Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Het cassatiemiddel
4.Juridisch kader
Met het ‘Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid’ is, als ik het goed zie, sprake van de hiervoor bedoelde koppeling tussen de systemen van het OM en de Rechtspraak. [23]
Eerste lid, onderdeel a
Het systeem moet de rechterlijke instanties in staat stellen eenieder die via het webportaal toegang verkrijgt te identificeren (wie is de gebruiker), diens identiteit te kunnen controleren (authenticeren: nagaan of de gebruiker is wie hij zegt te zijn), alsmede te controleren of deze persoon gerechtigd is om toegang te krijgen tot de stukken. (…)
Gelet op de wijze waarop de toegangscontrole is vormgegeven kan bij gebruik van het aangewezen systeem als hoofdregel worden volstaan met een gewone elektronische handtekening.Daarbij valt te denken aan een ingescande natte handtekening op een papieren drager (zie Kamerstukken II 2000/01, 27 743, nr. 3, p. 2). Uit de definitie van de gewone elektronische handtekening volgt dat deze moet zijn gehecht aan of logisch verbonden met het stuk dat moet worden ondertekend. In geval van twijfel kan het originele fysieke stuk worden opgevraagd. (…)”
Voor toezending via Veilig Mailen gelden daarnaast de in Bijlage 2 vermelde regels. (…)
Bij veilig mailen zijn er waarborgen getroffen voor de vertrouwelijkheid en betrouwbaarheid van de verbinding waarlangs de elektronische communicatie verloopt maar is er – anders dan bij gebruik van het aangewezen systeem – geen controle op de identiteit van de afzender. Dit maakt dat de stukken na mailverzending alsnog fysiek moeten worden aangeboden.”
Als stukken langs andere weg dan via het aangewezen digitale systeem elektronisch aan de rechterlijke instanties worden verzonden (bijvoorbeeld via de fax of door middel van beveiligd emailverkeer), dan zal nazending van de fysieke stukken noodzakelijk zijn om de stukken op te nemen in het procesdossier.(…)”
moetbieden. Uit de toelichting op de bepaling blijkt echter dat het niet om een verplichting tot het bieden van een herstelmogelijkheid gaat. Die toelichting op artikel 33 lid 6 Rv Pro, die deels is ontleend aan een samenvatting van de toelichting op de voorloper, artikel 30c lid 6 KEI-Rv, luidt dienaangaande: [48]
kanverklaren in zijn verzoek. De rechter heeft dus ook de mogelijkheid heeft om die sanctie achterwege te laten, en mijns inziens ook zonder het eerst bieden van een herstelmogelijkheid, wanneer herstel niet zinvol is.
Standpunten ter zitting
- 11 augustus 2025, rechtbank Den Haag: ontvankelijk, omdat het gebrek van de ontbrekende handtekening
voldoende hersteldis door het tekstblok van de officier van justitie in zijn verzoekschrift;
- 22 augustus 2025, rechtbank Rotterdam (de bestreden beschikking): ontvankelijk, omdat de rechtbank
geen gevolgenverbindt aan het niet ondertekend zijn van het verzoekschrift.
5.Bespreking van het cassatiemiddel
niet-digitaalprocederen, is hier echter niet gevolgd. De inhoud van het verzoekschrift is direct opgenomen in het e-mailbericht, en er is niet een scan (in Pdf-formaat) van het verzoekschrift met daarop een originele ‘natte’ handtekening als bijlage bijgevoegd. Het e-mailbericht bevat overigens ook niet een elektronische handtekening. In plaats van een handtekening is in het e-mailbericht een tekstblok opgenomen waarin is verklaard dat de officier wegens technische redenen niet in staat is het verzoekschrift te ondertekenen alsmede dat het verzoekschrift is ingediend onder verantwoordelijkheid van en met goedkeuring van de met naam genoemde officier van justitie. [54]
De vergelijking met
digitaal procederenbiedt inzicht. Van een verplichting tot nazending is daar geen sprake. De controle op de identiteit die daar bij de toegang tot het digitale systeem voor gegevensverwerking plaatsvindt, maakt dat met de ingescande natte handtekening kan worden volstaan. Het is daar dus een optelsom van waarborgen, te weten waarborgen die zijn gelegen in controle ‘aan de poort’ en die zijn gelegen in ondertekening door middel van een gewone elektronische handtekening.
kernklacht(hiervoor samengevat weergegeven onder 3.2) van het middel is dat de rechtbank de officier van justitie vanwege het niet-voldoen aan het wettelijke vereiste van ondertekening niet-ontvankelijk had moeten verklaren.
subklachtengeformuleerd (zie de procesinleiding onder 17-18; hiervoor onder 3.4 samengevat weergegeven).
overige puntenop (zie de procesinleiding onder 9-10; hiervoor onder 3.5 samengevat weergegeven). Hierbij wordt, kort gezegd, betoogd dat, doordat de officier van justitie geen nadere informatie heeft verstrekt over de (gevolgen van de) ICT-storing, geen beoordeling heeft kunnen plaatsvinden van de vragen hoe en in hoeverre de ICT-storing van invloed is geweest op de onderhavige procedure en evenmin waarom ‘technische redenen’ de ondertekening hebben verhinderd.