Conclusie
1.Feiten en procesverloop
lees: 2022; A-G] [is] geïnformeerd door [verblijfplaats] dat betrokkene op 4 juni 2023 [
lees: 2022; A-G] met ontslag is gegaan en ook op die datum de instelling heeft verlaten. Direct na deze mededeling van [verblijfplaats] heeft de rechtbank, met inachtneming van de naderende uiterste beslistermijn, te weten 9 juni 2023 [
lees: 2022, A-G], de locatie van de zitting verplaatst naar een zitting op het Paleis van Justitie. Op diezelfde dag, te weten 7 juni 2023 [
lees: 2022; A-G], is een (aangetekende) oproep verstuurd naar betrokkene op zijn bij de rechtbank bekende BRP-adres te [plaats 2] .
gegeven; toevoeging A-G] dat hij in Rotterdam wenst te worden gehoord in verband met de reisafstand en de daaraan verbonden kosten.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
voldoende grondbestond, waarmee hij blijkbaar doelt op de materiële criteria voor verplichte zorg, zoals het bestaan van een psychische stoornis, ernstig nadeel en causaal verband daartussen.