ECLI:NL:PHR:2025:9
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake medeplegen invoer cocaïne en schending doorlaatverbod
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van diverse feiten, waaronder de invoer van 315,7 kilogram cocaïne. Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen de afwijzing van een verzoek tot het horen van getuigen en tegen het oordeel dat het doorlaatverbod niet was geschonden.
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van schending van het doorlaatverbod omdat de politie niet met zekerheid wist dat verboden goederen aanwezig waren op momenten dat niet werd ingegrepen. Het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard, bewijsuitsluiting of strafvermindering zou moeten volgen, werd verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat het relativiteitsvereiste in de weg staat aan het slagen van een rechtmatigheidsverweer wegens schending van het doorlaatverbod.
Tevens is het verweer dat de verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan de verlengde invoer van cocaïne afgewezen. Het hof stelde vast dat de verdachte actief betrokken was bij de invoer via de Westerschelde, Nederlands grondgebied, en dat de lading cocaïne op dat moment nog in de container aanwezig was. Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot 12 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van invoer van 315,7 kg cocaïne blijft in stand.