3.2De raadsman van de verdachte heeft blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 september 2023 het woord gevoerd overeenkomstig zijn aan het hof overlegde pleitnota. Het gedeelte van de pleitnota waar de steller van het middel het oog op heeft, houdt het volgende in:
“Daarenboven, voor een bewezenverklaring dient uw Hof ook, op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen, de
overtuigingte hebben bekomen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
De verdediging is van oordeel dat door uw Hof, na kennisneming van het voorliggende proces-verbaal, absoluut niet wettig, laat staan overtuigend bewezen kan worden verklaard, dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting.
Volgens de verdediging kan uw rechtbank [ik begrijp: hof, AG TS] echt niet tot de overtuiging geraken dat verdachte de voor verkrachting vereiste mate van dwang heeft uitgeoefend. In zaken als de onderhavige is niet zelden sprake van de ene verklaring tegenover de andere. Doorslaggevend is dan niet de enkele vraag aan welke verklaring uw rechtbank het meeste geloof hecht.
Juist ook in het kader van de overtuiging dient uw hof uw ogen niet ervoor te sluiten, dat met name het gedrag van aangeefster zelf in de weken na de vermeende “verkrachting” absoluut niet is te rijmen zijn met die pretense verkrachting.
Er zijn in deze strafzaak feiten en omstandigheden “te over” die - op zijn zachtst gezegd - ernstig doen twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangifte.
Hoe geloofwaardig is aangeefsterdie niet ogenblikkelijk naar de politie stapt, maar vervolgens wel gedurende ruim 2 weken – vrijwel dagelijks – met de pretense “
verkrachter” gaat video-bellen en appen over allerhande onderwerpen: nagels zetten, een nieuw zitbankje, de nieuwe pup van aangeefsters ouders, het rijlen en zijlen op haar nieuwe werk (de TBS-kliniek), smeuige uitlatingen zijdens aangeefster in dat kader over een pedofiel in die kliniek, beslommeringen aangaande meergenoemde [getuige 2], die nota bene juist volgens aangeefster aan de GHB zit etc. etc?
Toch geen gespreksonderwerpen die een vermeend slachtoffer van verkrachting aansnijdt, dunkt mij!
Hoe geloofwaardig is aangeefster, die tijdens de dagenlange seks nagenoeg continu onder invloed van alcohol en Speed verkeerde?
Hoe geloofwaardig is aangeefster, die volgens haar eigen vriendin, de [getuige 2], borderline heeft en drugsverslaafd is en zich voor die verslaving eind 2021 in een gespecialiseerde kliniek in Zuid-Afrika heeft laten behandelen?
Hoe geloofwaardig is aangeefsterdie volgens haar eigen vriendin ook “
best veel loog” tegen haar eigen familie?
Hoe geloofwaardig is aangeefster, zelf nota bene werkzaam als herstel-coach, als zij het zelf vrijelijk verkiest om verdachte in huis te halen om vervolgens samen met hem de door haar zelf gekochte alcohol en harddrugs te gaan consumeren?
Hoe geloofwaardig is aangeefsterals zij aangeeft dat verdachte de eerste avond vanwege de avondklok was blijven slapen, terwijl de dagen daarna sprake zou zijn geweest van quarantaine?
Hoe geloofwaardig is aangeefsterals zij verklaart dat ze tot de vrijdagochtend wakker waren gebleven en geen seks hadden gehad, dat zij tot die ochtend had volgehouden haar grens te bewaken en dat zij de seks daarna over zich heen heeft laten komen, terwijl verdachte heeft verklaard dat de seks op de donderdagavond meteen is begonnen en de hele nacht is doorgegaan?
Hoe geloofwaardig is aangeefsterdie naar verluid tot 2x toe in een TBS-kliniek zou zijn ontslagen vanwege een te innige relatie met een patiënt (zoals zij overigens ook door het RIBW om die reden is ontslagen)?
Hoe geloofwaardig is aangeefsterals zij op zaterdagavond 24 april 2021 verdachte gewoon weer binnen laat in haar huis, nadat hij geruime tijd eerder die dag zijn komst had aangekondigd, terwijl zij zelfs niet eens de moeite nam om een derde daarvan op de hoogte te stellen (dit terwijl die zaterdag voorafgaande aan de komst van verdachte allerlei mensen bij aangeefster in huis waren geweest, Vgl. aangifte p. 20)?
Hoe geloofwaardig is aangeefsterals zij verklaart dat zij zou zijn verkracht en vervolgens verdachte weer mee naar boven neemt en met oordoppen in met haar hoofd onder de dekens zegt te zijn gaan liggen? Dat ze zou zijn gaan slapen, terwijl verdachte beweerdelijk dingen deed die ze niet wilde?
Hoe geloofwaardig is aangeefsterals zij verklaart dat zij, op meerdere momenten, zou zijn verkracht maar het vervolgens toch verkiest om na gedane zaken gewoon nog weer geruime tijd samen met verdachte in de woning te blijven en verdachte uiteindelijk met de auto weer netjes naar zijn eigen huis terug brengt maar vervolgens niet linea recta doorrijdt naar de politie?
Hoe geloofwaardig is aangeefsterdie in de weken na de beweerdelijke verkrachting dagelijks appt met verdachte en
keer op keer voor het slapen gaan met hem uitgebreid gaat videobellen, bij welke gelegenheden de meest triviale gespreksonderwerpen passeren?
Na kennisneming van al het WhatsApp-verkeer tussen verdachte en aangeefster (zie hierna) blijkt zonneklaar, dat aangeefster in haar aangifte uitlatingen heeft gedaan die totaal niet stroken met de inhoud van de litigieuze app-berichten.
Voor wat betreft de voor een bewezenverklaring verlangde dwang meent de verdediging dat hetgeen verdachte hierover heeft verklaard, namelijk dat daarvan absoluut geen sprake is geweest, (veel) meer geloof verdient dan aangeefster.
In dat kader wil ik uw Hof het navolgende citaat uit het NIFP-voorgeleidingsconsult van [psychiater] nog eens voorhouden:
“
Hij maakt een relaxte indruk wekt in de loop van het gesprek hoe langer hoe meer sympathie en onderzoeker merkt ook dat hij een neiging ontwikkelt om hetgeen betrokkene vertelt (...) te geloven”.
Overigens, ook als uw Hof de verklaring van aangeefster geloofwaardiger zou achten dan die van verdachte, dan nog is alsdan niet per se gezegd dat uw Hof uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen de overtuiging kan verkrijgen dat verdachte zich aan het ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt. Daarvoor is meer nodig dan de enkele vaststelling, dat de ene verklaring geloofwaardiger is dan de andere.
Op z’n minst(!) heeft in casu te gelden, aldus de verdediging, dat er wel dermate veel twijfel over bestaat of de seksuele handelingen onder dwang – volgens aangeefster - danwel vrijwillig – volgens verdachte - hebben plaats gevonden, dat enkel vrijspraak de resultante van de litigieuze verdenking kan en mag zijn. Verdachte dient hoe dan ook het voordeel van de twijfel te krijgen (in dubio pre reo).
Nu naar de overtuiging van de verdediging apert niet is komen vast te staan, dat welke seksuele handelingen ook onder dwang hebben plaatsgevonden, dient uw Hof verdachte dus ook in hoger beroep integraal vrij te spreken van het hem onder 1 tenlastegelegde.”