Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring en bewijsoverweging
Feit 1: verkrachting
3.Het eerste middel
overtuigingte hebben bekomen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
verkrachter” gaat video-bellen en appen over allerhande onderwerpen: nagels zetten, een nieuw zitbankje, de nieuwe pup van aangeefsters ouders, het rijlen en zijlen op haar nieuwe werk (de TBS-kliniek), smeuige uitlatingen zijdens aangeefster in dat kader over een pedofiel in die kliniek, beslommeringen aangaande meergenoemde [getuige 2], die nota bene juist volgens aangeefster aan de GHB zit etc. etc?
best veel loog” tegen haar eigen familie?
keer op keer voor het slapen gaan met hem uitgebreid gaat videobellen, bij welke gelegenheden de meest triviale gespreksonderwerpen passeren?
Hij maakt een relaxte indruk wekt in de loop van het gesprek hoe langer hoe meer sympathie en onderzoeker merkt ook dat hij een neiging ontwikkelt om hetgeen betrokkene vertelt (...) te geloven”.