Conclusie
1.Feiten
performance test” is ondertekend.
Hiermee brengen wij de volgende punten onder uw aandacht voor de te behalen 95% produktie, volgens afspraak gemaakt op woensdag 9 juli 2003 uit de installatie te Granuband Amsterdam,.
Brand in Maingrinder (as doorvoeringen)
Capaciteit Wetfilter en gevoeligheid van de pomp ten opzichte van vervuiling water.
Sectie 4,steen- vezelreinigers(6 st) te vaak schoonmaken, (geen lucht circulatie toepassen)
Nylon vervuiling in elevatoren 1-19 A.B.C.
Onderzijde van transportbanden lopen vol met stof, (geen afschrapers en geen geleiderollen)
Afvoer verstopt van sectie 7 naar CDA, te veel tegelgranulaat in de afvoer van de cyclonen.
Verstopt raken van pijp van Wetfilter (bocht voor de nozzels) en pijp bovenop Maingrinder.
Verstoppen van afvoer uit elevator 1-19B naar silo 3 met nylon.
Veel storing afromer transportband 1-1.
[B] , geen goede metingen.
1. Ophangen ventilator maingrinder
2.Procesverloop
op grond van het feit dat zij heeft toegezegd zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de rechtshandelingen van [A] B.V.”, met name wat betreft de tussen Granuband en [A] gesloten overeenkomst van 14 augustus 2001 en de daaruit voor Granuband voortvloeiende schade in verband met het toerekenbaar tekortschieten van [A] . [10]
operating timevan 4.032 uren per jaar, zoals [A] stelt. De rechtbank heeft Granuband opgedragen te bewijzen:
Haviltex-criterium moet worden uitgelegd. Volgens de rechtbank mocht Granuband in redelijkheid van [A] verwachten dat zij een installatie zou leveren die gedurende achtenveertig tot vijftig weken per jaar en aanzienlijk meer dan 80% per week kon worden gebruikt. Voor het bepalen van de omvang van de noodzakelijke reguliere onderhoud en voor beantwoording van de vraag of de installatie voldoet aan het door de arbiter vastgestelde criterium van 95% beschikbaarheid, is een deskundige nodig. Bij de beantwoording van laatstgenoemde vraag dient de deskundige rekening te houden met het uitgangspunt dat de installatie gedurende twee tot vier weken per jaar stilligt voor groot onderhoud en met de door de deskundige redelijk geachte periode voor schoonmaak en regulier onderhoud. Aan de deskundige worden ook vragen gesteld ten aanzien van de storingen van de afromer van de transportband. De rechtbank heeft daarnaast geoordeeld dat Granuband niet is geslaagd in het haar bij de tweede bewijsopdracht [18] opgedragen bewijs en overwogen dat de schadeposten die betrekking hebben op de pelletiseerinstallatie en het SCADA-systeem zullen worden afgewezen. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat partijen zich dienen uit te laten over de aangekondigde deskundigenrapportage. [19]
materieel” de hoofdprocedure. De arbiter heeft een tekortkoming vastgesteld. Tegen deze vaststelling kan [verweerster] in deze schadestaatprocedure volgens het hof geen verweer meer voeren:
Nu het Gerechtshof heeft bepaald dat [verweerster] aansprakelijk is voor de schade die Granuband heeft geleden door het toerekenbaar tekortschieten van [A] in verband met de uitvoering van de overeenkomst d.d. 14 augustus 2001 en [verweerster] veroordeeld heeft om de schade aan Granuband te vergoeden die Granuband heeft geleden, zal Granuband hiernavolgend haar schade nader specificeren en in rechte vorderen.”
Met Granuband is de arbiter van mening dat onder het criterium van 95% inzetbaarheid verstaan moet worden dat de recyclinginstallatie een inzetbaarheid van 95% haalt, hetgeen wil zeggen dat voor ieder uur dat de installatie draait de installatie 95% van de tijd presteert zonder gebreken en in overeenstemming met de daartoe in de Overeenkomst gestelde parameters. Hiervan is nog geen sprake en de arbiter is niet gebleken dat Granuband daarvan een verwijt te maken valt. Dit betekent dat [A] [hiermee wordt [A] aangeduid, hof] de op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst nog niet is nagekomen.”
Nu [A] wegens het niet voldoen van het 95% vereiste de op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst nog niet is nagekomen is zij op zich schadeplichtig jegens Granuband. Granuband heeft verzocht om deze schade in deze procedure te begroten, maar heeft vervolgens evenwel op geen enkele wijze aangegeven hoe hoog deze schade in haar optiek is, terwijl het natuurlijk op haar weg lag om dit te doen. Granuband had op z'n minst kunnen aangeven hoeveel de tot op heden door haar geleden schade bedraagt. Nu Granuband dit heeft nagelaten en ook Granuband de arbiter tijdens de mondelinge behandeling uitdrukkelijk heeft verzocht om in deze kwestie een eindvonnis te wijzen zal de arbiter zich verder niet (kunnen) uitlaten over de schadeplichtigheid van [A] jegens Granuband.”
Haviltex-criterium moet worden toegepast. Granuband mocht volgens de rechtbank in redelijkheid verwachten dat [A] een installatie zou leveren die gedurende 48 tot 50 weken per jaar en aanzienlijk meer dan 80% per week kon worden gebruikt. [verweerster] betoogt in grief 1 in het principale beroep dat weliswaar de 95% inzetbaarheid vaststaat maar dat voor de vraag over hoeveel uren per jaar dit percentage moet worden afgezet, de inhoud van de overeenkomst bepalend is. [32]
DeBeschikbaarheid van de Installatie voor Productieis uit het oogpunt van stilstandtijd m.b.t. eventueel noodzakelijke service responsetijd van [verweerster] gesteld op 95% in redelijkheid nader vast te leggen.”
Indien het bovengenoemde geval [een defect of storing, hof] zich voordoet, moet de leverancier zo redelijkerwijs mogelijk onmiddellijk actie ondernemen en het ongemak en/of probleem, dat door de Klant gemeld is, verhelpen. De beschikbaarheid van de installatie wordt op 95% gesteld. Leverancier dient in principe binnen een werkdag adequaat te reageren op storing meldingen.”
levering en verantwoordelijkheden van de leverancier
5.1 De garantieperiode van EEN JAAR is beperkt tot het aantal werkuren van de machines in die periode. Het aantal uren is als volgt bepaald:
3 ploegendiensten, 5-daagse werkweek van in totaal 16 uur per dag
42 werkweken per jaar
80% beschikbaarheid van de installatie
Totale aantal werkuren per jaar:4032uur of maximaal EEN JAAR GARANTIE in een kalenderjaar.”
A-G] arrest van 29 maart 2011 voor recht verklaard dat [verweerster] op grond van een toezegging hoofdelijk aansprakelijk is voor de tussen Granuband en [A] gesloten overeenkomst d.d. 14 augustus 2001. Andere, latere overeenkomsten vallen daar dus niet onder. Zulks geldt temeer nu de vordering van Granuband ruimer was dan door het hof in 2011 is toegewezen. Zij vorderde namelijk een verklaring voor recht dat [verweerster] hoofdelijk aansprakelijk is voor de rechtshandelingen van [A] , “
met name voor wat betreft de overeenkomst d.d. 14 augustus 2001” en de daaruit voor haar voortvloeiende schade in verband met het toerekenbaar tekortschieten van Technology. Het hof heeft dit meerdere afgewezen. De hoofdelijkheid beperkt zich dus tot de aansprakelijkheid voor de tekortkoming van de verbintenis die [A] in de overeenkomst van 14 augustus 2001 met Granuband is aangegaan. De overeenkomsten die [A] en Granuband later met elkaar zijn aangegaan waaronder die met betrekking tot de pelletiseerinstallatie en het SCADA-systeem, vallen daar niet onder.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties” en beide dan ook behoren tot de stukken van het geding.
het toerekenbaar tekortschieten van [A] in verband met de uitvoering van de overeenkomst d.d. 14 augustus 2001”. Dit toerekenbaar tekortschieten in verband met de uitvoering van de koopovereenkomst is in het dictum van de hoofdprocedure dus aangemerkt als grondslag van de verplichting tot schadevergoeding.
ten gevolge van het toerekenbare tekortschieten van [A] in verband met de uitvoering van de overeenkomst van 14 augustus 2001”. Daarvoor is volgens het hof naar de schadestaatprocedure gewezen. Het hof heeft in dezelfde rechtsoverweging overwogen dat [A] , omdat niet is voldaan aan het 95%-vereiste, naar het oordeel van de arbiter toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen uit de koopovereenkomst. Volgens het hof (in rov. 3.4.2. van het bestreden arrest) is het deze tekortkoming waarop het hof in de hoofdprocedure heeft gedoeld en was dit ook de enige tekortkoming die tussen Granuband en [A] in rechte vaststond.
formeel” de procedure is die met het eindarrest in de hoofdprocedure is geëindigd, maar dat het bindend advies (bedoeld zal zijn: het arbitrale vonnis) van de arbiter van 7 april 2006 “
materieel” de hoofdprocedure is.
subonderdeel 1.1heeft het hof miskend dat het dictum in de hoofdprocedure moet worden uitgelegd met inachtneming van de overwegingen die tot de beslissing hebben geleid, voor zover het hof, door te oordelen zoals het heeft gedaan in rov. 3.6.2. en 3.6.3., het arrest in de hoofdprocedure van 29 maart 2011 heeft uitgelegd uitsluitend aan de hand van het dictum van dat arrest. [39] Het hof had volgens Granuband moeten oordelen dat de grondslag van de aansprakelijkheid van [verweerster] moet worden gevonden in de 403-verklaring en niet uitsluitend in [verweerster] ’s toezegging dat zij zich hoofdelijk aansprakelijk zou stellen voor de verplichtingen van [A] uit hoofde van de koopovereenkomst.
subonderdeel 1.2is het oordeel met betrekking tot de uitleg van het eindarrest in de hoofdprocedure onbegrijpelijk, voor zover het hof niet heeft miskend dat het dit arrest moest uitleggen mede op basis van de aan het dictum ten grondslag liggende overwegingen. Uit rov. 8.7., 8.10., 8.14.1. en 8.15. en het daarop gebaseerde dictum van het arrest in de hoofdprocedure volgt volgens het subonderdeel met zoveel woorden dat de grondslag voor de aansprakelijkheid van [verweerster] jegens Granuband moet worden gevonden in de door [verweerster] afgegeven 403-verklaring. [verweerster] stelt ook in feitelijke instanties te hebben begrepen dat de 403-verklaring de grondslag voor de aansprakelijkheid was. [40] Het hof overwoog en besliste in de hoofdprocedure volgens [verweerster] :
met name” wat betreft de koopovereenkomst, en de overweging dat het hof het meerdere in het arrest in de hoofdprocedure heeft afgewezen, het oordeel van het hof in rov. 3.6.2. niet kunnen dragen. [41] Die enkele zinsnede in het dictum van het arrest in de hoofdprocedure (gedoeld is kennelijk op de afwijzing van het meer of anders gevorderde) wordt inhoudelijk volgens het subonderdeel niet gedragen door enige overweging in het lichaam van dat arrest. De rechtsoverwegingen in het lichaam van het arrest die dragend zijn voor het dictum, zien (voornamelijk) op de hiervoor bedoelde 403-verklaring waarmee de (toegezegde) hoofdelijke aansprakelijkheid van [verweerster] jegens Granuband werd geformaliseerd en niet zozeer op de toezegging zelf. Het bereik van de 403-verklaring, dat reeds vaststond voor de periode 11 november 2001 tot en met 12 december 2002, werd door het hof mede uitgebreid tot de koopovereenkomst van 14 augustus 2001, hetgeen wel te maken had met de toezegging, betoogt het subonderdeel.
het voorgaande”.
subonderdelen 1.4.a en 1.4.bzijn gericht tegen rov. 3.6.4. van het bestreden arrest. Het hof heeft aldaar “[t]
en overvloede” overwogen dat het de overwegingen van de rechtbank die leiden tot de conclusie dat Granuband er niet in redelijkheid op mocht vertrouwen dat [verweerster] met haar toezegging over de hoofdelijke aansprakelijkheid tevens doelde op eventueel later nog te sluiten overeenkomsten die niet noodzakelijk waren voor het functioneren van de recyclinginstallatie onderschrijft. Hetgeen Granuband in hoger beroep heeft aangevoerd, is volgens het hof in feite een herhaling van het debat in eerste aanleg en leidt niet tot een ander oordeel.
subonderdeel 1.4.akunnen de overwegingen en beslissingen ten overvloede in rov. 3.6.4. – die relevant worden bij het slagen van een van voorgaande subonderdelen – in het licht van de voorgaande subonderdelen geen standhouden. Aangezien de grondslag voor de aansprakelijkheid van [verweerster] moet worden gevonden in de 403-verklaring (zoals Granuband heeft betoogd in subonderdelen 1.1-1.3) heeft het hof volgens Granuband miskend dat met de tussen partijen vaststaande uitleg van die verklaring de overeenkomsten met betrekking tot de pelletiseerinstallatie en het SCADA-systeem ook onder het bereik van die verklaring vielen. Die uitleg wordt volgens Granuband onderstreept door een in het subonderdeel geciteerde verklaring van de voormalig directeur van [A] en [verweerster] waar hij verklaart dat de afgegeven garantstelling “
alles omvattend” was. [47]
subonderdeel 1.4.bis het oordeel van het hof in ieder geval onbegrijpelijk in het licht van de uitleg van de 403-verklaring door het hof in de hoofdprocedure en in het licht van hetgeen de directeuren van Granuband en van [A] en [verweerster] daaromtrent hebben gesteld. [48] Wat betreft de uitleg van de 403-verklaring geldt dat de hoofdelijke aansprakelijkstelling is vormgegeven met deze verklaring en dat zij zo moet worden uitgelegd dat zij niet specifiek op de overeenkomst van 14 augustus 2001 ziet (rov. 8.7. achter c., 8.10., 8.14.1. en 8.15. van het eindarrest in de hoofdprocedure). Hetgeen de rechtbank in eerste aanleg ter zake in rov. 2.35. heeft overwogen kan volgens het subonderdeel het oordeel van het hof dat het de overwegingen van de rechtbank onderschrijft en dat hetgeen Granuband in hoger beroep heeft aangevoerd niet leidt tot een ander oordeel niet dragen. De rechtbank heeft erop gewezen dat diverse getuigen hebben verklaard dat tussen Granuband en [verweerster] nooit expliciet is besproken dat de garantstelling ook voor deze latere overeenkomsten zou gelden en dat de recyclinginstallatie ook zou kunnen functioneren zonder de pelletiseerinstallatie en het SCADA-systeem, aldus het subonderdeel. Dat wordt in de getuigenverklaringen van de directeuren volgens Granuband ook onderkend, maar zij stellen dat sprake was van één project waarvan al deze installaties onlosmakelijk deel uitmaakten (hetgeen iets anders is dan dat de systemen zonder elkaar niet kunnen functioneren) en dat partijen er destijds vanuit zijn gegaan dat de garantstelling voor alle installaties gold. Het hof heeft deze stellingen van Granuband niet kenbaar bij zijn beslissing betrokken, luidt de klacht.
Haviltex-criterium heeft uitgelegd. Voor een andere dan zuiver grammaticale uitleg was volgens het hof ook geen aanleiding, nu geen van partijen in de procedure had aangegeven dat de contractsbepalingen nog nader moesten worden uitgelegd. Het onderdeel leidt hieruit af dat de urennorm in de arbitrage geen voorwerp van partijdebat is geweest. In het kielzog van rov. 3.5.3. en 3.5.5. oordeelde het hof vervolgens in rov. 3.5.6.-3.5.8. (de eerste van twee rov. 3.5.8.) dat moet worden uitgegaan van een aantal van 4.032 inzetbare uren per jaar en niet van 6.000 uren per jaar, zoals door Granuband is betoogd.
in overeenstemming met de daartoe in de Overeenkomst gestelde parameters”, dat hij daarbij is uitgegaan van de grammaticale uitleg van de koopovereenkomst en niet de
Haviltex-norm heeft toegepast en dat uit de letterlijke bewoordingen van (de bijlagen bij) de koopovereenkomst volgt dat de installatie 95% van 4.032 uren per jaar beschikbaar moest zijn. Het subonderdeel bevat verschillende klachten.
eerste klachtvan het subonderdeel in zijn bestreden oordelen de
Haviltex-maatstaf miskend door “
de overeenkomst tussen partijen” [52] uitsluitend aan de hand van de grammaticale betekenis van de daarin gebruikte bewoordingen uit te leggen zonder zich daarbij rekenschap te geven van de overige relevante feiten en omstandigheden van het geval die (indien deze komen vast te staan) nopen tot een andere uitleg van de overeenkomst. Het somt vervolgens een aantal omstandigheden op die het hof – naar ik begrijp – volgens Granuband in zijn oordeel had moeten betrekken:
tweede klacht, het hof de
Haviltex-maatstaf niet zou hebben miskend, is zijn oordeel ter zake onbegrijpelijk in het licht van de hiervoor bedoelde getuigenverklaringen en verklaringen van buitenlandse bedrijven, waaruit naar voren komt dat de in de overeenkomst vermelde parameters niet realistisch zijn, zodat van de letterlijke, grammaticale betekenis van die bewoordingen bij de uitleg van de overeenkomst niet kan worden uitgegaan. Het hof heeft die getuigenverklaringen en de verklaringen van de buitenlandse bedrijven volgens het subonderdeel niet kenbaar bij zijn beslissing betrokken.
de door de rechtbank aangehaalde feiten en omstandigheden niet tot de conclusie leiden dat partijen aan de overeengekomen parameters in bijlage 1 een andere uitleg mochten geven dan daar staat” en door de overweging dat het hof uit de aangevoerde feiten en omstandigheden niet afleidt dat partijen iets anders bedoeld hebben. De onderbouwing door het hof in rov. 3.5.8. van dat oordeel komt volgens het subonderdeel opnieuw neer op een zuiver grammaticale uitleg van de overeenkomst en heelt dus niet de miskenning door het hof van het toepasselijke
Haviltex-criterium, althans het maakt het oordeel van het hof niet begrijpelijk.
Haviltex-maatstaf.
derde klacht, die inhoudt dat de overweging van het hof in de eerste rov. 3.5.8. dat de rechtbank reeds heeft overwogen dat geen van de getuigen heeft verklaard dat uitdrukkelijk is besproken dat het percentage van 95% beschikbaarheid diende ter vervanging van het percentage van 80% dat in de parameters in bijlage 1 is vermeld, de beslissing van het hof evenmin kan dragen. Daarbij is volgens het subonderdeel van belang dat het percentage van 95% partijen reeds als gevolg van de uitspraak van de arbiter tot uitgangspunt diende, dat percentage immers dragend was voor de beslissing waarbij de grondslag voor de aansprakelijkheid werd vastgesteld. Dat het percentage van 80% partijen niet tot uitgangspunt diende, benadrukt volgens Granuband nog maar eens dat de parameters in de bijlagen bij de koopovereenkomst, waarin zowel dat percentage als het aantal van 4.032 uren voorkwam, niet tussen partijen golden.
e arbiter heeft overwogen dat, wegens het niet voldoen aan het 95%-vereiste, [A] de op haar rustende verplichtingen uit de overeenkomst nog niet is nagekomen en dat zij derhalve op zich schadeplichtig is jegens Granuband”. [58] Klaarblijkelijk heeft het hof in de hoofdprocedure uiteindelijk mede op grond daarvan (maar impliciet) aangenomen dat de drempel voor verwijzing naar de schadestaatprocedure was geslecht. Inderdaad is die drempel (het gaat vooral om de aannemelijkheid van de mogelijkheid van schade [59] ) niet hoog. De grondslag voor aansprakelijkheid van [verweerster] is naar het oordeel van het hof in de hoofdprocedure te vinden in de namens [verweerster] gedane toezegging dat zij zich hoofdelijk aansprakelijk zou stellen voor de schade voortvloeiende uit toerekenbaar tekortkomen van [A] in de nakoming van haar verplichtingen uit de koopovereenkomst.
Het gaat immers niet om de vraag of partijen andere afspraken dan in het contract opgenomen, hebben gemaakt. In deze schadestaatprocedure gaat het om schadeposten die het gevolg zijn van de door de arbiter vastgestelde tekortkoming.” Tegen deze oordelen van het hof is in cassatie niet geklaagd. Mogelijk liggen daaraan strategische overwegingen ten grondslag. Hoe dan ook betekent dit dat deze oordelen in cassatie tot uitgangspunt moeten dienen.
naar voren heeft gehaald” dat relevant kan zijn voor de omvang van de schade, staat het de rechter in de schadestaatprocedure volgens Granuband vrij daarop terug te komen.