Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld
4.Beslissing
28 maart 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond een steekpartij tijdens de nieuwjaarsnacht van 2016 in Haarlem centraal, waarbij het slachtoffer is overleden. De verdachte werd primair verdacht van doodslag, maar werd daarvan vrijgesproken. Subsidiair werd bewezen verklaard dat hij in vereniging openlijk geweld heeft gepleegd tegen het slachtoffer, waarbij het slachtoffer met een mes in het hart werd gestoken.
De benadeelde partij, de moeder van het slachtoffer, vorderde schadevergoeding voor materiële schade en affectieschade. Het hof kende een bedrag van €6.104,75 toe voor materiële schade en legde een schadevergoedingsmaatregel op aan de verdachte. De verdediging stelde dat de schade niet als rechtstreekse schade kon worden aangemerkt omdat de verdachte niet zelf de dodelijke steek had toegebracht.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat er een causaal verband bestaat tussen het bewezen verklaarde geweld van de verdachte en het overlijden van het slachtoffer. De kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt komen voor vergoeding in aanmerking. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de toewijzing van schadevergoeding aan de benadeelde partij wordt bevestigd.