Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
De gebruikte reproductietechniek wijkt af van het origineel.
Het originele watermerk ontbreekt in het papier.
De originele veiligheidsdraad ontbreekt in het papier.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak is de verdachte, geboren in 1979, veroordeeld door het gerechtshof Den Haag tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf weken voor het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten en diefstal. Het hof bevestigde gedeeltelijk het vonnis van de rechtbank Den Haag, maar de verdachte heeft cassatie ingesteld. De advocaat van de verdachte, A.M.V. Bandhoe, heeft één middel van cassatie voorgesteld, waarin wordt geklaagd dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het standpunt van de verdediging, dat de verdachte geen opzet had op de valsheid van het geld, is verworpen. Het hof heeft de bewezenverklaring van de valsheid van het bankbiljet gebaseerd op verklaringen van getuigen en forensisch bewijs, maar de verdediging betoogde dat de verdachte het biljet van een ander had gekregen en niet bekend was met de echtheidskenmerken van eurobankbiljetten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte de valsheid van het biljet had moeten opmerken, en dat de omstandigheden niet voldoende zijn om te concluderen dat er sprake was van voorwaardelijk opzet. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot gedeeltelijke vernietiging van het arrest en terugwijzing naar het gerechtshof voor herbehandeling van de zaak.