Conclusie
[de manege](hierna: ‘ [verweerder] ’)
1.Feiten
Waar gaat deze zaak over?”) worden in rov. 3.1. enkele relevante feiten vermeld, maar die bieden geen volledig overzicht van feiten die het hof klaarblijkelijk tot uitgangspunt heeft genomen. Het ontbreken van een duidelijke feitenvaststelling in het bestreden arrest is ‘niet ideaal’, [1] want het maakt de beoordeling in cassatie in potentie lastiger. Het is zo bovendien moeilijker om in deze conclusie een overzicht te geven van de vaststaande feiten. Aangezien partijen niet uitdrukkelijk hebben gegriefd tegen de door de rechtbank Zeeland-West-Brabant in rov. 3.15. van het tussenvonnis van 20 januari 2021 [2] vastgestelde feiten, is een groot aantal van de hierna weergegeven feiten daaraan ontleend. Waar mij uit de processtukken in hoger beroep is gebleken dat partijen zich in een bepaalde feitenvaststelling van de rechtbank niet kunnen vinden (zodat zij impliciet daartegen hebben gegriefd) en het hof daarmee rekening heeft gehouden, heb ik dit in voetnoten vermeld. Voor zover ik voorts feiten heb ontleend aan het bestreden arrest, [3] heb ik dit ook in de voetnoten verantwoord.
Paardenhouder met africhten van eigen paarden / Handelaar in paarden / Pensionpaardenhouder / Verhuurder van huifkarren/koetsen''. [6]
Verhuur paarden voor strandritten”, onder toevoeging van de clausule: [12]
AANSPRAKELIJKHEID” staan onder meer de volgende verzekerde activiteiten omschreven: “
Les eigen paarden 10 paarden”, “
Verhuur koetsen 4 stuks”, “
Verhuur paarden voor ritten 10 paarden”. [15]
2.Procesverloop
Eerste aanleg
primair, dat de rechtbank voor recht verklaart dat NN aansprakelijk is voor al hetgeen waartoe [verweerder] jegens [betrokkene 3] zal worden veroordeeld in de hoofdprocedure en de daaropvolgende schadestaatprocedure en,
subsidiair, dat de rechtbank NN veroordeelt om aan [verweerder] te betalen datgene waartoe [verweerder] als gedaagde in de hoofdzaak en de daaropvolgende schadestaatprocedure jegens [betrokkene 3] mocht worden veroordeeld. Voor het geval dat NN niet aansprakelijk zou zijn, heeft [verweerder] tegen Aon eenzelfde primaire en subsidiaire vordering ingesteld.
L 656B Verhuur rijpaard(en)” (hierna: ‘de verhuurclausule’) [21] voldoen aan twee voorwaarden. De buitenritten moeten plaatsvinden “
onder leiding van een terzake gediplomeerd instructeur of instructrice” en de huurder dient te beschikken over "
een FNRS-diploma, een KNHS-lidmaatschapskaart of een ruiterbewijs van de Stichting Recreatie Ruiter". Volgens de rechtbank staat vast dat noch [betrokkene 2] als begeleidster van de bosrit op 7 april 2018 noch [betrokkene 3] als ruiter, voldeden aan de in de verhuurclausule gestelde voorwaarden:
L 655A Paardrijles" en de clausule “
L 656B Verhuur rijpaard(en)”. Nadat in 2007 uitbreiding van de dekking is gevraagd en de clausule “
L 655A Paardrijles" aan de polis is toegevoegd, is in 2008 de clausule “
L 656B Verhuur rijpaard(en)”aan de polis toegevoegd naar aanleiding van het verzoek om uitbreiding, omdat de echtgenote van [verweerder] strandritten wilde gaan verzorgen. Daarbij is in 2008 ook de verzekerde hoedanigheid uitgebreid met “
Verhuur paarden voor strandritten”. Uit deze gang van zaken blijkt niet alleen dat (de rechtsvoorganger van) NN het verzorgen van buitenritten onder de dekking van de polis heeft willen brengen, maar ook dat zij deze verzekerde activiteit heeft aangemerkt als verhuur van rijpaarden. Deze activiteit dient volgens clausule L 656B plaats te vinden “
onder leiding van een terzake gediplomeerd instructeur of instructrice”. NN stelt dat “
terzake gediplomeerd”niet anders kan worden verstaan dan 'terzake van het geven van paardrijles'. Zij verwijst daarbij echter naar clausule L 655A, waarin dezelfde zinsnede voorkomt, voorafgegaan door het woord “
paardrijles”, waarnaar “
terzake" verwijst. In clausule L 656B verwijst het woord “
terzake”naar “
verhuur”. Gelet echter op de toevoeging “
dan wel een stagiaire van een in Nederland erkend opleidingsinstituut tot paardrij-instructeur” moge duidelijk zijn dat ook hier bedoeld is gediplomeerd terzake van het geven van paardrijles. Tevens wordt de voorwaarde gesteld dat de huurder dient te beschikken over “
een FNRS-diploma, een KNHS-lidmaatschapskaart of een ruiterbewijs van de Stichting Recreatie Ruiter". Dit is geen voor de hand liggende voorwaarde, gezien het feit dat – naar ook op de website van [de manege] vermeld staat – buitenritten ook worden georganiseerd voor onervaren en beginnende ruiters. Dergelijke ruiters zullen veelal niet over een ruiterbewijs beschikken. AON had zich als assurantietussenpersoon dienen te realiseren dat met deze uitbreiding van de verzekering geen toereikende verzekering werd afgesloten. [betrokkene 4] [22] was immers, naar hij ook heeft verklaard (productie 15 bij productie 17 bij dagvaarding), bekend met de bedrijfsactiviteiten van [verweerder] , waaronder het verzorgen van bosritten onder begeleiding met instructie aan beginnende ruiters. AON heeft niet gesteld, noch is anderszins gebleken, dat zij [verweerder] op deze voorwaarde heeft gewezen. Wat daar ook van zij, vast staat dat noch [betrokkene 2] als begeleidster van de bosrit op 7 april 2018, noch [betrokkene 3] als ruiter voldeed aan de in clausule L656B gestelde voorwaarde. De vraag is vervolgens of NN daar een beroep op kan doen.”
Hoge Raad van 27 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7915, NJ 2001, 120 r.o. 3.3. ( […] /Aegon) [23] op het standpunt gesteld dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat NN een beroep doet op het feit dat niet aan de polisvoorwaarden is voldaan (artikel 6:248 BW Pro). [verweerder] stelt dat geen enkel diploma het ongeval had kunnen voorkomen. AON schaart zich achter het standpunt van [verweerder] en stelt dat er geen sprake is van een primaire dekkingsomschrijving maar van een (preventieve) garantieclausule. Verwezen wordt naar
Hoge Raad 9 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV9435, NJ 2006, 326 (Valschermzweeftoestel) r.o. 3.4.3 [24] en
Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6074 (Reaal/ […] ) [25] . NN voert als verweer aan dat het dekkingsvereiste is vormgegeven als een primaire dekkingsomschrijving, zodat het beroep daarop niet onaanvaardbaar is.”
L 568A Uitsluiting verhuur” luidt: “
Onder de dekking is niet begrepen de aansprakelijkheid verband houdend met verhuur van paarden aan derden.” Deze clausule wordt gevolgd door de nieuwe clausule L 656B, waaruit blijkt dat (de rechtsvoorganger van) NN verhuur voor buitenritten wel heeft willen verzekeren, maar “
uitsluitend (...) indien” voldaan is aan de in de clausule genoemde voorwaarden. De rechtbank is van oordeel dat deze formulering wijst op voorwaarden die de dekking doen vervallen. Daarmee kan deze clausule worden gekwalificeerd als een garantiebepaling. De rechtbank is dan ook van oordeel dat NN voor de aansprakelijkheid van [verweerder] jegens [betrokkene 3] ten onrechte geen dekking heeft willen verlenen. Gelet op de gehoudenheid van NN om dekking te verlenen, komt de rechtbank aan een eventuele aansprakelijkheid van AON – en daarmee de subsidiaire vordering – niet meer toe.”
Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2388 [26] ). De rechtbank volgt hiermee het verweer van NN, die heeft aangevoerd dat het verlenen van dekking niet alleen afhankelijk is van de dekkingsomschrijving, maar ook van andere factoren die in de toekomst kunnen liggen, zoals bijvoorbeeld de medewerkingsplicht van [verweerder] , zodat nu niet kan worden vastgesteld dat [verweerder] onder alle omstandigheden recht op uitkering zal hebben. De rechtbank begrijpt dat NN hiermee heeft willen aangeven dat er zich in de hoofdzaak (de schadestaatprocedure) ontwikkelingen kunnen voordoen, die kunnen leiden tot een (nader) debat in de vrijwaring. Gezien de uitkomst van deze vrijwaringszaak kan afhangen van het debat in de nog te voeren schadestaatprocedure, zal de zaak worden aangehouden totdat daarin is beslist. De zaak zal naar de parkeerrol worden verwezen voor conclusie na tussenvonnis aan de zijde van [verweerder] , zodat aan de hand daarvan verder kan worden geprocedeerd.”
het hof zal bedoelen: april, A-G] 2018, [33] het volgende vast. De bosrit startte met acht deelnemers en twee begeleiders. Halverwege werd de groep gesplitst. [betrokkene 3] en haar neefje gingen met een groep van in totaal zes deelnemers verder onder begeleiding van [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ). Op de terugweg naar de manege fietste een mountainbiker die wilde passeren over het ruiterpad dicht langs de paarden, door de bladeren, waarna de achterste paarden schrokken en uiteindelijk alle paarden in galop gingen en hun berijders afwierpen. [betrokkene 2] is met haar paard eveneens in galop gegaan om de groep voor te blijven en zoveel mogelijk valpartijen te voorkomen door de paarden tot stilstand te brengen.”
terzake” gediplomeerd is. Volgens het hof heeft het feit dat [betrokkene 2] niet over verdere diploma’s beschikte, geen “
causale rol” gespeeld bij het verwezenlijken van het risico:
Het onderscheid tussen de primaire dekkingsomschrijving en een preventieve garantievoorwaarde
rov. 5.6., A-G] geformuleerde maatstaf.
[…] /Aegon, met een voor de verzekerde gunstige uitkomst omdat weliswaar sprake was van schending van een verzekeringsclausule maar een beroep door de verzekeraar op deze schending aan de hand van art. 6:248 lid 2 BW Pro werd gepareerd omdat een voldoende verband tussen schending en de verwezenlijking van het risico ontbrak. Vervolgens kwam het
Valschermzweeftoestel-arrest waarin Uw Raad gas terugnam voor die gevallen waarin sprake is van een primaire dekkingsomschrijving, een term die op dat moment overigens niet gangbaar was. Inmiddels behoort de term weliswaar tot de standaardvocabulaire van verzekeringsjuristen, maar mist zij nog altijd scherpte; het is, anders gezegd, niet zo eenvoudig aan te geven wat de ‘primaire dekkingsomschrijving’ precies is en daarmee ook niet wat ertoe gerekend kan worden en wat niet meer. Zowel het arrest
[…] /Aegonals het
Valschermzweeftoestel-arrest verdienen bespreking. Zij komen hierna, in de zojuist gepresenteerde volgorde, voorbij.
[…] /Aegon [45] ging het om het volgende. […] had, als uitbater van een café, een brandverzekering afgesloten bij Aegon. Op een gegeven moment is er in het café brand ontstaan, waarvan de oorzaak lag, althans daarvan werd in cassatie veronderstellenderwijs uitgegaan, in de meterkast. Vervolgens heeft […] Aegon verzocht om de brandschade te vergoeden onder de polis. Aegon weigerde dekking, omdat […] in strijd met clausule 172 van de polisvoorwaarden plastic afvalemmers had gebruikt in plaats van de voorgeschreven metalen afvalemmers:
nietnaar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
[…] /Aegonis het
Valschermzweeftoestel-arrest [50] van belang. Ook in die zaak deed de verzekerde, in lijn met
[…] /Aegon, een beroep op het feit dat onvoldoende verband bestond tussen het niet-naleven van de in een clausule omschreven verplichtingen voor de verzekerde en het risico zoals zich dit heeft verwezenlijkt. Uw Raad volgde de verzekerde hierin niet en introduceerde de, als aangegeven voordien in de verzekeringswereld nog niet bekende, term ‘primaire dekkingsomschrijving’. [51] Daarmee nam Uw Raad, als gezegd (randnummer 3.11 hiervoor) ten opzichte van
[…] /Aegonwat gas terug op het vlak van de ruimte voor een succesvol beroep van de verzekerde op art. 6:248 lid 2 BW Pro ter afwering van een beroep van de verzekeraar op schending van een clausule uit de verzekeringsovereenkomst. Voordat ik hier dieper op inga, schets ik kort de feiten die ten grondslag lagen aan het
Valschermzweeftoestel-arrest.
paraglider). Bij de vlucht waren een piloot, een tandempassagier en een lierman betrokken. Voor het gebruik van het liersysteem was geen vergunning verleend. Het toestel is neergestort. Hierbij hebben de piloot en de passagier letsel opgelopen, waarna de passagier de piloot aansprakelijk heeft gesteld. De piloot heeft vervolgens verzekeraar Winterthur in vrijwaring opgeroepen. [52] Winterthur heeft ter afwering van de vordering een beroep gedaan op clausules 903 en 904 waarvan de tekst, voor zover van belang, als volgt luidt:
het formeel niet voldaan hebben aan de regels en het hebben van een vergunning niet de oorzaak of mede-oorzaak kan zijn geweest van het ongeval.” [53] In lijn met de hiervoor beschreven ‘causaliteitsregel’ [54] uit
[…] /Aegonwas het beroep van Winterthur volgens de rechtbank naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, zodat Winterthur toch gehouden was om dekking te verlenen. Het hof heeft het oordeel van de rechtbank bekrachtigd, maar Uw Raad is tot een ander oordeel gekomen. In dat kader heeft Uw Raad overwogen dat het een verzekeraar vrij staat de grenzen van de dekking te omschrijven, hetgeen hij kennelijk doet in de primaire dekkingsomschrijving. Een beroep op die dekkingsomschrijving kan naar het oordeel van Uw Raad niet met succes worden afgeweerd in het kader van art. 6:248 lid 2 BW Pro met het argument dat de redenen waarom de verzekeraar dit soort evenementen niet wil verzekeren zich in het concrete geval niet voordoen:
de verzekerde, A-G] die clausule heeft opgevat en heeft mogen opvatten als een clausule die de dekking doet vervallen.”
Valschermzweeftoestel-arrest heeft geformuleerd, inhoudende dat een beroep op de primaire dekkingsomschrijving niet met succes kan worden afgeweerd met de stelling dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is omdat de redenen waarom de verzekeraar een bepaalde gebeurtenis niet wil verzekeren zich in het concrete geval niet voordoen, is door Uw Raad later herhaald in het
Ziektebeeld-arrest. [55] In de literatuur wordt de grondslag van dit uitgangspunt, weinig verrassend, gevonden in de contractvrijheid. Het staat de verzekeraar vrij om te bepalen tegen welke voorwaarden hij bereid is een verzekeringsovereenkomst te sluiten. Deze contractvrijheid moet worden gerespecteerd en de verzekeraar kan niet zomaar, bijvoorbeeld via de weg van art. 6:248 lid 2 BW Pro, worden gedwongen om toch dekking te bieden buiten de door hem vastgestelde dekkingsgrenzen. [56] Diezelfde contractvrijheid brengt ook met zich dat hij, aldus Uw Raad in het hierna nog in randnummer 3.58 te bespreken arrest
Chubb/Dagenstaed, binnen een samenhangend feitencomplex slechts aan bepaalde feiten of omstandigheden (rechts)gevolgen kan verbinden en aan andere niet, dan wel onderscheid kan maken tussen gevallen die feitelijk zeer dicht bij elkaar liggen. Hierbij geldt wel de voorwaarde dat dit voor de verzekeringnemer op grond van objectieve factoren voldoende duidelijk kenbaar is gemaakt. Daarbij kan worden gedacht aan de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de bij de polisvoorwaarden behorende toelichting. [57]
even weekzijn ontstaan, om zo een beperking aan te brengen aan het gedekte risico en een dienovereenkomstige premie te berekenen, ook al is de kans op brand in een
oneven weekin het algemeen niet groter. [58] Als partijen op die basis met elkaar in zee gaan en voor het intreden van de besproken gebeurtenis dus
geendekking
bestaat, kan niet, nadat een dergelijke gebeurtenis zich heeft voorgedaan, alsnog dekking worden
gecreëerddoor de verzekeraar in het concrete geval de vrijheid te ontzeggen zich te beroepen op de grenzen van zijn bereidheid dekking te verlenen, omdat de redenen waarom hij geen dekking wilde verlenen zich niet voordeden. Hij wilde geen dekking verlenen voor een bepaald risico en er is dus ook geen dekking. [59] Dat ligt principieel anders in het geval van een preventieve garantievoorwaarde: daar is de verzekeraar wel bereid dekking te verlenen voor een bepaald risico en geeft hij dus ook dekking, maar stelt hij de sanctie van verval van dekking of verlies van het recht op een uitkering op schending van een bepaalde voorwaarde of een bepaald (gedrags)voorschrift dat betrekking heeft op het verlagen van het gedekte risico, zoals het ophangen van rookmelders bij een brandverzekering. Een succesvol beroep van de verzekerde op art. 6:248 lid 2 BW Pro met als argument dat schending van de voorwaarde in het concrete geval niet heeft bijgedragen aan verwezenlijking van het risico creëert in dit geval geen dekking die er nog niet was. Het ontzegt enkel het beroep van de verzekeraar op de sanctie verlies of verval van dekking die hij wel degelijk bereid was te geven. Dat is een belangrijk verschil.
Valschermzweeftoestel-arrest zijn daarmee op zich duidelijk: hetgeen Uw Raad in
[…] /Aegonheeft geoordeeld met betrekking tot preventieve garantievoorwaarden gaat niet op voor clausules die onderdeel uitmaken van de primaire dekkingsomschrijving. Bij de primaire dekkingsomschrijving kan de verzekerde geen succesvol beroep doen op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid met als argument dat weliswaar niet is voldaan aan een clausule maar de redenen waarom de verzekeraar in dat verband geen dekking wilde verlenen zich in concreto niet hebben voorgedaan. [60] Daarmee zijn we er echter nog niet. Weliswaar is zo duidelijk
waaromhet onderscheid tussen de primaire dekkingsomschrijving en een preventieve garantievoorwaarde van belang is en wat het conceptueel inhoudt, maar
waarinverschillen de primaire dekkingsomschrijving en een preventieve garantievoorwaarde nu vanuit praktisch oogpunt precies van elkaar?
Valschermzweeftoestel-arrest. [61] Uw Raad heeft de term en zijn reikwijdte niet nader toegelicht, niet in het
Valschermzweeftoestel-arrest maar evenmin in latere rechtspraak. In de literatuur wordt onder de primaire dekkingsomschrijving doorgaans verstaan het samenstel van de bepalingen uit de polis waarmee de verzekeraar de precieze omvang van de dekking van de verzekering heeft vastgesteld en daarmee de grenzen heeft aangegeven waarbinnen hij bereid is om dekking te verlenen onder de polis. Als een bepaald schadegeval niet onder de primaire dekkingsomschrijving is te brengen, dan bestaat er in het geheel geen recht op dekking.
nietvoldoen aan de positieve omschrijving van de gedekte risico’s), maar ook om (3) de expliciete uitsluitingen/dekkingsbeperkingen. [62] De primaire dekkingsomschrijving bestaat dus uit het geheel van clausules die zowel in positieve zin (‘verzekerd is: (….)’) als in negatieve zin (‘niet verzekerd is (…)’) omschrijven welke gevallen wel en niet onder de dekking van de verzekering vallen. Clausules die een positieve omschrijving van de gedekte risico’s bevatten, kunnen op zichzelf weer, al dan niet impliciete, uitsluitingen en daarmee grenzen van de dekking bevatten. [63] Clausules die de primaire dekkingsomschrijving in negatieve zin uitdrukken, zoals uitsluitingen of dekkingsbeperkingen, betreffen clausules waarin een bepaalde gedraging of gebeurtenis expliciet niet is verzekerd. Van meet af aan valt deze dan buiten de dekking van de polis. [64]
vervaltals niet aan bepaalde voorwaarden is voldaan. [69] Daarom wordt ook wel van ‘vervalclausules’ gesproken. [70] Overes heeft de preventieve garantievoorwaarde als volgt gedefinieerd: “
polisbepalingen die voor de verzekeringnemer of verzekerde een specifieke resultaatsverplichting van preventieve en relatieve aard behelzen en het bestaan of de omvang van de dekking daarvan afhankelijk stellen.” [71] De verplichtingen kunnen als gebod maar ook als verbod zijn geformuleerd en plegen als niet in rechte afdwingbaar te worden gezien (zogenoemde ‘Obliegenheiten’). [72] Een zeer veel gebruikt voorbeeld, ontleend aan het arrest
[…] /Aegon, [73] is de verplichting voor de verzekerde onder een brandverzekering om geen plastic maar metalen afvalbakken te gebruiken omdat deze minder brandgevaarlijk zijn. [74]
[…] /Aegonwas dat niet zo, daarom is daar uiteindelijk art. 6:248 lid 2 BW Pro in stelling gebracht.
nadere verplichtingvoor de verzekerde die hij heeft binnen de vastgestelde grenzen van de dekking. Met de verplichting wordt de verzekerde een bepaalde gedragsnorm opgelegd die erop gericht is om het intreden van specifieke risico’s te voorkomen. [77] Denk aan het eerder aangehaalde voorbeeld uit
[…] /Aegon. Ter voorkoming van het risico dat er brand ontstaat in een afvalbak is de verzekerde onder een brandverzekering verplicht om geen plastic maar metalen afvalbakken te gebruiken. Ik merk hierbij direct op, en dit speelt ook bij de hier centraal gestelde verhuurclausule, dat het aldus gemaakte onderscheid praktisch lastiger te maken is als een bepaalde clausule voorwaarden bevat die kunnen worden gelezen als verplichtingen voor de verzekerde, maar de verzekeraar betoogt dat het gaat om een clausule die onderdeel uitmaakt van de primaire dekkingsomschrijving en niet om een preventieve garantievoorwaarde. Ik kom hier in randnummer 3.37 nog op terug.
Valschermzweeftoestel-arrest omdat Uw Raad daarin immers overwoog dat het de “
formulering” van de bepaling in kwestie was die erop wees dat het ging om een bepaling die onderdeel uitmaakte van de primaire dekkingsomschrijving. [80] Hiermee is echter niet gezegd dat de enkele formulering van de betrokken bepaling beslissend is. Uw Raad heeft hier niet uitgesloten dat andere omstandigheden bij de uitleg kunnen worden betrokken. [81] In de feitenrechtspraak zien we dit ook wel terug. Relevante omstandigheden die worden meegewogen in het kader van de vraag of een bepaalde bepaling moet worden uitgelegd als een preventieve garantievoorwaarde of als onderdeel van de primaire dekkingsomschrijving, zijn bijvoorbeeld de (beperkte) kennis van de verzekerde van het verzekeringsrecht, de plaats van de betreffende clausule in de polis, de redactie en indeling van de polis waarin bijvoorbeeld duidelijk wordt onderscheiden tussen dekkingsomschrijvingen en garanties en de hoedanigheid van de verzekerde. [82]
[…] /Aegon(randnummer 3.13 hiervoor) juist door de formulering van de clausule een duidelijk geval: de tekst maakt zonneklaar dat het niet om een primaire dekkingsomschrijving gaat maar juist om een preventieve garantievoorwaarde. Aan de orde is een specifieke resultaatsverplichting van de verzekerde die van preventieve aard is en aan schending waarvan de verzekeraar de sanctie van verval van recht aan heeft verbonden. Sprekende voorbeelden van clausules die juist een primaire dekkingsomschrijving tot uitdrukking brengen, zijn “
het huis is verzekerd tegen plotselinge materiële schade”, [83] “
deze verzekering heeft ten doel uitkering te verlenen indien verzekerde overlijdt ten gevolge van een bij een ongeval opgelopen lichamelijk letsel of indien verzekerde hierdoor (blijvend) functioneel invalide wordt” [84] of “
Verzekerd wordt tegen iedere plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging aan de verzekerde zaak ontstaan door onverschillig welke oorzaak, ongeacht of de beschadiging is veroorzaakt door een eigen gebrek of eigen bederf of uit de aard en de natuur van de verzekerde zaak zelf onmiddellijk is voortgesproten”. [85] In deze voorbeelden wordt duidelijk de dekkingsomvang beschreven en gaat het niet om specifieke resultaatsverplichtingen voor de verzekerde van preventieve aard, waar de verzekeraar vervolgens zijn dekkingsbereidheid van afhankelijk heeft gesteld.
Er is alleen dekking als de noodzakelijke preventievoorzieningen aanwezig zijn en verzekerde de bijbehorende voorschriften naleeft. Deze staan in de polis in hoofdstuk 11 (Nadere omschrijvingen) onder Preventie”. [86] Ook is mogelijk, zoals bij de verhuurclausule in deze zaak, dat de clausule een omschrijving van de dekkingsomvang bevat waarin ook een of meer, al dan niet impliciete, verplichtingen voor de verzekerde zijn verwerkt zonder dat aan schending daarvan in de bepaling een specifiek rechtsgevolg is verbonden. [87] In deze gevallen van dubbelzinnigheid is nadere uitleg vereist, waarbij zoals hierna aan de orde komt, ook een meer inhoudelijke benadering haar diensten kan bewijzen.
kwalificatievraagstuk en niet meer van een
uitlegkwestie sprake is
buiten openingstijden van de winkel is deze uitsluitend verzekerd in een kluis van het type X”. Vervolgens wordt er in een nacht ingebroken. Op dat moment ligt een deel van de postzegelverzameling in de kluis. De rest ligt bovenop. De gehele verzameling wordt gestolen. Valt dan ook het deel van de verzameling dat op de kluis lag onder de dekking? De betreffende bepaling is vormgegeven als een primaire dekkingsomschrijving, omdat zij beschrijvend is en geen expliciete verplichting voor de verzekerde bevat. Toch gaat het volgens Tolman in feite om een specifieke maatregel (‘de verzekerde is verplicht om de postzegelverzameling buiten openingstijden van de winkel in een kluis van type X op te bergen’) die hetzelfde effect beoogt te hebben als een preventieve garantievoorwaarde. De verzekeraar zal zich daarom in dit geval wat Tolman betreft, ondanks haar vormgeving niet kunnen beroepen op de clausule omdat ook de inhoud van de kluis is gestolen en daarom causaliteit tussen schending én de verwezenlijking van het risico ontbreekt. Dit zou volgens Tolman anders zijn als het niet om een uitgebreide gevarenverzekering van een winkel gaat, maar om een verzekering die enkel ziet op de inhoud van de kluis. Dan is de begrenzing van de dekking tot uitsluitend de inhoud van de kluis niet normstellend maar louter beschrijvend, net zoals in het eerder aangehaalde voorbeeld van de reisverzekering. [88]
[…] /Aegonbeter te kunnen rechtvaardigen. [89] Volgens Van Tiggele-van der Velde zit het verschil in het ‘specifieke’ of juist ‘generieke’ karakter van de bepaling. Een preventieve garantievoorwaarde is volgens haar een naar haar aard
specifiekebepaling. Bij een preventieve garantievoorwaarde gaat het om een bepaling die “
alleen maar” tot verval van dekking leidt als de specifieke gevaren zich verwezenlijken die de verzekeraar juist met de preventieve garantievoorwaarde wenste te voorkomen. Hierbij verwijst zij naar het arrest
[…] /Aegon. [90]
[…] /Aegonmocht de verzekerde uitsluitend gebruik maken van metalen afvalemmers en peukenverzamelaars, voorzien van goed sluitende deksels of van vlamdovende afvalbakken. Hoewel dit niet in de clausule stond, ligt het voor de hand om aan te nemen dat deze verplichting bestond teneinde te voorkomen dat brand zou uitbreken in (licht) ontvlambare afvalbakken. Het ging hier dus om een bepaling die de verzekerde een specifieke verplichting oplegde met het doel om de kans op verwezenlijking van een specifiek (brand)gevaar te beperken.
generiekvan aard. Daarbij wijst Van Tiggele-van der Velde juist op uitsluitingen die onderdeel uitmaken van de primaire dekkingsomschrijving. Met zulke uitsluitingen wordt
iedergevaar dat (zonder de uitsluiting) door de polis zou worden gedekt van dekking uitgesloten. Daarin komt het generieke tot uitdrukking. Als voorbeeld noemt zij de uitsluitingsclausule die centraal stond in het
Valschermzweeftoestel-arrest. [91] De betreffende uitsluitingsclausule stelde dat “
de aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het zogenaamde liersysteem” niet was verzekerd (behoudens indien een vergunning was verkregen). Winterthur had het generieke karakter van deze bepaling benadrukt: aansprakelijkheid voor iedere schade die als gevolg van het gebruik van een liersysteem was ontstaan was uitgesloten van dekking (behoudens indien een vergunning was verkregen). [92]
[…] /Aegonin het ene geval wel kan worden toegepast en in het andere niet. Omdat een preventieve garantievoorwaarde slechts een specifiek gevaar beoogt te voorkomen, ligt het voor de hand dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar wordt geacht als de verzekeraar weigert dekking te verlenen omdat de verzekerde niet aan de verplichtingen uit de preventieve garantievoorwaarde heeft voldaan, terwijl zich juist een ander gevaar heeft verwezenlijkt dan het specifieke gevaar waar de preventieve garantievoorwaarde op was gericht. Dit is anders bij een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid in het geval dat een verzekeraar weigert dekking te bieden omdat het schadevoorval in de primaire dekkingsomschrijving generiek is uitgesloten. Dan is het begrijpelijk dat een beroep op de primaire dekkingsomschrijving niet met succes kan worden afgeweerd in het kader van art. 6:248 lid 2 BW Pro met als argument dat de redenen waarom de verzekeraar dit soort evenementen niet wil verzekeren zich in het concrete geval niet voordoen. De verzekeraar heeft met de generieke uitsluiting aangegeven niet bereid te zijn tot het verlenen van dekking voor dergelijke in de uitsluiting opgenomen gevallen en kan dan niet met behulp van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid alsnog een dekking worden opgedrongen die hij juist niet heeft willen geven. [93]
kwalificatievraagstuk (of van een preventieve garantievoorwaarde sprake is, is een vraag van dwingend recht) in plaats van een
uitlegvraagstuk zoals de gangbare benadering is en ook de benadering is van Tolman en Van Tiggele-van der Velde.
startpunt en anker” van Overes’ kritiek op de gangbare benadering is de tekstuele inwisselbaarheid van een primaire dekkingsomschrijving en een preventieve garantievoorwaarde. [94] Door de formulering aan te passen kan een preventieve garantievoorwaarde simpel worden omgevormd tot een primaire dekkingsomschrijving. Andersom gaat dit ook, maar niet altijd, op. Preventieve garantievoorwaarden bevatten immers een verplichting voor de verzekerde en niet iedere primaire dekkingsomschrijving kan zo worden vormgegeven dat hierin een verplichting voor de verzekerde wordt opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan: “
verzekerd is schade als gevolg van brand”. [95] Deze tekstuele inwisselbaarheid illustreert Overes aan de hand van de twee bij herhaling genoemde standaardarresten. [96] Zo kan de preventieve garantievoorwaarde uit
[…] /Aegon [97] als volgt worden herschreven tot een primaire dekkingsomschrijving: “
Niet verzekerd is schade als geen gebruik wordt gemaakt van metalen afvalemmers en peukenverzamelaars, voorzien van goed sluitende deksels of van vlamdovende afvalbakken. Deze uitsluiting ziet niet op kunststof afvalbakken in de keuken die uitsluitend voor het verzamelen van etensresten worden gebruikt”. Van de primaire dekkingsomschrijving in het
Valschermzweeftoestel-arrest [98] kan ook een preventieve garantievoorwaarde worden gemaakt: “
Clausule 904 – De verzekerde is verplicht: (…) (c) bij gebruik van het zogenaamde liersysteem daarvoor vergunning te hebben. Bij niet-nakoming hiervan vervalt ieder recht op uitkering”.
causaliteitsregel” uit
[…] /Aegonten nadele van de verzekerde “
buitenspel” te zetten. Volgens Overes moet dit niet kunnen en wat hem betreft is het ook niet mogelijk, omdat het in strijd zou zijn met dwingend recht. [99] Hij onderbouwt dit als volgt. De “
causaliteitsregel” uit
[…] -Aegonis gebaseerd op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW Pro). Omdat art. 6:248 lid 2 BW Pro van dwingend recht is (partijen kunnen de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid niet wegcontracteren), is de kwalificatie van een clausule als preventieve garantievoorwaarde ook een kwestie van dwingend recht. Daarom zouden partijen niet zelf kunnen bepalen of sprake is van een preventieve garantievoorwaarde, dit wordt door het recht zelf bepaald. [100]
eerste aanzet”), [101] zijn eigen voorstel aan toe.
preventieve aardzijn: zij moet erop gericht zijn om het intreden van schade te voorkomen en, in de derde plaats, ook
specifiekzijn. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer zij ziet op het gebruik van specifieke materialen of veiligheidssystemen. Een primaire dekkingsomschrijving is juist meer generiek van karakter en ziet eerder op de aard van het risico waarvoor de verzekering wordt afgesloten. [104] En in de vierde plaats, ten slotte, moet de verplichting ook nog van
relatieveaard zijn. Dat wil zeggen dat de verplichting alleen bestaat omdat zij tussen partijen is afgesproken. Daartegenover staan juist verplichtingen die een meer absoluut bereik hebben zoals het verbod om auto te rijden zonder geldig rijbewijs of het verbod om auto te rijden met te veel alcohol in het bloed. [105]
[…] /Aegonniet van dwingend recht. [109] Partijen kunnen in het algemeen toepassing van art. 6:248 lid 2 BW Pro weliswaar niet als zodanig uitsluiten, maar hebben wel degelijk de vrijheid om de ruimte voor toepassing van art. 6:248 lid 2 BW Pro te beperken door de wijze waarop zij hun contract inrichten. Zo kunnen partijen door de inrichting van hun contract aangeven wat in hun onderlinge verhouding redelijk althans niet onredelijk is. [110] Dat is hier niet anders.
Valschermzweeftoestel-arrest ook niet geoordeeld dat de vraag of een bepaling onderdeel uitmaakt van de primaire dekkingsomschrijving enkel een kwestie van formulering is. Ook kan Overes worden toegegeven dat de tekstuele inwisselbaarheid tussen een primaire dekkingsomschrijving en een preventieve garantievoorwaarde het maken van een helder onderscheid bemoeilijkt en dat de verzekeraar de ‘causaliteitsregel’ uit
[…] /Aegonook weer niet al te gemakkelijk moet kunnen omzeilen. In dit verband is het niet zo gek om meer naar de inhoud te kijken.
[…] -Aegonproberen te omzeilen door preventieve garantievoorwaarden tekstueel om te vormen tot primaire dekkingsomschrijvingen en als dat wel het geval is of dat dan op grote schaal gebeurt. Daarbij lijkt van belang dat verzekeringen die slechts een zeer beperkte dekkingsomvang hebben vanwege een erg nauwe primaire dekkingsomschrijving commercieel weinig aantrekkelijk zijn. Het ligt daarom (meer) voor de hand dat verzekeraars een redelijk algemene primaire dekkingsomschrijving hanteren en vervolgens kiezen voor nadere ‘bescherming’ door middel van preventieve garanties. Zo bekeken heeft de verzekeraar wel degelijk een belang bij het vormgeven van bepaalde bedingen als een preventieve garantievoorwaarde in plaats van deze onderdeel te laten uitmaken van de primaire dekkingsomschrijving. [111]
Valschermzweefstoel-arrest in wezen vooropgestelde contractvrijheid van de verzekeraar
die echt niet wilen
bewustkiest voor een primaire dekkingsomschrijving (en een daarop gerichte formulering hanteert), bijvoorbeeld omdat hij later niet wil verzanden in de causaliteitsdiscussies waartoe de regel uit
[…] /Aegonaanleiding kan geven. Dat is een legitiem belang. Dat de verzekeraar in een dergelijk geval ook had kunnen kiezen voor een preventieve garantievoorwaarde (en dat daarvan dan misschien ‘materieel’ ook sprake is in de inhoudelijke benadering van Overes) moet hem dan wat mij betreft niet kunnen worden tegengeworpen. In zoverre prevaleert voor mij toch dat het om ‘ik wil dit echt niet’ gaat in plaats van ‘ik doe dit wel, zolang jij je best maar doet’. Het is dan in die gevallen waarin de bepaling ook als preventieve garantievoorwaarde kan worden vormgegeven, dat is niet altijd het geval (randnummer 3.47), maar dat niet is gebeurd, wel zaak dat in beeld komt dat de verzekeraar echt niet wil(de) en bewust niet voor een preventieve garantievoorwaarde heeft gekozen. Dat brengt ons terug bij de uitlegproblematiek, waarmee een bruggetje is geslagen naar de volgende paragraaf die in het teken van de uitleg van verzekeringsvoorwaarden staat.
Haviltex-maatstaf [112] zij het met oog voor de praktijk waarin over polisvoorwaarden in veel gevallen niet wordt onderhandeld. Het komt dus in beginsel aan op de zin die partijen redelijkerwijs aan de betreffende bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. [113] In veel gevallen zijn de polisvoorwaarden echter eenzijdig door de verzekeraar opgesteld en is daarover niet onderhandeld. Dan biedt de subjectieve
Haviltex-maatstaf, die stoelt op de partijbedoelingen en recht beoogt te doen aan de context waarin de tekst van de overeenkomst moet werken, weinig aanknopingspunten. Voor de uitleg van polisvoorwaarden, waarover niet is onderhandeld, geldt daarom een aangepaste maatstaf. Deze maatstaf komt onder meer tot uitdrukking in het arrest
Chubb/Dagenstaed. [114] In dit arrest is geoordeeld dat het bij de uitleg van zulke polisvoorwaarden met name aankomt op objectieve factoren zoals de bewoordingen van de bepaling, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de eventueel bij de polisvoorwaarden behorende toelichting:
Haviltex-maatstaf, [116] doch zij legt de nadruk op objectieve factoren, omdat er (bij gebreke van verklaringen en gedragingen over en weer) geen andere aanknopingspunten zijn waaraan een bepaald vertrouwen kan zijn ontleend. [117] Zijn die aanknopingspunten er in het concrete geval echter wel, dan mag hieraan wel degelijk betekenis worden gehecht bij de uitleg van de betreffende polisvoorwaarden. [118] Denk bijvoorbeeld aan verklaringen die tijdens eventuele onderhandelingen zijn gedaan of die later door (een van de) partijen zijn gedaan bij een poging tot heronderhandeling over de polisvoorwaarden of een verzoek van de verzekerde tot een nadere uitleg omtrent de betekenis van bepaalde polisvoorwaarden.
[…] /Aegonis daarvan een duidelijk voorbeeld.
contra proferentemnog een rol spelen. De uitleg
contra proferentemheeft betrekking op het geval dat door de verzekeraar eenzijdig opgestelde polisvoorwaarden (ook in het licht van de hiervoor in randnummers 3.59-3.60 genoemde gezichtspunten) voor verschillende uitleg vatbaar zijn. Volgens Uw Raad ligt het voor de hand dat, bij polisvoorwaarden die verschillend kunnen worden uitgelegd, de betreffende voorwaarde in het nadeel van de verzekeraar wordt uitgelegd. Daarbij benadrukte Uw Raad dat het hier niet gaat om een rechtsregel, maar om een algemeen gezichtspunt dat de feitenrechter bij de beoordeling naar gelang van de omstandigheden mag meewegen. [121] De rechtvaardiging voor de uitleg
contra proferentemwordt, zoals bekend, hierin gezocht dat juist degene die de dubbelzinnige tekst heeft opgesteld maar op de spreekwoordelijke blaren moet zitten. De opsteller van de tekst had het in zijn macht om de bedingen scherper te formuleren en onduidelijkheden te voorkomen. [122] Bij toepassing van de uitleg
contra proferentemwordt de onduidelijke formulering dus voor rekening van de verzekeraar gebracht. Het ligt dan voor de hand dat de bepaling ten voordele van de verzekerde als preventieve garantievoorwaarde wordt uitgelegd.
die echt niet wilen
bewustkiest voor een primaire dekkingsomschrijving (en een daarop gerichte formulering hanteert), bijvoorbeeld omdat hij later niet wil verzanden in de causaliteitsdiscussies waartoe de regel uit
[…] /Aegonaanleiding kan geven, moet dat kunnen doen. Die keuze moet dan worden gerespecteerd. Dat hij in een dergelijk geval ook had kunnen kiezen voor een preventieve garantievoorwaarde (en dat daarvan dan misschien ‘materieel’ ook sprake is in de inhoudelijke benadering van Overes of Tolman) moet hem dan wat mij betreft niet kunnen worden tegengeworpen. In zoverre prevaleert voor mij toch, ik gaf dat hiervoor al aan, dat het om ‘ik wil dit echt niet’ gaat in plaats van ‘ik doe dit wel, zolang jij je best maar doet’. Het is dan in die gevallen waarin de bepaling ook als preventieve garantievoorwaarde kan worden vormgegeven maar dat niet is gebeurd, wel belangrijk dat de verzekeraar in beeld weet te brengen dat hij echt niet wil(de) en bewust niet voor een preventieve garantievoorwaarde heeft gekozen. Daarbij kan in eerste instantie aan objectieve uitlegfactoren worden gedacht, [124] maar niet uitgesloten is dat er in het specifieke geval ook subjectieve factoren in het voordeel van de uitleg van verzekeraar in het geding zijn.
[…] /Aegonheeft Uw Raad geoordeeld dat een beroep van de verzekeraar op het niet-nakomen door de verzekerde van bepaalde in een clausule omschreven verplichtingen, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn als onvoldoende causaal verband bestaat tussen het niet-naleven van de in de clausule omschreven verplichtingen en het risico zoals zich dit heeft verwezenlijkt. Dit is anders bij het niet-nakomen door de verzekerde van een clausule die onderdeel uitmaakt van de primaire dekkingsomschrijving. Een beroep door de verzekeraar op de primaire dekkingsomschrijving kan door de verzekerde niet met succes worden afgeweerd met de stelling dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is omdat de redenen waarom de verzekeraar een bepaalde gebeurtenis niet wil verzekeren zich in het concrete geval niet voordoen. Hiermee is echter nog niet uitgesloten dat andere bijzondere omstandigheden wel een beroep van verzekeraar op de primaire dekkingsomschrijving kunnen voorkomen.
nadere verplichtingvoor de verzekerde waarvan de verzekeraar zijn dekkingsbereidheid afhankelijk heeft gesteld.
contra proferentemook diensten bewijzen. Aan de andere kant is dit door de tekst heen kijken als ware het een afvinksysteem niet steeds aan de orde. De contractvrijheid van de verzekeraar die echt niet wil moet worden gerespecteerd, maar dan zal aan de hand van objectieve of eventuele subjectieve uitlegfactoren in beeld moeten worden gebracht dat van een dergelijke bewuste keuze sprake was.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Inleiding
uitsluitendis verzekerd als aan de voorwaarden is voldaan. In de verhuurclausule staat niet dat een in beginsel bestaande dekking vervalt als de daarin genoemde omstandigheden zich voordoen, zoals bij een preventieve garantievoorwaarde. Dit betekent dat de verhuurclausule geldt als een primaire dekkingsomschrijving en geen preventieve garantievoorwaarde is, aldus NN.
uitsluitend” in de verhuurclausule.
subonderdeel 1.3is het hof niet voldoende kenbaar ingegaan op de stelling van NN dat zij, ongeacht de precieze omstandigheden van het geval en de specifieke oorzaak van de schade, een buitenrit waarbij de huurder rijdt zonder gediplomeerd instructeur of ruiterbewijs in het geheel niet heeft willen verzekeren. [126] NN heeft deze stelling als volgt toegelicht:
subonderdeel 1.4betoogt NN dat het onjuist of onbegrijpelijk is dat het hof in rov. 4.6. heeft geoordeeld dat het bij de uitleg van de verhuurclausule irrelevant is dat de verhuurclausule is opgenomen op het polisblad. Volgens NN is dit wel een relevante omstandigheid omdat de verhuurclausule daarmee goed zichtbaar was voor [verweerder] en dit bijdraagt aan de conclusie dat [verweerder] moest begrijpen dat NN met de verhuurclausule de grenzen van de dekking aangaf, zoals bedoeld is in een primaire dekkingsomschrijving. [132] Het hof motiveert ook niet waarom het feit dat de verhuurclausule op het polisblad is opgenomen irrelevant zou zijn. Hierdoor heeft het hof onvoldoende inzicht in zijn gedachtegang gegeven, aldus NN.
uitsluitend” te koppelen aan de daaropvolgende voorwaarden kan – nu concrete aanknopingspunten voor een andere duiding daarvan ontbreken – niet anders worden geconcludeerd dan dat NN hiermee heeft aangegeven dat zij slechts bereid is tot het geven van dekking indien aan de in de verhuurclausule opgenomen voorwaarden is voldaan. Dit wijst er mijns inziens op dat NN de grenzen van haar dekking heeft aangegeven en (al dan impliciet) kenbaar heeft gemaakt dat een schadevoorval dat niet aan de voorwaarden voldoet, in zijn geheel buiten de dekkingsomvang valt, hetgeen haar vrij stond om te doen. [135] Het is dan ook onbegrijpelijk dat het hof de verhuurclausule als preventieve garantievoorwaarde heeft uitgelegd door te oordelen dat er, gelet op de formulering, een recht op dekking bestaat, maar dat dit recht (in beginsel) vervalt als niet aan de voorwaarden van de verhuurclausule is voldaan. De formulering van de verhuurclausule geeft hiervoor geen enkel aanknopingspunt. Dat aanknopingspunt is mijns inziens niet te vinden in de overweging van het hof dat de formulering van de verhuurclausule wezenlijk verschilt van clausule L 686A omdat deze laatste clausule anders dan de verhuurclausule negatief is geformuleerd (“
Niet verzekerd is(…)”). Niet alleen negatieve dekkingsomschrijvingen in de vorm van uitsluitingen, zoals clausule L 686A, maar ook positieve dekkingsomschrijvingen, al dan niet met impliciete uitsluitingen, behoren tot de primaire dekkingsomschrijving. Ook met een positieve dekkingsomschrijving geeft de verzekeraar de grenzen van de dekking aan. [136]
met name afhankelijk is van objectieve factoren”, komt dit niet tot uiting in de motivering van zijn oordeel in rov. 4.6. Hierin lijkt het hof enkel oog te hebben gehad voor de formulering van de verhuurclausule door te oordelen dat het de verhuurclausule uitlegt als preventieve garantievoorwaarde “
gelet op de formulering ervan”. Daarbij heeft het hof geen aandacht besteed aan de door NN in subonderdeel 1.3 genoemde omstandigheden gelet waarop zij in het geheel niet bereid was tot het verzekeren van buitenritten die niet aan de voorwaarden uit de verhuurclausule voldeden en zij ervoor opteerde om dat in een primaire dekkingsomschrijving tot uitdrukking te brengen, waarmee zij een discussie over de onaanvaardbaarheid van het beroep van NN op de verzekeringsvoorwaarden (wegens een gebrek aan causaliteit tussen de niet-naleving van de voorwaarden en de schade) in de regel zou voorkomen. Het hof was mijns inziens gehouden kenbare aandacht te besteden aan deze relevante stellingen van NN. Een belangrijk kenmerk van de primaire dekkingsomschrijving is immers dat de verzekeraar daarmee heeft aangegeven wat hij
welen wat hij
nietwil verzekeren. [138] Ik acht hierbij vooral de vierde omstandigheid relevant: [verweerder]
wistdat NN niet bereid was tot het geven van dekking voor buitenritten die plaatsvonden zonder dat aan de eisen van de verhuurclausule was voldaan.
[…] /Aegontoe te passen en te oordelen dat het beroep van NN op het feit dat [verweerder] niet aan de voorwaarden van de verhuurclausule heeft voldaan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is omdat er onvoldoende verband bestaat tussen het niet-naleven van de voorwaarden uit de verhuurclausule en het ingetreden risico. NN heeft in dit kader in haar schriftelijke toelichting ook bepleit dat het de praktijk zou helpen als Uw Raad bepaalt dat ook bij het niet-naleven van een preventieve garantievoorwaarde een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid wegens het ontbreken van causaliteit slechts bij hoge uitzondering mogelijk is, conform de terughoudendheid die in het algemeen moet worden betracht bij toepassing van deze figuur. Daarbij zou, wat NN betreft, een dergelijk beroep in elk geval niet mogelijk moeten zijn in de situatie zoals die zich voordoet in deze zaak, waarin het ontbreken van causaliteit niet voor de hand ligt en de verzekeringnemer de voorwaarden van de verhuurclausule bewust niet heeft nageleefd. [139]
[…] /Aegonmeebrengt dat het ontbreken van causaliteit tussen het niet-naleven van de in de clausule omschreven verplichtingen en het risico zoals zich dit heeft verwezenlijkt ertoe leidt dat een beroep op die polisbepaling zonder meer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Zoals ik hiervoor al in randnummer 3.17 heb toegelicht, kan uit
[…] /Aegoneen dergelijke strakke toepassing van art. 6:248 lid 2 BW Pro of zelfs regel niet worden afgeleid. Een beroep van de verzekeraar op het niet-nakomen door de verzekerde van bepaalde in een clausule omschreven verplichtingen,
kan, uiteraard tegen de achtergrond van de terughoudendheid die bij toepassing van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid uitgangspunt is, [140] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn als onvoldoende causaal verband bestaat tussen het niet-naleven van de in de clausule omschreven verplichtingen en het risico zoals zich dit heeft verwezenlijkt. Of dit het geval is, is afhankelijk van de overige omstandigheden van het geval. Die kunnen toch voorkomen dat de balans van een beroep op de contractuele bepaling doorslaat naar een toepassing van art. 6:248 lid 2 BW Pro. Anders gezegd: die overige omstandigheden kunnen toch meebrengen dat de verzekeraar ‘gewoon’ beroep kan doen op (schending van) de betreffende clausule. Het hof was dan ook gehouden om alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen bij zijn beoordeling van de vraag of het beroep van NN op de verhuurclausule in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Zoals de (sub)onderdelen 2, 3 en 4.3 aan de kaak stellen, heeft NN in dit verband verschillende relevante omstandigheden aangevoerd, waarvan niet blijkt in rov. 4.9.-4.10. of en zo ja welk gewicht het hof daaraan heeft toegekend:
nietaannemelijk dat een ervaren ruiter, met ruiterbewijs, ook van zijn paard zou zijn gevallen bij een plotseling krachtige beweging van het paard terwijl de rit tot dan toe stapvoets plaatsvond. Dit blijkt alleen al uit het feit dat de begeleidster van de bosrit, die in het bezit was van een ruiterbewijs, in haar zadel bleef zitten op het moment dat de paarden een plotselinge krachtige beweging vertoonden (subonderdeel 4.3. onder f.).