ECLI:NL:RBAMS:2008:BG4891
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlenging effectenlease-overeenkomst wegens ontbreken schriftelijke toestemming
De zaak betreft een effectenlease-overeenkomst tussen eiser en Dexia, waarbij eiser de overeenkomst in 1999 aanging en deze in 2002 werd verlengd zonder schriftelijke toestemming van de partner van eiser, wat volgens artikel 1:88 BW Pro vereist is. De partner riep in 2003 de nietigheid van de verlenging in en vorderde terugbetaling.
De rechtbank oordeelt dat de vernietigingsbevoegdheid van de partner voor de verlenging niet is verjaard omdat het beroep binnen drie jaar na de verlenging is gedaan. De oorspronkelijke overeenkomst is niet vernietigd wegens verjaring. Dexia heeft haar zorgplicht niet voldoende nageleefd, onder meer door onvoldoende te waarschuwen voor risico's, waardoor zij aansprakelijk is voor het nadeel.
Het nadeel wordt verdeeld volgens redelijkheid en billijkheid: 70% voor rekening van eiser vanwege zijn juridische kennis en persoonlijke omstandigheden, 30% voor Dexia. Dexia wordt veroordeeld tot betaling van €2.093,40 plus wettelijke rente en tot het aanpassen van de BKR-registratie. De reconventionele vordering van Dexia tot betaling van een restschuld wordt deels toegewezen.
Uitkomst: De verlenging van de effectenlease-overeenkomst wordt vernietigd en Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van €2.093,40 met rente en aanpassing van de BKR-registratie.