Conclusie
1.Inleiding en overzicht
Waar gaat deze zaak over?
onderdeel 4geeft de regeling van de werktuigenvrijstelling en haar totstandkomingsgeschiedenis weer, waarbij ik me vooral richt op de nozge-voorwaarde en het begrip ‘gebouwd eigendom’.
2.De feiten en oordeel Hof
3.Het geding in cassatie
éénmiddel voor, namelijk schending van het recht in het bijzonder art. 2(1)(e) Uitvoeringsregeling, en/of schending van art. 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), doordat het Hof heeft geoordeeld dat de zonnepanelen op het dak niet onder de reikwijdte van de werktuigenvrijstelling vallen, omdat deze een gebouwd eigendom vormen.
4.De werktuigenvrijstelling en haar totstandkomingsgeschiedenis
Huidige wettekst
5.Relevante jurisprudentie nozge-voorwaarde
Een zonnepark kan niet in zijn geheel zijn uitgezonderd
Werktuigenuitzondering wel mogelijk voor delen van een zonnepark
7.Beschouwing
nietop zichzelf als gebouwd eigendom is aan te merken.
op zichzelfals gebouwd eigendom is aan te merken, omdat daarvoor vereist is dat de PV-installatie in bouwkundig opzicht zelfstandigheid bezit ten opzichte van het distributiecentrum. Ik ga daarom verder met de klachten.
enkelhet bestemmingscriterium. Volgens belanghebbende had het Hof moeten vaststellen of de PV-installatie in bouwkundig opzicht zelfstandigheid bezit. [99] In zoverre is er sprake van een herhaling van zetten want dat betoog komt overeen met een onderdeel van zijn eerdere betoog betreffende rov. 5.2. [100] Ik schakel daarom nu over naar dat betoog.
nietop zichzelf als gebouwd eigendom is aan te merken, dan meen ik dat belanghebbendes standpunt voor de Rechtbank (zie rov. 6, geciteerd in 2.11) juist is dat het uiterlijke-herkenbaarheidcriterium geen rol speelt. Dat criterium geldt namelijk voor de beantwoording van de vraag of een onderdeel van een werktuig dat op zichzelf als gebouwd eigendom is aan te merken, onder de werktuigenvrijstelling valt (5.14-5.15). Zo de Waarderingskamer van een andere opvatting uitgaat (6.1), lijkt me die opvatting onjuist (vgl. 6.2). Vgl. ook Bosma (6.12).