Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
Feiten
3.Bespreking van het cassatiemiddel
op initiatief van het openbaar ministerie, de rechter-commissaris of de rechterals getuige kan worden gehoord als het slachtoffer wordt gedagvaard als getuige (cursivering toegevoegd). De toelichting vermeldt hierover:
van de politierechterhad kunnen leiden. Dat behoeft ook geen verwondering te wekken. Het gaat [verweerster] in deze zaak erom dat de politierechter haar ten onrechte niet volledig van haar spreekrecht gebruik heeft laten maken en dat zij vindt dat dit verzuim – waartegen naar haar mening de officier van justitie aanstonds ter zitting van de politierechter had moeten optreden – moet worden hersteld door het instellen van een hoger beroep, waarin zij alsnog onbeperkt haar spreekrecht kan uitoefenen (zie de hiervoor in 2.2 weergegeven grondslag van de vordering).
onder (a)dat het oordeel van het hof dat het spreekrecht mede het recht inhoudt om bewijselementen aan te voeren, onjuist is, omdat het spreekrecht niet mede dat recht inhoudt, noch op grond van art. 51e lid 2 Sv, noch op grond van art. 10 Slachtofferrichtlijn Pro, waarnaar het hof voor zijn oordeel verwijst.
onder (b)dat als het hof heeft geoordeeld dat [verweerster] ten onrechte is beperkt in de uitoefening van het in art. 51b lid 2 Sv neergelegde recht om stukken aan het dossier te laten toevoegen (wat wel een uitwerking vormt van art. 10 Slachtofferrichtlijn Pro), het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, omdat [verweerster] dit niet aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd.
onder (c)aan dat als het hof ervan is uitgegaan dat een (volledige) ter terechtzitting afgelegde slachtofferverklaring van [verweerster] als zodanig tot bewijs had kunnen dienen, dit getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, omdat een slachtofferverklaring geen bewijs oplevert in het strafproces.
onder (d)klaagt dat in het licht van de gedingstukken onbegrijpelijk is dat het hof heeft vastgesteld dat de Staat niet gemotiveerd heeft betwist dat niet is uit te sluiten dat het onbeperkt uitoefenen van het spreekrecht tot een ander standpunt van het openbaar ministerie en een ander oordeel van de politierechter had kunnen leiden. De Staat heeft volgens het subonderdeel gemotiveerd aangevoerd dat de processtukken onvoldoende duidelijkheid bieden voor een bewezenverklaring van strafbare feiten, dat het openbaar ministerie in het licht daarvan niet op goede gronden kan betogen waarom verdere vervolging zou zijn aangewezen, en dat het openbaar ministerie daarom ervan uitgaat dat het in appel niet-ontvankelijk zou worden verklaard, zodat aan het spreekrecht van [verweerster] dan niet eens wordt toegekomen. Voorts heeft de Staat volgens het subonderdeel aangevoerd dat de redenen waarom volgens [verweerster] in de strafzaak hoger beroep zou moeten worden ingesteld, niet kunnen leiden tot een andere uitkomst dan een niet-ontvankelijkverklaring of vrijspraak, nu [verweerster] niet, althans onvoldoende, heeft aangevoerd dat de verdachte ten onrechte is vrijgesproken.