Conclusie
Nummer24/00651
Inleiding
Het procesverloop
“Ik ben wel bij de zitting aanwezig geweest, maar ik wil een nieuwe behandeling, om de volgende reden(en):”.Het grievenformulier bevat verder geen nadere door de verdachte opgegeven redenen.
De verdachte heeft na het instellen van het hoger beroep het standaard grievenformulier ingevuld. Dit formulier bevat evenwel slechts de mededeling dat de verdachte een nieuwe behandeling van zijn strafzaak wenst maar bevat geen inhoudelijke grieven tegen het vonnis. De verdachte heeft evenmin ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ook ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling ven de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.”
De bespreking van het middel
het niet eens is met veroordeling in zaak met parketnummer (…)”. [5] Om mijn ambtgenoot Keulen in zijn conclusie voorafgaand aan dat arrest te citeren: “
de geformuleerde reden voor het instellen van het hoger beroep bevat weinig informatie die niet reeds uit de beslissing tot het instellen van het hoger beroep volgt”. [6]
Ik ben wel bij de zitting aanwezig geweest, maar ik wil een nieuwe behandeling, om de volgende reden(en):”. De verdachte heeft echter geen nadere, inhoudelijke reden(en) voor de gewenste nieuwe behandeling van zijn strafzaak opgegeven, terwijl daarnaar in het formulier expliciet wordt gevraagd. Dat brengt mee dat het enkele aankruisen van de genoemde reden in het grievenformulier onvoldoende is om de inzet van het hoger beroep te bepalen. [9]
op basis van een gewijzigde tenlastelegging”kan als een ‘schriftuur houdende grieven’ in de zin van artikel 410 Sv Pro worden aangemerkt, aldus de Hoge Raad.