ECLI:NL:HR:2024:1354
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gebruik onroerende zaak ondanks coronamaatregelen voor OZB-heffing
Belanghebbende, exploitant van een sportschool in een gehuurde onroerende zaak, werd door de gemeente Den Haag aangeslagen voor onroerendezaakbelasting (OZB) over 2021. De sportschool was vanwege coronamaatregelen van 15 december 2020 tot 19 mei 2021 gesloten, met alleen minimale schoonmaakwerkzaamheden.
Het geschil betrof de vraag of de onroerende zaak op 1 januari 2021 werd gebruikt in de zin van artikel 220, aanhef en letter a, van de Gemeentewet. Belanghebbende stelde dat door de verplichte sluiting geen gebruik mogelijk was, terwijl het Hof oordeelde dat het feit dat de zaak in afwachting van heropening volledig als sportschool was ingericht en toegankelijk bleef, duidde op duurzaam gebruik.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verduidelijkte dat gebruik in de zin van de Gemeentewet het metterdaad bezigen van de zaak ter bevrediging van eigen behoeften inhoudt, waarbij tijdelijk onderbroken gebruik door overheidsmaatregelen niet uitsluit dat duurzaam gebruik op de peildatum aanwezig is. De klachten van belanghebbende faalden, en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerendezaakbelasting blijft in stand.