Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
4.Het tweede middel
(…)
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens rijden onder invloed van cannabis en het rijden zonder rijbewijs. In eerste aanleg was hij vrijgesproken van het rijden onder invloed. Het cassatieberoep richtte zich op de vraag of het onderzoek als bedoeld in artikel 8 lid 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 (WVW 1994) betrouwbaar was, mede vanwege een overschrijding van de 90 minuten termijn voor bloedafname zoals voorgeschreven in artikel 12 lid 3 van Pro het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
De overschrijding van de bloedafnametermijn bedroeg 10 minuten, veroorzaakt door aanvankelijke weigering van de verdachte om mee te werken. Het hof oordeelde dat deze overschrijding geen bijzondere omstandigheid vormde die de termijn rechtvaardigde, maar dat het vormverzuim slechts met een enkele constatering kon worden afgedaan omdat geen nadeel voor de verdachte was vastgesteld.
De verdediging stelde dat de termijn een strikte waarborg was die ook de duur van de vrijheidsberoving beschermt en dat het resultaat van het bloedonderzoek uitgesloten moest worden. De Hoge Raad bevestigde echter dat de termijn niet behoort tot de strikte waarborgen die de betrouwbaarheid van het onderzoek garanderen en dat de overschrijding geen invloed heeft op de bewijswaarde van het bloedonderzoek.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en stelde dat bij overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro slechts met constatering van die overschrijding kan worden volstaan, zonder verdere gevolgen voor de strafzaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de overschrijding van de bloedafnametermijn leidt niet tot bewijsuitsluiting of strafvermindering.