ECLI:NL:PHR:2024:746
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens onjuiste betrokkenheid niet tenlastegelegde feiten bij grootschalige fiscale fraude
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf wegens feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk onjuist doen van vijf aangiften omzetbelasting namens een goede doelenstichting. Bij de strafoplegging hield het hof ook rekening met zeventien niet tenlastegelegde aangiften over de periode 2011-2016, waarmee het grootschalige karakter van de fraude werd vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat het proces-verbaal niet voldoende aannemelijk maakte dat de verdachte ook aan deze niet tenlastegelegde feiten feitelijk leiding had gegeven en dat deze feiten op grond van het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk waren geworden. Hierdoor was het oordeel van het hof dat deze feiten een relevante strafverzwarende omstandigheid vormden onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad bevestigde dat het in bepaalde gevallen is toegestaan om bij strafoplegging rekening te houden met niet tenlastegelegde feiten, mits aannemelijkheid en gelegenheid tot verweer zijn gewaarborgd. In deze zaak was dat niet het geval voor de niet tenlastegelegde feiten, ook al was het hof van oordeel dat de verdachte zich strafbaar had gemaakt volgens een vrijwel identiek patroon.
De conclusie van de procureur-generaal strekt tot vernietiging van de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn en onvoldoende motivering omtrent de niet tenlastegelegde feiten, maar verwerpt het cassatieberoep voor het overige. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt de strafoplegging, met een strafvermindering tot gevolg, en laat het overige oordeel van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging vanwege onvoldoende aannemelijkheid van schuld aan niet tenlastegelegde feiten en vermindert de straf.