Conclusie
1.Inleiding en overzicht
Waarover gaat de zaak in cassatie?
2.De feiten, oordelen feitenrechters en geding in cassatie
3.Regelgeving
4.Achtergrond: rioolrechten, wetsgeschiedenis en modelverordening
van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Deze (onderstreepte) bijzin ontbreekt in art. 2 modelverordening Pro.
eigenarenen/of
gebruikersvan percelen, de keuze hiervoor ligt bij de gemeenteraad. (…). Een fysieke aansluiting op het riool is geen vereiste om in de heffing betrokken te kunnen worden (…).”
5.Rechtspraak over ‘gebruiker’ voor de rioolrechten en rioolheffing
voorbijgegaanaan de vraag óf de belanghebbende kan worden aangemerkt als degene die het pand gebruikt. In die lezing oordeelt de Hoge Raad enkel dat het gerechtshof met zijn overweging dat afvalwater is afgevoerd wél een oordeel heeft gegeven over het bestanddeel ‘een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd’, maar niet over het gebruik van het eigendom. In die lezing kan uit het arrest niets worden afgeleid over de invulling van het begrip ‘gebruiker’, i.c. over wanneer iemand naar de omstandigheden beoordeeld een eigendom gebruikt.