Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Een korte schets van de feiten
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Het middel
illegaletransacties, laat staan dat hij die kans heeft aanvaard. [2] In het onderhavige geval geldt dit des te meer, nu het hof ook onderdelen van de verklaringen van de verdachte voor het bewijs heeft gebruikt die meer in de richting wijzen van schuld in plaats van opzet. [3] In de verklaring van 26 januari 2015 (bewijsmiddel 4) staat immers dat hij “geen kwaad [zag]” in het geld storten op de rekening van de B.V. en uit de verklaring van 6 december 2018 komt het beeld naar voren dat de verdachte een band met [betrokkene 1] had opgebouwd.