ECLI:NL:PHR:2024:1332
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste toetsing getuigenverzoeken in zaak verlaten plaats ongeval
De verdachte is in eerste aanleg veroordeeld wegens overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, namelijk het verlaten van de plaats van een verkeersongeval waarbij schade werd toegebracht. Het hof 's-Hertogenbosch bevestigde deze veroordeling, maar wees verzoeken tot het horen van twee getuigen af, omdat het hof oordeelde dat hun verklaringen irrelevant of overbodig waren gezien het overige bewijsmateriaal.
De verdediging stelde in hoger beroep dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde bij de afwijzing van de getuigenverzoeken en dat het belang van de verdediging onvoldoende werd meegewogen. Met name werd betoogd dat het niet sluitend was dat de verdachte de bestuurder was van het voertuig dat het ongeval veroorzaakte, en dat het horen van de aangeefster en een andere getuige noodzakelijk was om dit te verduidelijken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het noodzakelijkheidscriterium hanteerde in plaats van het verdedigingsbelang, zoals vereist na het Keskin-arrest van het EHRM. Het belang bij het horen van een getuige die een belastende verklaring heeft afgelegd, moet worden voorondersteld, tenzij het horen onmiskenbaar irrelevant of overbodig is. In deze zaak rust het oordeel dat de verdachte bestuurder was te sterk op de verklaring van de aangeefster, terwijl andere getuigenverklaringen niet voor het bewijs zijn gebruikt. Daarom is het afwijzen van het getuigenverzoek niet begrijpelijk.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het arrest van het hof en terugwijzing van de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling, waarbij het belang van de verdediging bij het horen van de getuigen adequaat moet worden meegewogen. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn is overschreden, hetgeen bij de verdere behandeling in aanmerking moet worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling met correcte toetsing van getuigenverzoeken.