9.5.Uit de bestemmingen blijkt niet op welke wijze de in de plantoelichting aangehaalde cultuurhistorische waarden uit de Cultuurhistorische Waardenkaart beschermd worden. De bescherming in het plan beperkt zich tot de waardevolle boom en het pad. Weliswaar is bij de inrichting rekening gehouden met landschappelijke elementen in het gebied, maar het plan strekt wat betreft de gebieden Hoppenbrouwers en Weegbree niet mede tot behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze gebieden en stelt, met uitzondering van het pad en de waardevolle boom, evenmin regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze gebieden. In hetgeen Vereniging Bewust Ongerust en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling dan ook aanleiding voor het oordeel dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, voor zover het ziet op de deelgebieden Weegbree en Hoppenbrouwers (…) is genomen in strijd met artikel 7.4 van de Verordening. Het beroep is in zoverre gegrond.”
(v) Bij brief van 12 november 2013 hebben B&W de gemeenteraad geïnformeerd over de uitspraak van de Afdeling van 16 oktober 2013 en de gevolgen daarvan voor het project. Tevens hebben B&W de procedure voor het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan met bijbehorende exploitatieplannen in beeld gebracht. De brief houdt onder meer het volgende in:
“De uitspraak (…) is niet direct verwijtbaar aan de gemeente. De gemeente heeft in de voorbereidingen (…) en in de procedure veel contact gehad met de provincie. De provincie heeft ingestemd met de afweging die is gemaakt (…). Zonder het aanpassen van het provinciaal beleid kan de gemeente niet verder met het plan (…). Daarom is naar aanleiding van de uitspraak direct contact gezocht met de provincie. Zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau is er contact geweest (…). De provincie geeft aan dat de uitspraak (…) ook voor hen een verrassing is. (…) de provincie [geeft] aan dat deze (…) uitspraak geen recht doet aan de intentie van de Verordening Ruimte 2012. Het provinciaal beleid voor het gebied (…) is het bieden van verstedelijkingsmogelijkheden in het kader van de ‘integratie stad-land’. Mits dit zorgvuldig wordt afgewogen met de andere gebiedskwaliteiten, in dit geval de ‘Groen-Blauwe mantel’ en de ‘cultuurhistorische waarden’.
Recent heeft de provincie een ontwerp-Verordening Ruimte 2014 (...) openbaar gemaakt. (...) In de gemeentelijke zienswijze (...) is aangegeven dat (...) de [Verordening Ruimte] 2014 door een strikte interpretatie zou kunnen leiden tot het op slot zetten van de mogelijkheden tot verstedelijking buiten het bestaande stedelijk gebied. Verwacht wordt dat onze zienswijze (mede) aanleiding is tot het voorstellen van het gewijzigde vaststelling van de Verordening Ruimte 2014.
Concreet heeft de uitspraak (...) tot gevolg dat het bestemmingsplan op de volgende punten gewijzigd dient te worden:
de toets aan de Verordening Ruimte 2014: het plan kan niet meer getoetst worden aan de [Verordening Ruimte] 2012, omdat de uitspraak (...) uitwijst dat het plan hieraan niet voldoet. Wanneer de [Verordening Ruimte] 2014 (...) gewijzigd wordt vastgesteld, zal het plan (...) hieraan moeten worden getoetst. Op basis van de nu gedane uitspraken van de provincie zal het (...) plan wel kunnen worden uitgevoerd op basis van de [Verordening Ruimte] 2014;
doorvertaling van de cultuurhistorische waarden in het plangebied: de uitspraak (...) geeft aan dat de cultuurhistorische waarden niet goed zijn doorvertaald (...). Zowel in de toelichting, regels als op de verbeelding dienen de waarden nadrukkelijk te worden vastgelegd;
(…)
het woningbouwprogramma zoals dat nu in het (...) plan is vertaald moet getoetst worden aan de actuele woningbouwcijfers en de actuele regionale en provinciale afspraken. In de toelichting dient te worden onderbouwd dat het plan voldoet aan de ‘ladder duurzame verstedelijking’, zoals opgenomen in de Verordening Ruimte;
(...) zoals nu bekend zal de Rabobank de locatie in Dommelkwartier niet gaan betrekken. De onderbouwing van de behoefte voor een kantoorlocatie in het plangebied komt daarmee in het geding.”
(vi) Bij brief van 28 februari 2014 heeft de gemeente Lagis c.s. onder meer het volgende meegedeeld:
“Als gevolg van de uitspraak van de Afdeling (…) staat er nu een aantal punten open. Voorts stonden er voor de uitspraak een aantal punten open. Het lijkt ons goed om in deze brief aan te geven welke punten er in een eerstvolgend overleg met u besproken dienen te worden.
Planologie
De gemeente heeft opdracht gegeven tot het repareren/herzien van het bestemmingsplan opdat er een nieuw ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Partijen dienen op grond van de overeenkomst[en] nader in overleg te treden.
Het overleg zal zich met name toe dienen te spitsen op (...) hoe omgegaan dient te worden met de hoek (...) in (...) Hoppenbrouwers dat (...) voorzien was voor de Rabobank. Wij zijn (...) bezig met nader onderzoek (...) omtrent de nadere invulling van deze locatie.
Voor (...) Weegbree wordt thans een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomst van dit onderzoek zal gekeken worden hoe dit planologisch verder ingevuld kan worden.”
(vii) Op 15 juli 2014 hebben B&W besloten om Lagis c.s. te verzoeken om tot een conceptontwerpbestemmingsplan te komen dat voldoet aan de vereiste goede ruimtelijke ordening, waarbij rekening dient te worden gehouden met de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden en waarbij tevens het actuele woningmarktonderzoek en de in dat kader door de gemeenteraad vastgestelde richtlijnen bij de afweging dienen te worden betrokken.
(viii) Bij brief van 28 oktober 2014 heeft de provincie de colleges van B&W van de gemeenten in de provincie geïnformeerd over de actualisering van de bevolkings- en woningbehoefteprognose 2014. Deze brief houdt onder het volgende meer in:
“Voor een actueel beeld van toekomstige bevolkingsontwikkelingen, veranderingen in de leeftijds- en huishoudenssamenstelling en de hiermee samenhangende woningbehoefte, actualiseren wij – zoals is vastgelegd in de Verordening ruimte – regelmatig onze bevolkings- en woningbehoefteprognose.
(…)
Met de prognose-actualisering uit 2014 wordt onze bevolkings- en woningbehoefteprognose uit 2011 vervangen.
Provinciaal kader voor woningbouwontwikkelingen
De bevolkings- en woningbehoefte prognose hebben wij opgesteld binnen de kaders van ons provinciale verstedelijkingsbeleid, dat gericht is op het concentreren van de verstedelijking. Het is een van de provinciale ruimtelijke belangen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening. Op provinciale schaal betekent dit, dat een belangrijk deel van de woningbouw gerealiseerd wordt in de stedelijke concentratiegebieden en dat de woningvoorraad – inherent aan het uitgangspunt van concentratie van verstedelijking – verhoudingsgewijs sterker groeit in deze stedelijke gebieden dan in de landelijke gebieden.”
(ix) Bij brief van 19 november 2014 hebben B&W bij de provincie de noodklok geluid ten aanzien van de bevolkings- en woningbehoefteprognose 2014. Deze brief houdt onder meer in:
“In het Regionaal Ruimtelijk Overleg [(hierna: RRO)] van 26 november aanstaande staan de regionale woningbouwafspraken voor de SRE-regio op de agenda. (…)
(…) Valkenswaard gaat terug van 1.175 woningen in de periode 2013-2022 naar 800 huishoudens in de periode 2014- 2023 (…).
(…) Hierover luiden wij de noodklok en doen wij een beroep op de rol van de Provincie.
Wij dringen er bij u op aan om de woningbouwafspraken, zoals die nu worden voorgesteld, niet vast te stellen conform het voorgestelde aantal van 800 woningen voor Valkenswaard dan wel in het komende RRO [...] in het geheel niet tot besluitvorming voor te leggen, totdat nader overleg heeft plaatsgevonden. Wij vragen u dringend om met ons in overleg te treden over de consequenties en deze consequenties mee te nemen in de besluitvorming. (…)”
(x) Bij brief van 16 december 2014 heeft de provincie de gemeente naar aanleiding hiervan meegedeeld:
“Het RRO heeft op 26 november 2014 plaatsgevonden, waarbij is ingegaan op uw brief. U heeft in dit overleg aangegeven niet in te kunnen stemmen met de nieuwe, naar beneden bij gestelde woningbouwopgave en met een nieuw voorstel wil komen. (…)
Het maken van afspraken is in Brabant geborgd in de Verordening Ruimte. Hierin is vastgelegd dat ieder jaar de regionale afspraken over de gemeentelijke woningbouwprogrammering – steeds voor de eerstvolgende tienjaarsperiode – worden herijkt en geactualiseerd. (…).
De meest actuele provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose vormt het uitgangspunt voor de gemeentelijke woningbouwplanning en -programmering. (…)
Regionaal Ruimtelijk Overleg d.d. 26 november
In het RRO is geconstateerd dat:
(…)
4. (…) Er is altijd ruimte voor gesprek, maar uiteindelijk worden er in het RRO regionale afspraken gemaakt. Voorstel is om op korte termijn een bestuurlijk overleg te voeren tussen provincie en gemeente (…) met respect voor de regionale afspraken. Op voorhand wordt voor Valkenswaard geen uitzondering gemaakt. Er worden tijdens dit gesprek ook geen toezeggingen gedaan. Het resultaat (…) wordt teruggelegd in het RRO;
5. Als Valkenswaard niet kan instemmen met de regionale afspraken, de provincie zich het recht voorbehoudt om de plannen op reactieve aanwijzing te geven.
Met uitzondering van de gemeente (…) hebben alle gemeenten in Zuidoost-Brabant ingestemd met de (…) woningbouwafspraken voor (…) 2014 t/m 2023.”
(xi) Op 12 maart 2015 heeft Companen op verzoek van de gemeente het rapport “
Bevolkings- en huishoudensprognose 2014 Second opinion” uitgebracht.Dit rapport houdt onder meer in:
“
Aanleiding en vraagstelling
De meest recente bevolkings- en huishoudensprognose (2014) van de provincie (…) laat zien dat Valkenswaard minder hard groeit [dan] werd geprognosticeerd in 2011. Dit heeft gevolgen voor de woningbouwprogrammering en reeds gemaakte afspraken met ontwikkelaars. De gemeente heeft behoefte aan meer inzicht in de achtergronden van de prognose en een toets van de uitkomsten aan ontwikkelingen in het verleden.
Overwegingen
Op basis van de ontwikkelingen uit het verleden zijn er geen aanknopingspunten waaruit blijkt dat de uitgangspunten en berekening van de provinciale prognose niet realistisch zijn of bijgesteld moeten worden.”
(xii) Bij brief van 27 maart 2015 heeft de gemeente Lagis c.s. geïnformeerd over onder meer de (gevolgen van de) bevolkings- en woningbehoefteprognose 2014, de noodzaak tot een integrale afweging van woningbouwprojecten en de impact van de zogenoemde ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (hierna: de ladder). Deze brief houdt onder meer het volgende in:
“Eind oktober 2014 heeft de Provincie de provinciale prognose 2014 vastgesteld. Dit betreft een prognose van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling voor de gemeenten in Noord-Brabant. Deze prognose is leidend voor de woningbouwafspraken die gemeenten kunnen maken in regionaal verband. Voor Valkenswaard heeft de prognose voorlopig geleid tot een aantal van 800 woningen in de periode 2014 tot en met 2023. Dit aantal ligt fors lager dan het aantal dat daarvoor voor Valkenswaard gold (1.175 woningen).
Hierbij delen wij u mee dat wij met de Provincie overleg voeren over de prognose en het daaraan gekoppelde aantal van 800 woningen. Inzet onzerzijds is een verhoging van het aantal woningen dat er in Valkenswaard nog gebouwd kan worden tot en met 2023. (…)
In ruimtelijke procedures (bestemmingsplanprocedure, aanvraag uitgebreide omgevingsvergunning) is de toets aan de woningbehoefte onderdeel van de goede ruimtelijke ordening, die in ruimtelijke procedures centraal moet staan. Onderdeel van de behoeftetoets is onder omstandigheden ook de toets aan de ladder (…). Deze ladder is sinds 2012 verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het besluit ruimtelijke ordening en ook de artikelen 4.3 en 37.4 van de Verordening Ruimte. Op grond van de Verordening Ruimte dienen wij in ruimtelijke besluiten onder meer te motiveren dat een plan voldoet aan afstemming op de regionale behoefte (de regionale woningbouwafspraken op basis van de prognose van de provincie) en dat, in het geval van een uitbreidingslocatie, onvoldoende inbreidingsmogelijkheden voorhanden zijn. Voor onze gemeente zal daarbij als uitgangspunt gelden het maximaal aantal toe te voegen woningen van 800. Omdat dit aantal lager ligt dan voorheen, wordt de impact van de ladder (…) groter.
Omdat gemeentebreed (…) meer plannen (in voorbereiding) zijn dan er gerealiseerd kunnen worden op grond van het aantal van 800 woningen, zien wij ons genoodzaakt om als gemeente een pas op de plaats te maken en alle plannen te betrekken bij een integrale afweging van de woningbouwprojecten. (…) Dit hoort bij onze publiekrechtelijke bevoegdheid én verantwoordelijkheid In een situatie zoals die nu is ontstaan.
U heeft een plan in ontwikkeling voor de locatie Weegbree te Valkenswaard. Dit plan zullen wij betrekken bij de integrale afweging als bedoeld in de vorige alinea. (…) Tijdens dit traject kunnen en willen wij geen besluit nemen ten aanzien van uw plan. Wel zullen wij van gemeentezijde alle afgesproken of nog af te spreken voorbereidingen voortzetten, zodat vertraging in de voorbereiding van het plan wordt voorkomen. (…) Wij verwachten dat besluitvorming (door de gemeenteraad) naar aanleiding van de integrale afweging pas eind september kan plaatsvinden.
Voor de volledigheid wijzen wij erop dat wil het aan u overlaten om met deze informatie uw voorbereidingswerkzaamheden voort te zetten (voor eigen rekening en risico) dan wel op te schorten tot er meer duidelijkheid is.”
(xiii) Bij brief van 22 april 2015 hebben B&W aan Lagis c.s. in aanvulling op de hiervoor genoemde brief nog meegedeeld dat aan Stec opdracht is gegeven om de gemeente in het kader van de bevolkings- en woningbehoefteprognose 2014 en de daarmee samenhangende ladderproblematiek te adviseren.
(xiv) Bij brief van 15 mei 2015 hebben Lagis c.s. aan B&W “
het definitieve ontwerp bestemmingsplan Dommelkwartier, herziening 2015” aangeboden. Lagis c.s. hebben verzocht dat plan per ommegaande klaar te maken voor de voorgestelde procedure, zodat het begin juni 2015 ter inzage kan worden gelegd.
(xv) Bij brief van 4 juni 2015 heeft de gemeente hierop als volgt gereageerd:
“Bij brief van 15 mei 2015 heeft u het definitieve ontwerpbestemmingsplan ‘Dommelkwartier, herziening 2015’ aan [B&W] (…) aangeboden.
Aan het slot van uw brief geeft u aan dat u erop vertrouwt dat het ontwerpbestemmingsplan ‘compleet’ is. Ambtelijk is getoetst of dat het geval is en geconstateerd dat dat zo is. Dat betekent evenwel niet dat het ontwerpbestemmingsplan in deze vorm kan worden doorgeleid aan [B&W] (…).
Bij brief van 27 maart 2015 heeft de gemeente u geïnformeerd over (de gevolgen van) de provinciale behoefteprognose en de noodzaak tot een integrale afweging van woningbouwprojecten, alsmede de impact van de ladder (…). Bij brief van 22 april 2015 (…) heeft de gemeente u in aanvulling op deze brief laten weten dat zij de Stec (…) opdracht heeft verleend om de gemeente nader te adviseren over de ladderproblematiek in relatie tot de woningbouwprogrammering. In die brief heeft de gemeente u ook over het verdere vervolg bericht. Het komt er kort gezegd op neer dat het ontwerpbestemmingsplan pas aan [B&W] (…) kan en zal worden voorgelegd, nadat het onderzoek van de Stec (…) is afgerond en besluitvorming naar aanleiding van dat onderzoek heeft plaatsgevonden.
Bovendien hebben wij zoals aangekondigd het ontwerpbestemmingsplan (ten behoeve van vooroverleg) voorgelegd aan de provincie en het waterschap. (…) De vooroverlegreactie van de provincie hebben wij nog niet ontvangen.
Onze verwachting dat besluitvorming door de gemeenteraad in verband met de ladderproblematiek pas eind september kan plaatsvinden (…) is nog steeds van toepassing. Besluitvorming door [B&W] (…) over het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan zal aansluitend kunnen plaatsvinden.”
(xvi) Bij brief van 23 juni 2015 heeft het Cluster Ruimte van de provincie in het kader van het wettelijk vooroverleg aan de gemeente onder meer het volgende meegedeeld:
“In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft u ons om een reactie gevraagd op het voorontwerp bestemmingsplan ‘Dommelkwartier, herziening 2015’.
De Afdeling heeft, op basis van de toen geldende Verordening ruimte, geconstateerd dat de ligging in de Groenblauwe Mantel zich verzet tegen de voorgenomen verstedelijking.
Mede naar aanleiding van deze uitspraak hebben Provinciale Staten de Verordening ruimte herzien.
(…)
Woningbouw
Het bestemmingsplan gaat uit van 223 woningen, (…). (…) De gemeente Valkenswaard zou op basis van de provinciale prognose 800 woningen In de periode 2014 t/m 2023 aan de woningvoorraad toe mogen voegen om op een adequate manier in de woningbehoefte te voorzien. (…)
Naar aanleiding van het RRO heeft er op 16 maart 2015 een bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen provincie en gemeente. Afgesproken is dat de gemeente aan de slag gaat met een strategisch plan van aanpak woningbouw. Hierbij is van belang dat door de gemeente inzicht wordt gegeven In de wijze waarop de gemeente om wil gaan met de harde plancapaciteiten (o.a. afschalen plannen), ook in relatie tot het in ontwikkeling brengen van zachte plancapaciteit. De resultaten van de discussie, hoe de gemeente denkt om te gaan met de woningbouwplannen, wordt geagendeerd voor het RRO in het najaar 2015. Voorliggend plan Dommelkwartier dient nadrukkelijk onderdeel uit te maken van het strategisch plan van aanpak woningbouw. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met de ‘Ladder (…)’.
Geconstateerd dient dan ook te worden dat een onderbouwing over de vraag of en in welke male behoefte is aan plan Dommelkwartier, mede in relatie tot de andere plannen en de regionale woningbouwafspraken, vooralsnog ontbreekt.
Cultuurhistorisch vlak
(…)
Begin 2014 zijn twee onderzoeksrapporten voorgelegd met een oplegnotitie met betrekking tot de cultuurhistorische waarden van de twee deelgebieden Weegbree en Hoppenbrouwers. Over de onderzoeksrapporten hebben Gedeputeerde Staten (…) aangegeven dat deze voldoende basis bieden om voor wat betreft het aspect cultuurhistorie de afweging te kunnen maken voor woningbouw in het deelgebied Weegbree. Voor Hoppenbrouwers hebben zij enkel het rapport van OZDOB geschikt bevonden (…).”
(xvii) Op 29 juni 2015 heeft Bureau Stedelijke Planning B.V. (hierna: BSP) in opdracht van Lagis c.s. een “
Eindrapportage” met de titel “
Ladder voor Duurzame Verstedelijking Dommelkwartier Valkenswaard” uitgebracht. Lagis c.s. hebben dienaangaande in hun inleidende dagvaarding gesteld: “
Nadat het definitieve ontwerpbestemmingsplan half mei 2015 was afgerond, ontstaat aan de zijde van de gemeente een vertraging van maanden. Om deze tijd nuttig te gebruiken hebben Lagis en Latoures een geactualiseerde toets aan de ladder (…) laten opstellen (…). Uit deze toets blijkt dat de woningbouw een regionale kwalitatieve en kwantitatieve behoefte vervult. (…)”
(xviii) In juli 2015 heeft Stec op verzoek van de gemeente een rapport uitgebracht met als bijlage “
second opinion prognose Provincie Noord Brabant 2014”. Deze bijlage houdt onder meer in:
“(…) Wij vinden de nieuwe prognose [2014] van Noord-Brabant goed bruikbaar voor Valkenswaard.
Valkenswaard is ten opzichte van de vorige prognose minder hard gegroeid dan destijds verwacht. De Provincie geeft aan dat daardoor de nieuwe prognose lager uitkomt voor uw gemeente.”
Het rapport van Stec zelf, met als titel “
Ladder voor duurzame verstedelijking woningbouw”, houdt onder meer in:
“U wilt als gemeente de juiste onderbouwing hebben voor uw woningbouwprojecten vanuit de Ladder (…) bezien. U heeft meerdere locaties in uw gemeente waar u nieuwbouw van woningen wenselijk vindt, een deel daarvan is planologisch reeds mogelijk, maar nog niet ‘volbouwd’ en voor een ander deel moet u beslissen in hoeverre het verantwoord is om de bestemmingsplanprocedures te doorlopen (zachte plancapaciteit).
Om de goede keuzes te maken, vindt u het noodzakelijk dat u een goed afwegingskader heeft. In dit afwegingskader wilt u de volgende uitgangspunten meenemen en een plek geven:
(…)
U heeft privaatrechtelijke afspraken met meerdere partijen over verschillende woningbouwplannen en wilt daar zo goed mogelijk invulling aan geven, (…).