Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
1. Een proces-verbaal van bevindingen met fotobijlagen van 13 juli 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] […].
als bevindingen van de verbalisanten:
Plaats : Van [c-straat 1] [plaats]
1. Reden hoger beroep
Rechtbank Amsterdam 15 juli 2021, ECLI:NL:RB.AMS:2021:3682
NJ2007/9 m.nt. Mevis. Volgens dit arrest mogen (tussen)deuren die toegang geven tot andere vertrekken in de te betreden plaats worden geforceerd voor zover het doel van het binnentreden dit redelijkerwijs vereist. [9] Het verschuiven van dozen om de toegang tot een daarachter gelegen deur vrij te maken en de daarachter gelegen ruimte te betreden levert volgens de Hoge Raad eveneens geen doorzoeking op. [10] De ratio hiervan is dat de bevoegdheid tot binnentreden anders niet volledig kan worden geëffectueerd.
Borgersbetekent zoekend rondkijken “handen op de rug”. [15] Vellinga-Schootstraomschrijft het onderscheid als volgt: “kijken doe je met je ogen en niet met je handen”. [16] Keulen en Kniggeschrijven over “bij wijze van spreken met de handen op de rug”. [17] Niettegenstaande de nuanceverschillen is duidelijk dat volgens deze auteurs bij zoekend rondkijken geen additionele opsporingshandelingen mogen worden verricht.
NJ2011/24 had het hof vastgesteld dat de politie voorafgaand aan het binnentreden in de woning van de verdachte op de hoogte was van de plaats waar de later in beslag genomen verdovende middelen zich bevonden. Het hof oordeelde dat onder die omstandigheden geen sprake was van een doorzoeking. Volgens de Hoge Raad ging het hof daarmee van een onjuiste maatstaf uit. Om vast te stellen waar de grenzen meer precies liggen, is het nuttig nu nader te bezien op grond waarvan het hof tot zijn oordeel is gekomen.
met het openen van de kastverder was gegaan dan het zoekend rondkijken dat was toegestaan op basis van de in art. 9 lid 1 sub b Opw Pro neergelegde bevoegdheid.