Conclusie
[eiser](eiser tot cassatie) en
ING(verweerster in cassatie).
1.Inleiding
2.Feiten
de Raamovereenkomst) ondertekend. Deze overeenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt:
2.Verklaringen van de Cliënt
de Product Kaart). Daarin is onder meer het volgende opgenomen:
Heeft uw onderneming ervaring met het doen van transacties in derivate producten?’ heeft [eiser] het antwoord ‘
Ja, tussen 3 en 5 jaar’ aangekruist.
renteswap 1) afgesloten. Renteswap 1 had een looptijd vanaf 2 januari 2008 tot 1 november 2017, een hoofdsom van € 1.005.000,-- en een swaprente van 4,53%. De hoofdsom wordt elk kwartaal verlaagd met € 15.000,--.
renteswap 2). Renteswap 2 had een looptijd vanaf 1 oktober 2008 tot 1 november 2017 en een, na drie kwartaalverlagingen van € 15.000,-- resterende, hoofdsom van € 960.000,--. [eiser] heeft deze brief voor akkoord ondertekend.
het Herstelkader) [5] is aangemerkt en dat hij om die reden niet in aanmerking komt voor toepassing van het Herstelkader.
3.Procesverloop
In eerste aanleg
de rechtbank). [eiser] heeft, samengevat,
primairgevorderd dat voor recht wordt verklaard dat ING toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiser] bij het aangaan van renteswap 2 en/of dat zij onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld.
Subsidiairheeft [eiser] gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat ING toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiser] bij de beëindiging van renteswap 1 en het aangaan van renteswap 2 en/of dat zij daarbij onrechtmatig heeft gehandeld. [eiser] heeft voorts zowel primair als subsidiair gevorderd dat ING wordt veroordeeld tot vergoeding van de door hem geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat, en dat ING wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, vermeerderd met de nakosten.
Monthly Forecast Updateste delen (r.o. 4.19). Dit oordeel leidde tot afwijzing van de primaire vorderingen van [eiser] .
het hof). Hij heeft in hoger beroep zijn eis gewijzigd. [eiser] heeft gevorderd dat het hof het vonnis van 3 februari 2021 vernietigt en, opnieuw rechtdoende, na wijziging van eis:
renteswap 2. Het hof heeft geoordeeld dat de vorderingen moeten worden afgewezen:
blend & extend[…]. De herstructurering was niet nodig omdat de modaliteiten van renteswap 1 niet in overeenstemming waren met die van de Euroflexlening ten tijde van het aangaan van renteswap 1: de looptijd, omvang, aflossingen en de rentegrondslag van renteswap 1 waren toen gelijk aan die van de Euroflexlening.
renteswap 1jegens [eiser] in strijd met de op haar rustende bijzondere zorgplicht heeft gehandeld, en dat “dienaangaande” het volgende geldt:
het arrest). ING heeft een verweerschrift ingediend waarin zij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep. Partijen hebben hun standpunten vervolgens schriftelijk doen toelichten. [eiser] heeft gerepliceerd en ING heeft gedupliceerd.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
notional’) wat betreft omvang en looptijd is afgestemd op de hoofdsom van die lening, betaalt hij onder de lening en de swap gezamenlijk per saldo de vaste rente en de opslag.
mismatch’), en dat bij tussentijdse beëindiging van de swap – bijvoorbeeld bij aflossing van de lening – de marktwaarde daarvan moest worden afgerekend. Deze afrekening van de marktwaarde kon betekenen dat de cliënt een aanzienlijk bedrag aan de bank moest betalen. Bovendien kon deze mogelijke betalingsverplichting al tijdens de looptijd van de renteswap negatieve gevolgen hebben voor de cliënt, bijvoorbeeld in de vorm van beperking van kredietruimte.
renteswap 2en/of daarbij onrechtmatig heeft gehandeld, falen. Het onderdeel stelt dat dit oordeel “in de kern” rust op de volgende drie met elkaar samenhangende overwegingen:
Subonderdeel 1.1bevat de klacht dat het hof met zijn oordeel buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden. Het subonderdeel stelt daartoe dat het hof in strijd met art. 24 Rv Pro de feitelijke grondslag van het verweer van ING heeft aangevuld door zich te baseren op de overweging dat zich geen nieuw beslismoment heeft voorgedaan bij het aangaan van renteswap 2. Hieraan verbindt het hof volgens het subonderdeel kennelijk dat ING indertijd geen of een verminderde zorgplicht had jegens [eiser] , althans dat ING zonder meer kon voortbouwen op acties die zij in dat kader had ondernomen bij het aangaan van renteswap 1. Een dergelijk verweer heeft ING niet gevoerd, aldus het subonderdeel.
op grond waarvan ING [eiser] had moeten voorlichten en informeren over de risico’s van de af te sluiten nieuwe renteswap, onjuist of onbegrijpelijk is. Indien vaststaat dat ING [eiser] in 2007 voorafgaand aan het afsluiten van renteswap 1 voldoende informatie heeft verstrekt over de algemene kenmerken van renteswaps en hem ook genoegzaam heeft gewaarschuwd voor de specifieke risico’s daarvan, dan zou immers heel goed het standpunt kunnen worden verdedigd dat ING niet de plicht had om [eiser] elf maanden later nogmaals daarover voorlichting te geven.
Monthly Forecast Updateste delen. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen:
nietde visie had dat de voor [eiser] relevante rente significant en structureel zou dalen, dat de verwachtingen ten aanzien van de renteontwikkeling inherent onzeker en onnauwkeurig zijn, dat [eiser] de renteswap sloot met het oog op het beheersen van renterisico’s, dat onzekere verwachtingen over de renteontwikkeling derhalve helemaal niet relevant waren voor hem, en dat, als ING al mededelingen aan [eiser] had moeten doen over haar renteverwachtingen “– wat niet zo is –”, een dergelijke mededeling voor [eiser] helemaal geen verschil had gemaakt. [17] ING heeft de stelling van [eiser] aldus uitvoerig gemotiveerd weersproken.
mismatchte voorkomen, en vervolgens is renteswap 1 conform specificatie van ING vervangen door renteswap 2.
mismatchte voorkomen. Volgens het subonderdeel kwalificeert dit als een vorm van advisering. Daarom, zo concludeert het subonderdeel, vormt de enkele overweging dat de aanpassing van renteswap 1 zou zijn ingegeven door de wijziging van de Euroflexlening geen toereikende motivering.
een gevolgvan de genoemde aanpassing van de rentegrondslag zou zijn dat de rentebetalingen onder de Euroflexlening niet meer gelijk zouden lopen met de betalingen onder de renteswap (die op basis van het 1-maands Euribor-tarief was), en (ii) dat zij daarom alléén wilde meewerken aan het aanpassen van de rentegrondslag van de Euroflexlening als ook de modaliteiten van de renteswap zouden worden aangepast (om op die manier een
mismatchte voorkomen). [21] Aldus heeft ING (slechts) aangegeven wat
de voorwaardenwaren waaronder zij wilde meewerken aan een aanpassing van de rentegrondslag. [eiser] heeft de voorwaarden van ING vervolgens geaccepteerd.
geen nieuwe renteswapis maar een herstructurering van renteswap 1. Herhaald zij dat dit oordeel in cassatie niet wordt bestreden. Het hof heeft in r.o. 4.15 geoordeeld dat [eiser] zijn stelling dat ING haar zorgplicht jegens hem heeft geschonden door renteswap 1 te offreren, in het licht van de in r.o. 4.11 t/m 4.14 genoemde feiten en omstandigheden onvoldoende heeft toegelicht. Indien, zo zij herhaald, vaststaat dat ING [eiser] bij het aangaan van renteswap 1 voldoende had geïnformeerd over de kenmerken van renteswaps en hem genoegzaam had gewaarschuwd voor de risico’s daarvan, en in het bijzonder voor het risico van een negatieve waarde, dan bestond er geen aanleiding om [eiser] bij het aangaan van renteswap 2 elf maanden later nogmaals dezelfde of andere informatie te verstrekken. Het subonderdeel faalt derhalve.
nietop de renteswap. Onder verwijzing naar een vindplaats in de processtukken stelt het onderdeel dat [eiser] dat ook heeft aangevoerd.
in het licht vande omstandigheid dat hij eerder bij de wijziging van de bij ING bestaande kredietfaciliteit niet is geadviseerd en toen zelfstandig beslissingen heeft genomen, niet genoegzaam heeft toegelicht/aangetoond dat tussen partijen bij het aangaan van renteswap 1 partijen wél een adviesrelatie heeft bestaan. Het onderdeel verwijst niet naar stellingen in de processtukken waar [eiser] heeft aangevoerd dat er (andere) omstandigheden zijn die meebrengen dat tussen partijen bij het aangaan van renteswap 1 (wel) sprake was een adviesrelatie. Een klacht op dit punt wordt ook niet geformuleerd. In het licht van het voorgaande kan niet worden gezegd dat het bestreden oordeel onbegrijpelijk is of onvoldoende gemotiveerd. Het onderdeel faalt.
nietbestreden.
de door hem gestelde schade als gevolg van een verhoging sec van de debetrenteopslag op de Euroflexleningis veroorzaakt door (beweerdelijk) tekortschietend of foutief handelen van ING. Het hof heeft in r.o. 4.14, eerste zin, overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat ING [eiser] in september 2008 op de hoogte heeft gesteld van haar voornemen om de debetrenteopslag te verhogen en dat partijen vervolgens in gesprek zijn gegaan over een aanpassing van de rentegrondslag van de Euroflexlening om de rentestijging voor [eiser] zo beperkt mogelijk te houden. [27] De rentegrondslag
isvervolgens na overleg tussen partijen ook aangepast. [eiser] heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij door de mededeling van ING onaangenaam was verrast, omdat hij had begrepen dat de rente door de renteswap vergelijkbaar met een vaste rente was geworden. [28] Uit een ander volgt dat het voor [eiser] al in 2008 voldoende duidelijk moet zijn geweest dat hij, naar hij heeft aangevoerd, voorheen door ING beweerdelijk niet voldoende duidelijk
is geïnformeerdover de bevoegdheid van ING om gedurende de looptijd van renteswap 1 de debetrenteopslag te verhogen. In het licht van de niet bestreden uitleg door het hof van de stellingen van [eiser] behoefde het oordeel geen nadere motivering.
isverhoogd nadat ING haar voornemen daartoe aan [eiser] had medegedeeld en partijen daarover vervolgens hadden gesproken. In deze procedure verwijt [eiser] ING dat zij hem niet voldoende duidelijk heeft geïnformeerd dat ING tijdens de looptijd van renteswap 1 bevoegd bleef de debetrenteopslag te verhogen. Wat betreft dit punt was [eiser] reeds in 2008 bekend met de schade (dat is in dit geval de hogere debetrente) en de aansprakelijke persoon (ING). Hij was toen voorts ter zake van het door hem gestelde verwijt daadwerkelijk in staat een rechtsvordering tot vergoeding van de door hem geleden schade (als gevolg van de verhoging van de debetrente
sec) in te stellen.
subonderdeel 4.1is het oordeel onvoldoende gemotiveerd. Het subonderdeel stelt daartoe dat het hof bij zijn overweging dat moet worden aangenomen dat het [eiser] bekend was dat een renteswap aan voortdurende waardeschommelingen onderhevig was, gelet op de informatie die hij blijkens de raamovereenkomst heeft ontvangen, niet heeft betrokken de stellingen van [eiser] dat de informatie uit de raamovereenkomst en bijlagen te algemeen was voor hem om bedacht te kunnen zijn op de afrekening van een negatieve waarde, en dat hij delen van die informatie (de Product Kaart) helemaal niet heeft ontvangen.
Interest Rate Swap, overgelegd als productie 6 bij de conclusie van antwoord. In de door [eiser] ontvangen raamovereenkomst staat dat “de Cliënt” van “de Bank” productbeschrijvingen van de verschillende soorten niet-beursverhandelde derivaten heeft ontvangen, waarin algemene informatie is opgenomen over niet-beursverhandelde derivaten en de daaraan verbonden risico’s. Gelet hierop meen ik dat het hof de stelling van [eiser] kennelijk als niet geloofwaardig heeft beoordeeld.
niet voldoende duidelijk is gestelddat [eiser] “om die reden” renteswap 2 niet zou hebben afgesloten of zou hebben geopteerd voor betaling van het bedrag van de negatieve waarde en een lagere swaprente voor renteswap 2. Het hof respondeert hiermee derhalve op de stelling van [eiser] zelf dat ING hem aldus de kans heeft ontnomen een afgewogen en
wellicht andere keuzete maken. [34] (r.o. 4.17). Het oordeel, dat berust op een aan het hof voorbehouden uitleg van de stellingen van partijen, kan de beslissing dat ING niet schadeplichtig is, dragen.
betalingsverplichtingrust terzake van de beëindiging van een renteswap betekent namelijk nog niet noodzakelijk dat die renteswap op dat moment geen negatieve marktwaarde had. Mijns inziens ondersteunt de inhoud van de betreffende brief veeleer het standpunt van ING dat partijen zijn overeengekomen de negatieve marktwaarde van renteswap 1 te verdisconteren in de vaste swaprente van renteswap 2 (althans dát dit in elk geval is gebeurd). Herhaald zij in dat verband dat het rentepercentage van de tweede renteswap 0,16% hoger was dan het rentepercentage van de eerste renteswap, dat [eiser] dit wist althans eenvoudig kon constateren, en dat de verhoging een grond moest hebben. Het subonderdeel faalt.
subonderdeel 4.4is het oordeel dat [eiser] niet heeft betwist dat renteswap 1 bij tussentijdse beëindiging de door ING gestelde negatieve waarde (€ 2.700,--) had, onbegrijpelijk, want innerlijk tegenstrijdig met r.o. 4.20. Daar stelt het hof (volgens het subonderdeel: terecht) vast dat [eiser] in hoger beroep het standpunt heeft ingenomen dat de negatieve waarde van renteswap 1 nul was, dan wel dat hij daarvan mocht uitgaan. Het subonderdeel stelt dat hetgeen het hof in r.o. 4.18 overweegt, daarmee niet is te rijmen.
gemotiveerdheeft betwist dat renteswap 1 bij de tussentijdse beëindiging ervan de door ING gestelde negatieve waarde had. Het betreft hier derhalve
een oordeel. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden gezegd dat de twee passages die het subonderdeel noemt, innerlijk tegenstrijdig zijn.
nieteen andere verklaring voor het renteverschil gegeven. Een en ander doet vermoeden dat de stelling van ING dat [eiser] met de verdiscontering (‘versmering’) akkoord is gegaan (en daarvan derhalve wetenschap had), gewoon juist is.
ING heeft hem aldus de kans ontnomen een afgewogen en wellicht andere keuze te maken, aldus nog steeds [eiser].”
zijn eigen stellingniet nader heeft geconcretiseerd en onderbouwd. De stelling van [eiser] dat ING hem de kans heeft ontnomen een “afgewogen en wellicht andere keuze” te maken is tamelijk vaag. Dat het hof van [eiser] verlangde dat hij deze stelling nader had onderbouwd, is naar mijn mening niet onbegrijpelijk in het licht van het (kennelijk: subsidiaire) [36] verweer van ING dat er geen causaal verband is tussen het niet weten van een negatieve waarde van € 2.700,-- van renteswap 1 en het aangaan van renteswap 2 waarin die negatieve waarde was verdisconteerd. ING heeft, ook in eerste aanleg, meermaals gesteld dat [eiser] heeft gesteld dat hij zijn rentelasten zo laag mogelijk wilde houden en dat de gekozen constructie waarbij de negatieve marktwaarde van de bestaande renteswap zou worden verdisconteerd in de vaste renteswap van de nieuwe renteswap per saldo een verlaging betekende van zijn rentelasten. [37] [eiser] heeft deze stellingen niet gemotiveerd betwist. Het is aldus niet waarschijnlijk dat [eiser] bij meer informatie daadwerkelijk een andere keuze zou hebben gemaakt.