Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk, D.P.] blijkt dat de partij vuurwerk in deze zaak (voorzien van de PL-code en het BVH-nummer PL1100-2018220526) is onderzocht op uiterlijke kenmerken en op basis daarvan is ingedeeld in de categorieën. De materiedeskundige van het COV woog 2131 kilogram lijst II vuurwerk (Chinese rollen) en telde 4302 stuks, Shells, 158 flowerbeds en 2364 stuks knalvuurwerk. Uit de diverse bijlagen bij het proces-verbaal van het COV blijkt dat het steeds vuurwerk betref dat fabrieksmatig is geproduceerd hoofdzakelijk door de firma [A] (Flowerbeds, Shells en Chinese rollen) en de firma [betrokkene 4] (Cobra’s), welke firma's hiervoor reeds zijn genoemd. Het overgrote deel van dit vuurwerk was voorzien van categorie indeling F4 en daarmee niet toegestaan voor particulier gebruik. Van al het vuurwerk is vastgesteld dat dit professioneel vuurwerk betreft.
3.Het tweede middel
2. Een proces-verbaal van bevindingen van 17 november 2018 [doorgenummerde pagina’s 0243 tot en met 0245].
mededeling
mededeling van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9]:
mededeling van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
mededeling van verbalisant [verbalisant 6] :
mededeling van verbalisant [verbalisant 7] :
Art. 2.2.1 Vuurwerkbesluit
Art. 2.2.4 Vuurwerkbesluit
Art. 3.2.1 Vuurwerkbesluit
Art. 3A.2.1 Vuurwerkbesluit