Conclusie
1.Het cassatieberoep
uitlating 4op 26 juni 2020 tenlastegelegde videoboodschap/livestream, geplaatst op de (algemeen toegankelijke) website www.facebook.com, nadat de plaatsvervangend voorzitter van de veiligheidsregio Haaglanden een op 28 juni 2020 op het Malieveld te Den Haag geplande demonstratie had verboden:
2.Demonstratierecht in coronatijd
uitlating 4(zie 1.3 hierboven) is van belang dat namens Viruswaarheid op 10 juni 2020 aan de plaatsvervangend voorzitter van de Veiligheidsregio Haaglanden een kennisgeving is gedaan van een demonstratie op 21 juni 2020 van 13:00 uur tot 17:00 uur op het Malieveld in Den Haag. Het was de bedoeling om met een groot publiek op een vreedzame wijze te laten zien dat de maatregelen van de regering onaanvaardbaar waren en er zou een podium worden geplaats waar diverse bekende artiesten en sprekers het publiek konden toespreken.
3.Het opsporingsonderzoek
4.Berechting in eerste en tweede aanleg
uitlating 4bewezen verklaard dat de verdachte heeft opgeroepen tot een strafbaar feit en aangenomen dat de bedoeling van de verdachte hierbij “allesbehalve uitsluitend vreedzaam en geweldloos demonstreren” is geweest, zodat de bescherming van art. 11 EVRM Pro hierop al afstuit. De overige ten laste gelegde uitlatingen roepen volgens de rechtbank niet op tot een strafbaar feit en kunnen daarom niet als opruiing bewezen worden geacht. Daarvan wordt de verdachte vrijgesproken.
uitlating 2en
uitlating 4, zoals hiervoor onder 1.3 weergegeven en heeft de verdachte ten aanzien van de overige uitlatingen vrijgesproken van opruiing.
uitlating 4wel in het licht van art. 10 en Pro 11 EVRM getoetst en de vraag of er sprake was van een “
pressing social need” om de hieruit voortvloeiende rechten te beperken in positieve zin beantwoord. Wat het strafrechtelijk optreden als geheel betreft, is het hof van oordeel dat dit niet zo ingrijpend is dat daarvan een “
chilling effect” uitgaat op personen die gebruik willen maken van hun recht op vrije meningsuiting en vreedzame vergadering. Daarbij heeft het hof ook de opgelegde straf in aanmerking genomen (een taakstraf van relatief beperkte duur) en de relatief beperkte tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
5.Het eerste cassatiemiddel
uitlating 2, het twitterbericht dat de verdachte op 16 november 2021 heeft geplaatst.
uitlating 2, voor het lezersgemak hier nogmaals herhaald, het volgende in:
“QUOTE: "Weet iemand nog een adresje waar ik mijn boosterinfectie kan halen.”Het is je plicht, nu vast staat dat de prikjes compleet mislukt zijn te zorgen voor zoveel mogelijk infecties. Bij het jongere segment (onder de 70) zonder gezondheidsklachten. Dat is naastenliefde”
uitlating 2, het volgende overwogen.
Oordeel van het hof over de uitlatingen van de verdachte
wet”, maar doelt naar ik aanneem op deze regeling.
rechtstreeksaanspoort tot enig strafbaar feit daar niet aan afdeed. [34]
kaninfecteren maar slechts kan besmetten.
6.Het tweede middel
eerste deelklachtbetreft het oordeel van het hof dat ten aanzien van
uitlating 2sprake is van een geoorloofde beperking van de vrijheid van meningsuiting en het recht op vrijheid van vergadering;
tweede deelklachtricht zich tegen het oordeel van het hof dat
uitlating 4‘bepaald niet’ kan worden opgevat als het oproepen tot een vreedzaam protest;
derde deelklachtziet op het oordeel van het hof dat
uitlating 4enerzijds ‘bepaald niet’ kan worden opgevat als het oproepen tot een vreedzaam protest, terwijl het hof anderzijds heeft geoordeeld dat de beperking van het recht op vrijheid van vergadering van de verdachte gerechtvaardigd en noodzakelijk was;
vierde deelklachtbetreft het oordeel van het hof dat de verdachte met het doen van
uitlating 4dusdanig laakbaar gedrag heeft vertoond dat daartegen strafrechtelijk optreden geboden was;
vijfde deelklachtkomt op tegen het oordeel van het hof dat ten aanzien van
uitlating 4de beperking van het recht op vrijheid van vergadering van de verdachte gerechtvaardigd en noodzakelijk was.
uitlating 2het volgende bewezen verklaard:
Bewezenverklaring
(uitlating 4)en middels geschrift
(uitlating 2),heeft opgeruid tot enig strafbaar feit, door
"QUOTE: "Weet iemand nog een adresje waar ik mijn boosterinfectie kan halen.”Het is je plicht, nu vast staat dat de prikjes compleet mislukt zijn te zorgen voor zoveel mogelijk infecties. Bij het jongere segment (onder de 70) zonder gezondheidsklachten. Dat is naastenliefde.”
uitlating 2sprake is van een geoorloofde beperking van de vrijheid van meningsuiting en het recht op vrijheid van vergadering, niet toereikend is gemotiveerd, althans onbegrijpelijk is.
uitlating 2tenlastegelegde tekst bescherming toekomt onder de in art. 10 en Pro 11 EVRM gewaarborgde rechten.
uitlating 4aan art. 10 en Pro 11 EVRM gerefereerd. [39]
uitlating 2had moeten opvatten als een ‘eenmensprotest’ en aan de hand van art. 10 en Pro art. 11 EVRM Pro had behoren te toetsten of er sprake was van een geoorloofde beperking van de grondrechten van de verdachte, waaronder de vrijheid van meningsuiting en het recht op vrijheid van vergadering.
uitlating 2hebben aangevoerd niet ontdekken.
uitlating 4het volgende bewezen verklaard:
Bewezenverklaring
(uitlating 4)(…) heeft opgeruid tot enig strafbaar feit, door
Strafbaarheid van het feit
tijdenseen demonstratie zijn begaan, maar om een oproep tot een verboden demonstratie die als zodanig als opruiing ex art. 131 Sr Pro is strafbaar gesteld. Dat roept in de eerste plaats de meer algemene vraag op of een oproep tot een demonstratie onder de door art. 11 EVRM Pro beschermde demonstratievrijheid kan worden gebracht of moet worden beschouwd als een bijzondere vorm van vrijheid van meningsuiting die door art. 10 EVRM Pro wordt beschermd.
Gewelddadige personen die de demonstratie kapen– De mogelijkheid dat personen
uitlating 4het beperkingenregime ingevolge art. 10 lid 2 en Pro 11 lid 2 EVRM heeft toegepast en het strafrechtelijk optreden tegen de verdachte in dat kader heeft getoetst. Daaruit leid ik af dat het hof, hoewel het dat niet expliciet heeft uitgesproken, van oordeel is dat
uitlating 4in beginsel onder de bescherming van art. 10 of Pro 11 EVRM valt. Deze interpretatie van het arrest wordt ondersteund door de omstandigheid dat het hof bij de bewezenverklaring van de tenlastegelegde uitlatingen heeft overwogen dat van opruien tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag (zoals ten laste is gelegd op basis van artikel 131 Sr Pro) in de onderhavige strafzaak geen sprake is en dat daarover alle procespartijen het eens zijn. Het hof heeft de verdachte daar dan ook van vrijgesproken.
vijfde deelklachtis gericht tegen het oordeel van het hof dat de beperking van de in art. 10 en Pro 11 EVRM gewaarborgde rechten van de verdachte gerechtvaardigd en noodzakelijk was.
vierde deelklachtricht zich tegen dit oordeel. De steller van het middel voert aan dat enkel laakbare (“reprehensible”) gedragingen die
tijdenseen demonstratie worden verricht relevant zijn voor de rechtvaardiging van een maatregel van strafrechtelijke aard. Dat is naar mijn mening juist. Uit de Straatsburgse jurisprudentie kan worden afgeleid dat strafrechtelijk optreden tegen demonstranten die zich schuldig maken aan laakbaar gedrag tijdens een demonstratie is toegestaan en dat personen die
deelnemenaan een verboden demonstratie gestraft moeten kunnen worden. [71] Het oordeel van het hof dat de verdachte laakbaar gedrag heeft vertoond door te suggereren dat er waarschijnlijk 500 trekkers komen en dat ze de snelwegen openen als dat moet, kan niet worden gelijkgesteld met een laakbare gedraging tijdens een demonstratie. [72]
uitlating 4een toelaatbare beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting en op vrijheid van vreedzame vergadering vormt, niet dragen.
7.Slotsom
uitlating 4en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het hof Den Haag opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan.