Uitspraak
1.[geïntimeerde1]
3.Trip Advocaten Notarissen B.V.
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.Drie kernproblemen, de voorgeschiedenis in het kort en het proces
3.Het oordeel van het hof
“Lopende rente schenkingen 1/1-10-9 3,5% € 1.162”. [9] De bankoverschrijving van € 5.000 blijkt uit twee producties [10] . In overweging 2.4 van het eindvonnis van 4 december 2013 heeft de rechtbank die schenkingen met rente als vaststaand aangenomen en in rechtsoverweging 5.4.10.1 ter berekening van de legitimaire massa en de legitieme van [appellante] de beide schenkingen, de opname van de bankrekening en de rente onder de overige schulden opgenomen. Tot en met het eindvonnis hadden partijen geen debat gevoerd over de verschuldigdheid van deze posten.
“aan mevrouw [appellante] niet die hierboven sub 63 en 65 bedoelde (rente) vorderingen heeft toegekend”. In die memorie had [appellante] eerder aangevoerd:
verschuldigd aan [appellante] de volgende bedragen € 24.626,-, € 5.000,-en € 2.600,-. Verder betwisten [geïntimeerden] uitdrukkelijk dat zij een rente verschuldigd zijn aan [appellante] .