzijdige ‘actie van de instelling’ −, maar de tijdelijke afsluiting lijkt toch vooral te zijn gericht op gedragsbeïnvloeding: het bewerkstelligen van een gedragswijziging bij klager waarvoor de medewerking van klager moest worden verkregen. De enkele omstandigheid dat hetzelfde resultaat (‘kraan dicht’) ook zonder medewerking van klager kon worden bereikt, door het feitelijk afsluiten van de watertoevoer naar zijn kamer, maakt niet dat er geen sprake kan zijn van ‘verplichte zorg’.