Conclusie
5.Het middel dat namens de verdachte is voorgesteld
23. Het proces-verbaal van bevindingen informatie-inwinner A-4081, opgemaakt d.d. 25 maart 2018 (getekend op 17 mei 2018), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisant A-4081:
het hof begrijpt: [A]) en na het feestje was doodgeschoten. De vluchtauto zou gestolen zijn. Vervolgens hoorde ik dat [verdachte] vertelde dat de auto na de klus via een bepaalde route was gereden en in Essen in de fik was gestoken. De auto zou volgens [verdachte] eerst zijn schoongemaakt met ammoniak. [betrokkene 3] was later nog op het feest.
het hof begrijpt: [A]) in Breda.
het hof begrijpt: [betrokkene 7]). Die heeft hem daar opgehaald en hem weggebracht. Dit had [betrokkene 3] tegen [verdachte] verteld. Verder vertelde [verdachte] dat [betrokkene 3] allebei de telefoons had. Van [betrokkene 1] en zichzelf maar dat die klootzak ze niet had weggegooid maar mee naar huis had genomen en alleen de SIM-kaarten had weggegooid. Verder had [betrokkene 3] de houders van het gebruikte wapen weggegooid maar het wapen mee naar huis genomen. [verdachte] gaf verder aan dat het wapen ook nog door [betrokkene 3] is doorverkocht. Ik vroeg voor hoeveel en [verdachte] gaf aan dat hij dacht dat het 1.000 euro was. [verdachte] vertelde dat hij het later had opgebiecht aan [betrokkene 6] en dat zij helemaal uit haar plaat was gegaan. Daarna is [verdachte] een aantal keer bij [betrokkene 1] geweest om zijn geld op te halen maar daar werd hij iedere keer met een smoesje weggestuurd. [betrokkene 1] had hem 1 x 1000 euro gegeven en 1 x 500 euro. Verder had hij niks gekregen.
II. Bijzondere bewijsoverwegingen
In geval van verdenking van een misdrijf kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, zonder dat kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar, stelselmatig informatie inwint over de verdachte.
Deze uitleg was snel en onduidelijk en daarom kan ik het mij niet helemaal meer herinneren'’. Dit duidt erop dat als de politieel informatie-inwinners [verdachte] niet begrepen, zij niet zomaar iets hebben opgeschreven en beperkingen in hun verslaglegging hebben vermeld.
6.Het middel dat namens de [benadeelde 1] is voorgesteld
Vordering van de [benadeelde 1]
€ 49.693,33 (negenenveertigduizend zeshonderddrieënnegentig euro en drieëndertig cent) bestaande uit € 24.693,33 (vierentwintigduizend zeshonderddrieënnegentig euro en drieëndertig cent) materiële schade en € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.